Artikel Rendement: Waardering pensioen in eigen beheer

Een werkgever kan aan een werknemer als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden een pensioen toezeggen. Pensien is een verplichting voor de werkgever om na de pensioenleeftijd, vaak 65 jarige leeftijd, pensioen uit te gaan keren. De pensioenverplichting moet door de werkgever bij een verzekeraar of bij een pensioenfonds worden ondergebracht.

Een uitzondering op de verplichting om het pensioen onder te brengen bij een verzekeraar of een pensioenfonds bestaat voor een DGA. Een DGA is een werknemer die tevens meer dan 10% van de aandelen in de werkgever bezit. Een DGA mag zijn pensioenverplichting in eigen beheer houden.

Hoe moet de vennootschap de verplichting om in de toekomst pensioen op te bouwen waarderen op de balans?

Berekeningsgrondslagen
De pensioenverplichting dient te worden bepaald rekening houdend met een rekenrente ter grootte van de marktrente. Echter de rekenrente dient minimaal te worden vastgesteld op 4%. Momenteel bedraagt de marktrente 2,28% (u-rendement november 2010). Derhavle zal de pensioenverplichting in eigen beheer worden gewaardeerd met een rekenrente ter grootte van 4%.

Naast rekening te houden met een rekenrente moet worden rekening gehouden met sterftekansen. De sterftekansen zijn opgenomen in de overlevingstafels Gehele Bevolking Mannen en Gehele Bevolking Vrouwen gepubliceerd door het Actuarieel Genootschap. Op de meest recente sterftetafel (GBM/GBV 2003 – 2008) mag geen leeftijdscorrectie worden toegepast. Indien een oudere sterftetafel wordt gehanteerd zou een leeftijdscorrectie mogen worden toegepast opdat de oudere sterftetafel beter aansluit bij de meeste recente sterftetafel. Echter de waardering mag nooit hoger worden vastgesteld dan met de meest recente sterftetafel.

Als tevens sprake is van een nabestaande toezegging mag in de waardering in eigen beheer slechts rekening gehouden worden met een uitgestelde dekking voor het nabestaandenpensioen. Ondanks de verplichting na overlijden van de DGA direct een nabestaandenpensioen uit te keren mag dit niet in de verplichting worden meegenomen. De kans dat een DGA voor de pensioenleeftijd komt te overlijden is per dienstjaar kleiner dan 1%. Derhalve mag met deze kans geen rekening worden gehouden.

Aangezien voor de bepaling van de jaarwinst geen rekening mag worden gehouden met toekomstige loon- en prijsstijgingen, mag bij de waardering geen rekening te houden met indexatierechten. Tevens mag geen rekening te worden gehouden met kosten- en winstopslagen.

Pensioenaanspraken
Op basis van bovenstaande actuariele grondslagen dient de pensioenverplichting te worden gewaardeerd. Nu dient nog te worden vastgesteld wat de pensioenverlichting die op de vennootschap drukt inhoudt. Derhalve dient te worden vastgesteld hoeveel pensioenrechten door de DGA zijn opgebouwd. Als de DGA een eindloon toezegging heeft, zal zijn aanspraak op pensioen gelijk zijn aan het product van de pensioengrondslag (pensioengevend loon vermindert met de AOW-franchise), aantal verstreken dienstjaren en het opbouw percentage (maximaal 2%). Het nabestaandenpensioen is meestal vastgesteld op 70% van het ouderdomspensioen.

Echtscheiding
Na echtscheiding dienen de opgebouwde pensioenrechten te worden verdeeld. De Wet Verevening Pensioenen na Scheiding ( hierna: Wet VPS) regelt de verdeling van de pensioenrechten.

Verevening
Uitgaand van de standaard verdeling opgenomen in de Wet VPS, wordt het ouderdomspensioen opgebouwd tijdens de huwelijkse periode bij helfte verdeeld. Na verevening van het ouderdomspensioen maakt de pensioengerechtigde aanspraak op een gelijk ouderdomspensioen. Door echtscheiding heeft hij de verplichting gekreken een deel van de ontvangen pensioenuitkeringen door te storten aan zijn ex-echtgenoot. Voor de pensioenuitvoerder heeft deze verplichting geen gevolgen.

Na een echtscheiding verandert het nabestaandenpensioen. Het nabestaandenpensioen wordt premievrij en aangezien het wordt toegerekend aan een ex-echtgenoot verandert het nabestaandenpensioen in bijzonder nabestaandenpensioen. Naast het feit bijzonder nabestaandenpensioen wordt toegerekend aan een ex-echtgenoot, wordt na echtscheiding geen extra bijzonder nabestaandenpensioen opgebouwd. Hierdoor zal het overgangspercentage voor het nabestaandenpensioen na echtscheiding afnemen, indien de opbouw van pensioen wordt voortgezet.

Conversie
Na verevening van de pensioenrechten blijft de ex-echtgenoot ten aanzien van de hem toekomende pensioenrechten afhankelijk van de pensioengerechtigde. Bijvoorbeeld als het pensioen wordt uitgesteld heeft dat ook betrekking op de rechten voor het afgeleide recht van de ex-echtgenoot.

De afhankelijkheid kan worden voorkomen door te kiezen voor conversie. Bij conversie worden de waarden van het bijzonder nabestaandenpensioen en het voorwaardelijk ouderdomspensioen omgezet in een pensioenrecht dat slechts afhankelijk is van het leven van de ex-echtgenoot. Een eigen pensioenrecht.

De waarde in het economisch verkeer van de totale pensioenverplichting zijn voor en na conversie gelijk. Voor de pensioengerechtigde resteert derhalve de oorspronkelijk pensioenverplichting verminderd met de waarde van het pensioenrecht voor de ex-echtgenoot.

Conversie van de pensioenrechten gebeurt op basis van de berekeningsgrondslagen van de waarde in het economisch verkeer. Echter voor de balanswaardering dient de fiscale waarde van de pensioenverplichtingen van zowel de ex-echtgenoot als van de pensioengerechtigde te worden berekend. De fiscale waarde van de pensioenverplichtingen zal afwijken van de pensioenverplichting voor conversie.

Regelend recht
De wet VPS is regelend recht. Derhalve kan van de hierboven geschetste situaties worden afgeweken. Dit dient in het echtscheidingsconvenant of bij huwelijksevoorwaarde te worden overeengekomen. Als niets is opgenomen geldt de verevening bij helfte.

Afstorten van pensioenrechten
De ex-echtgenoot heeft het recht om de pensioenrechten die aan hem toekomen te laten veiligstellen buiten de risicosfeer van de onderneming. Na afstorten mag bij de waardering van de pensioenverplichting geen rekening worden gehouden met deze pensioenrechten. Dat is logisch aangezien deze verplichting niet meer op de vennootschap drukken.

Conclusie
De pensioenverplichting is afhankelijk van de berekeningsgrondslagen en van de aanspraken die op de vennootschap drukken. De pensioenaanspraken zijn afhankelijk van de toezegging. Door echtscheiding kunnen de aanspraken worden beïnvloed. De verdeling van de pensioenaanspraken na scheiding kan leiden tot een verschuiving in de waarde van de pensioenrechten.

Echtscheiding heeft derhalve niet alleen gevolgen voor de aanspraken op pensioen van de pensioengerechtigde. Maar heeft tevens gevolgen voor de verplichtingen voor de uitvoerder van het pensioen. Ook voor de uitvoerder is het derhalve van belang dat de afspraken in het kader van de verdeling van de pensioenrechten duidelijk zijn.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015