Artikel Tips & Advies: AOW-plannen

Natuurlijk kunt u nog op ieder gewenst moment met pensioen.

De plannen van het Kabinet om de AOW-leeftijd naar 67 jaar te verhogen nemen steeds vastere vormen aan. Er vanuit gaande dat het doorgaat, wat zijn dan de gevolgen van de ‘rest’ van het pensioengebouw.

De lijn die op dit moment wordt gevolgd is dat de AOW-leeftijd ineens op 67 jaar wordt gezet, met een leeftijdsafhankelijk overgangsregime. Voor alle Nederlanders die vóór 2030 65 jaar worden, zal de AOW dus toch voor 67 jaar ingaan. Iemand die bijvoorbeeld in 2020 65 jaar wordt, zal ‘al’ vanaf 66 jaar (dus in 2021) AOW ontvangen. Hiermee wordt bewerkstelligd dat wél de AOW-leeftijd ineens wordt verhoogd, maar voor iedereen geleidelijk en dat – zie hierna – ook de pensioendatum voor het 2e pijler pensioen – dus werkgever/werknemer – kan worden bijgesteld naar 67 jaar

Daarnaast is het steeds meer de verwachting dat wettelijk wordt vastgelegd dat vanaf aanpassing van de AOW-leeftijd de 67-jaar grens wordt verhoogd naarmate de levensverwachting verder toeneemt. Dit zal betekenen dat de AOW in de toekomst automatisch verder opschuift richting 70 jaar.

Daarnaast zal ook de partnertoeslag, die een 65-jarige krijgt als hij een jongere partner heeft, versneld afgebouwd worden. Na 2015 is er helemaal geen mogelijkheid meer om een partnertoeslag te krijgen. Tot die datum zal de partnertoeslag sneller worden gekort, afhankelijk van het inkomen van de partner en het (pensioen)inkomen van de pensioengerechtigde zelf.

Als ook de pensioendatum voor het 2e pijler-pensioen wordt aangepast betekent dat – net als bij de afschaffing van VUT en Prepensioen – een aanpassing van de pensioentoezegging. Vanaf de datum van invoering zal de toekomstige opbouw dan gericht zijn op een pensioen vanaf 67 jaar. De opgebouwde rechten op een pensioen vanaf 65 jaar kunnen niet worden afgenomen. Ook diegenen die vóór 1950 zijn geboren hebben er geen last van gezien het overgangsregime dat op hen van toepassing is.

Los van alle data, u kunt altijd het pensioen laten ingaan wanneer u wilt. Vóór 65 jaar, maar ook vóór 60 jaar. Natuurlijk krijgt u dan minder vanwege de langere uitkeringsduur, maar de ‘waarde’ blijft gelijk. U kunt een ‘te laag’ pensioen compenseren door (een deel van) het nabestaandenpensioen om te zetten in extra ouderdomspensioen (uitruilen). Ook kunt u de eerste jaren van pensionering een hoger pensioen krijgen dan daarna, mits binnen een bandbreedte van 100 : 75.

Conclusie. De AOW-plannen zijn onvermijdelijk en hebben grote gevolgen voor een ieders pensioen. Naarmate uw 67-jarige leeftijd nog verder weg ligt, hebt u er meer last van, maar kunt u er ook nog meer aan doen. Meer gebruik maken van flexibiliseringselementen is een goede optie daarbij.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015