Artikel Tips & Advies: Flexibilisering van pensioen (deel 2).

Naast de mogelijkheden zoals de vorige keer besproken, zijn er nog veel meer opties om een individuele en flexibele invulling aan pensioen te geven.
Allereerst uitruil. U kunt zowel nabestaandenpensioen omzetten in ouderdomspensioen als vice versa. Er zijn nauwelijks beperkingen. Als uw partner na uw overlijden dus maar een kleine nabestaandenpensioen krijgt, kunt u dit ophogen tot de gewenste hoogte. Een voorbeeld. Stel u hebt recht op een ouderdomspensioen van € 20.000 en een bijbehorend nabestaandenpensioen van € 14.000. Het gewenste nabestaandenpensioen is € 30.000, u houdt dan een ouderdomspensioen over van ruim € 14.000. Ik merk hierbij wel op dat de fiscale wet wel enige grenzen stelt aan de hoogte van het nabestaandenpensioen na uitruil. Het mag na uitruil niet hoger zijn dan 70% van het laatst verdiende loon (inclusief de AOW).
Andersom kan ook, als uw partner bijvoorbeeld een eigen pensioen heeft dan kunt u het volledige nabestaandenpensioen omzetten. U krijgt dan circa € 25.000 eigen ouderdomspensioen, en natuurlijk is er dan na overlijden geen recht op nabestaandenpensioen meer.
Dan deeltijdpensioen. Allereerst kan dat vanaf ieder gewenst moment ingaan, net als een volledig pensioen. Er is dan wel sprake van actuariële korting. U kunt dus bijvoorbeeld 2 dagen met pensioen – en dus pensioengeld ontvangen – en 3 dagen werken – en dus over die dagen nog gewoon pensioen opbouwen over het dan verdiende loon.
Nog mooier is om gebruik te maken van de mogelijkheid om parttime te gaan werken. U werkt dan nog maar (minimaal) 50% en betaalt over dat salaris loonbelasting. Toch mag u over het volledige salaris (fulltime salaris) pensioen blijven opbouwen. Uiteraard moet u wel echt 50% werken. De fiscus kan en zal dat controleren. Op z’n vroegst 10 jaar voor pensioendatum kan van deze flexibiliseringsmogelijkheid gebruik worden gemaakt.

U kunt tien jaar voor pensioendatum ook gebruik maken van demotie. Ook een DGA kan dat, hoewel de fiscus dan wel zeer kritisch zal zijn. U gaat dan maximaal 10 jaar voor de pensioendatum naar een lager gekwalificeerde functie met dito lager loon, maar blijft toch pensioen opbouwen over het oude hoge salaris. Minder loonbelasting, toch een volledige pensioenopbouw, met dito voordeel in de vennootschapsbelasting. Dit is goed toepasbaar bij een verkoop waarbij u de nieuwe eigenaren nog een aantal jaren blijft ondersteunen, maar geen eindverantwoordelijkheid meer hebt.

Tot slot kunt u nagenoeg onbeperkt bijsparen, ofwel dienstjaren inkopen. De enige voorwaarde is dat u wel gewerkt moet hebben. Dit mag ook geen in uw eigen BV. Over alle jaren dat u heeft gewerkt (ook voor 25 jaar) kunt pensioen opbouwen gerelateerd aan uw huidige (hoge) salaris. Dat betekent fors minder vennootschapsbelasting én meer pensioen. Let u wel op de totale zakelijkheid van uw beloning, de fiscus is daar nogal kritisch op, overigens niet altijd terecht.

Streamer: Met name inkoop dienstjaren blijft – zeker voor DGA’s – een perfecte mogelijkheid voor extra pensioen.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015