Artikel Tips & Advies: Lijfrente in de uitkeringsfase (deel 1)

Nu de vergrijzing op stoomt komt, vallen er steeds vaker (grote) lijfrentekapitalen vrij. De hoofdregel is dat deze moeten worden omgezet in lijfrente-uitkeringen. Doet u dat niet, dan is het kapitaal progressief belast. Als het ook nog eens gaat om lijfrenterechten van na 1992 dan moet u ook nog eens 20% revisierente betalen.

In dit deel ga ik verder in op lijfrente-uitkeringen van voor 1992, dus van voor de Brede Herwaardering I. Dat zijn de zogenaamde kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule. Als u ook nog na 1992 lijfrentepremie hebt betaald dan is bepalend of de lijfrenteovereenkomst op datum 15 oktober 1990 bestond. Alle premiebetalingen tot 2001 tellen nog mee voor het oude regime.

U kunt met deze lijfrentes eigenlijk alle kanten op. Als u ze (gedeeltelijk) afkoopt dan betaalt u alleen inkomstenbelasting, gewoon progressief, maar dus geen revisierente. Tot 3x mag u gedeeltelijk afkopen vindt de fiscus, bij de 3e keer is het volledige (restant)kapitaal in een keer belast. Een kwestie van goed plannen dus, wanneer u de belaste inkomsten wilt hebben. Ook kunt u de lijfrente onbeperkt uitstellen tot nader order, dus ook tot na 70 jaar. U verliest dan het oude regime niet.

Vervolgens kunt u alle vormen van lijfrente aankopen, dus levenslang, tijdelijk met elke gewenste datum, overgang op partner etc. Behalve als het gaat om een tijdelijke lijfrente, dan moet de duur voldoende lang zijn, zodat u voldoet aan het zogenaamde 1%-criterium. Vanaf 55/60 jaar is dat 2 à 3 jaar.

Als u de lijfrente aankoopt – of in de uitstelfase onderbrengt – bij een bank, in plaats van een verzekeraar, dan mag dat, maar verliest u wel het oude regime én kunt u geen overbruggingslijfrente meer aankopen. Dat is een lijfrente die uitkeert tot uw 65-ste (de pensioendatum).

Tot slot kunt u de lijfrentetermijnen per keer schenken aan uw kinderen. Zij betalen dan normaliter én geen inkomstenbelasting én geen successieheffing en incasseren het geld belastingvrij.

Vervolgens nog aandacht voor artikel 69 IB (oud). Dit artikel stelde dat de heffing binnen het huwelijk altijd toekomt aan de partner met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen. Dat is nog steeds de hoofdregel. Als u de lijfrente echter voordat het kapitaal tot uitkering komt onherroepelijk toewijst aan uw partner, en deze koopt daarmee daarna de lijfrente feitelijk aan, dan betaalt uw partner, en niet u, de belastingheffing over de uitkeringen. Dit kan een aanzienlijk tariefsvoordeel met zich meebrengen.

Let op. Verwart u lijfrente niet met uitkeringen uit een gouden-handdruk (dus ooit van een werkgever gekregen). Deze vallen onder het regime van de loonbelasting en kennen andere eisen! Wel mogen deze ook bij een bank worden ondergebracht.

Streamer: Oud-regime lijfrentekapitalen bieden alle mogelijkheden om ze toe te laten komen aan de begunstigde van uw keus, inclusief de belastingheffing bij de ontvanger. Zorgt u er wel voor dat u de regels nauwgezet toepast.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015