Artikel Tips & Advies: Lijfrente in de uitkeringsfase (deel 2)

De vorige keer ben ik ingegaan op de lijfrenten van voor 1992. Deze kennen veel mogelijkheden. De lijfrenten van na 1992 kennen minder aanwendingsmogelijkheden maar bieden nog steeds ruim voldoende kansen voor een optimale financiële en dus fiscale planning. Ik zet ze voor u op een rij. Het belangrijkste kenmerk van deze lijfrentes is dat alleen uzelf de uitkeringen kunt krijgen en alleen uw partner of kinderen/erfgenamen bij overlijden.

Lijfrentes afgesloten tot 2001 kunt u onbeperkt uitstellen voor zover het gaat om het opgebouwde kapitaal en de oprenting daarvan, ook tot na 70 jaar. Bij overlijden gaan de uitkeringen dus naar uw partner en/of kinderen/erfgenamen.

Lijfrentes die voor 2005 zijn afgesloten, inclusief eventueel de premiebetaling tot 2006, en de oprenting daarvan, kunt u altijd nog gebruiken voor een overbruggingslijfrente. Dat is een lijfrente die uitkeert tot uw 65-ste (de pensioendatum). Een overbruggingslijfrente mag maximaal zo’n € 60.000 per jaar uitkeren.

Als u de lijfrente aankoopt bij een bank, in plaats van een verzekeraar, dan mag dat, maar verliest u wel de mogelijkheid om nog een overbruggingslijfrente aan te kopen. Wel kunt u het lijfrentekapitaal in de uitstelfase bij een bank onderbrengen, om vervolgens een overbruggingslijfrente aan te kopen bij een ‘ouderwetse’ verzekeraar. In het algemeen bieden die even hoge uitkeringen. Bij een bank is een levenslange uitkering 20 jaar, aangevuld met de jaren voor uw 65-ste. Dus minimaal tot uw 85-ste.

Een tijdelijke uitkering bedraagt in alle gevallen maximaal zo’n € 20.000.

Na uw overlijden mogen uw kinderen de lijfrente-uitkeringen ook krijgen. Zolang ze nog geen 30 jaar zijn, mag dat middels een tijdelijke lijfrente, uiterlijk dus tot 30 jaar. Al ze ouder zijn dan 30 jaar moet het een levenslange uitkering betreffen. Wel kunnen uw kinderen dan met de uitkering zelf een lijfrente bedingen – bijvoorbeeld ‘heel’ goedkoop bij een bank -, waarvan de premie vaak weer fiscaal aftrekbaar is. Het voordeel om de lijfrente dan bij een bank te bedingen is dat levenslang bij een bank 20 jaar betekent. Als uw kinderen bijvoorbeeld 35 jaar zijn als u komt te overlijden, hoeven ze dus maar een uitkering tot hun 55-ste te bedingen, bij een verzekeraar moet dat echt levenslang zijn.

Tot slot. De sancties bij deze lijfrentes zijn hard. Afkoop, ook gedeeltelijk kan impliceren dat u de hele lijfrente hebt afgekocht. Dat betekent progressieve heffing tot maximaal 52% plus 20% revisierente. Weest u dus extra voorzichtig.

Streamer: Lijfrenten nieuw regime bieden ook voldoende mogelijkheden om fiscaal aantrekkelijk uit te laten keren. Goede kennis van alle overgangsregimes, met relevante data en maximale hoogtes is dan essentieel.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015