Artikel Tips&Advies: Lijfrente bij uw eigen BV

Als u uw IB-onderneming (eenmanszaak, uw deel in de VOF of maatschap) omzet in een BV, kunt u bij die (overnemende) BV een lijfrente bedingen. Wel moet u zich dan aan de juiste regels houden.

De hoofdregel in Nederland is dat u alleen fiscale aftrekbare lijfrentepremies kunt betalen aan een professionele aanbieder, een verzekeraar of een bank. Alleen als u uw eigen bedrijf inbrengt in een BV dan mag ook die BV als ‘aanbieder’ optreden. In plaats van dat u moet afrekenen over de stakingswinst en de vrijval van de (fiscale) oudedagsvoorziening, kunt u een lijfrente bedingen bij de BV. Het voordeel hiervan is dan ook dat u over de hogere werkelijke waarde van de bezittingen (bijvoorbeeld het bedrijfspand) kunt afschrijven.

Overigens kunt u ook een lijfrente bij de BV bedingen over de stakingswinst die u behaald met uw bedrijfspand, ook als u uw pand naar ‘privé haalt’. Wel moet u dan zorgen voor een betaling aan uw BV. Dit kunt u dan weer financieren door een hypotheek op uw pand te nemen.

Afhankelijk van uw leeftijd kunt u tot maar liefst € 433.053,- gebruiken als koopsom voor een lijfrente. Het geld blijft dan in uw eigen BV. Wel moet u hierbij rekening houden met de opgebouwde oudedagsreserve, eerdere lijfrentebetalingen én uw pensioenopbouw als ondernemer. Vrije beroepers in de medische sector bouwen (verplicht) pensioen op. Daarnaast ook notarissen en fysiotherapeuten.

Te zijner tijd keert de BV dan de lijfrente gewoon aan u uit, zoals u hebt afgesproken.

Als u uw BV later echter wilt verkopen, dan gaat ook de lijfrente mee, en bent u afhankelijk van de nieuwe eigenaar. U kunt dan besluiten om uw ‘onderneming’ te laten uitzakken in een (werk) BV. De lijfrente blijft dan achter in de (nieuwe) holding BV. Als u later uw werk-BV dan verkoopt, houdt u ‘mooi’ uw eigen lijfrente-BV. Overigens mag dat zelfs al direct bij de inbreng, zodat u vanaf het begin een Holding-/Werk-BV-structuur heeft.

Als u de Werk-BV echter binnen korte tijd na de inbreng wilt verkopen, dan ziet de fiscus daar vaak een vooropgezet plan is (doorverkoop aan een derde). Zij zal dan de lijfrente alsnog fiscaal belasten en revisierente in rekening brengen, samen maximaal 72%. Na gemiddeld een jaar of 3 is geen probleem om de Werk-BV te verkopen.

Uitzonderingen. Natuurlijk kan het zo zijn dat u binnen een termijn van een jaar of 3 een prachtig bod krijgt op uw bedrijf. Verkoop is dan geen probleem. Zeker als u kunt aantonen dat de waarde van het bedrijf (de verkoopprijs) aanzienlijk hoger is dan de waarde bij de inbreng in de BV, dan zal de fiscus hiervan de zakelijkheid natuurlijk ook inzien. Toch is het verstandig om even vooroverleg te voeren. Dat voorkomt veel discussie achteraf.

Uiteraard geldt ook hier dat u de lijfrenteovereenkomst goed moet vastleggen en de lijfrente op de juiste manier moet waarderen in de BV.

Streamer: Des te meer het op een vooropgezet plan lijkt om een eigen ‘lijrente’-BV te creëren, des te kritischer zal de fiscus zijn. Bij twijfel ‘niet inhalen’ of vooroverleg lijk op voorhand een goed advies.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015