Bank is niet verantwoordelijk voor fraude met cryptocurrencies

Het Kifid heeft op 18 december 2020 (publicatie: 30 december 2020) uitspraak gedaan in hoeverre een bank de (zorg)verplichtingen heeft geschonden door de betaalopdracht aan een aanbieder van beleggingen in onder meer cryptocurrencies niet te onderzoeken.

Belanghebbende heeft via Online bankieren van zijn betaalrekening een overboeking naar een bedrijf gedaan dat beleggingen en investeringen aanbiedt in onder meer cryptocurrencies. Belanghebbende heeft vanwege het uitblijven van het beloofde rendement geprobeerd zijn inleg terug te krijgen en toen dit niet lukte, ontdekt dat hij is opgelicht.

Belanghebbende vordert van de bank een vergoeding van de schade. Belanghebbende stelt onder andere dat de bank de taak heeft om onderzoek te doen naar de begunstigde(n) van een transactie.

Het Kifid overweegt dat de bank optrad als betaaldienstverlener. De bank is dan gezien artikel 7:533 lid 4 BW gehouden de door belanghebbende opgegeven transacties uit te voeren als, zoals in dit geval, aan de daaraan gestelde voorwaarden is voldaan. Niet is gebleken dat de bank ten tijde van de transactie bekend was dat de gelden naar internetcriminelen werden overgemaakt. Hiervan hoefde de bank ook niet op de hoogte te zijn. Volgens de vaste lijn in haar uitspraken is het Kifid van oordeel dat de bank vanwege haar rol als betaaldienstverlener niet verplicht kan worden om de betaalopdrachten van belanghebbende te onderzoeken. De bank heeft volgens het Kifid de op haar rustende (zorg)verplichtingen derhalve niet geschonden.

Het Kifid wijst de vordering af.

 

Informatie

  • Beleggen
  • Dinsdag 12 januari 2021