Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Behoort afneming Oudedagsreserve tot bijdrage-inkomen Zorgverzekeringswet (Zvw)?

In artikel 43 Zvw is bepaald dat een verzekeringsplichtige een inkomensafhankelijke bijdrage is verschuldigd over het in een kalenderjaar genoten bijdrage-inkomen. Dit bijdrage-inkomen bestaat uit:

  • Loon
  • Belastbare winst uit onderneming
  • Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
  • Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen

In artikel 3.70, lid 2 Wet IB 2001 is bepaald dat de afneming van de Oudedagsreserve in de winst wordt opgenomen. Dat zou betekenen dat de afneming van de Oudedagsreserve dus deel uit maakt van het bijdrage-inkomen voor de Zvw. Dit ligt echter iets genuanceerder. 

De Hoge Raad bepaalde op 23 november 2018 dat sprake was van ongelijke behandeling tussen werknemers en ondernemers, waarvoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat.

 

Als een ondernemer zijn gevormde Oudedagsreserve omzet in een fiscaal gefaciliteerde lijfrente, wordt het bedrag waarmee de Oudedagsreserve in dat verband afneemt, in de winst opgenomen en dus ook in de belastbare winst uit onderneming. Het maakt daarbij niet uit of die omzetting al dan niet in het kader van de staking van de onderneming plaatsvindt.

 

Als het maximum van het bijdrage-inkomen Zvw (€ 57.232 voor 2020) nog niet is bereikt, leidt de afneming van de Oudedagsreserve tot een verhoging van het bijdrage-inkomen en tot extra heffing van de inkomensafhankelijke bijdrage. Met de aftrek van de lijfrentepremies als uitgaven voor inkomensvoorzieningen wordt geen rekening wordt gehouden.

 

Volgens de Hoge Raad leidt deze systematiek tot een ongelijke behandeling tussen verzekeringsplichtigen die in dienstbetrekking een oudedagsvoorziening opbouwen en verzekeringsplichtigen die als ondernemer via dotaties aan de Oudedagsreserve een oudedagsvoorziening opbouwen. In beide gevallen is de ‘dotatie’ weliswaar aftrekbaar, bij de werknemer als pensioenpremie (artikel 11, lid 1, letter j 1o Wet LB) en bij de ondernemer op grond van artikel 3.68 Wet IB 2001. Bij de omzetting van die ‘dotatie’ treedt echter een onbedoeld verschil in behandeling op. De omzetting van de pensioenpremie in een pensioenaanspraak leidt niet tot een verhoging van het bijdrage-inkomen Zvw. Op grond van de omkeerregel (artikel 11 Wet LB) behoort die aanspraak niet tot het loon en dus ook niet tot het bijdrage-inkomen Zvw. De afneming van de Oudedagsreserve in het kader van de omzetting in een lijfrente daarentegen wel.

 

Daarom is in artikel 43, lid 3 Zvw bepaald dat de afneming van de Oudedagsreserve, voor zover deze verband houdt met de omzetting van de Oudedagsreserve in een lijfrente (artikel 3.128 Wet IB 2001), niet tot het bijdrage-inkomen Zvw behoort.

 

Bovenstaand artikel 43, lid 3 Zvw maakt deel uit van de Verzamelwet Volksgezondheid Welzijn en Sport 2020 (Wet VWS 2020), die op 24 februari jl. afgekondigd in het Staatsblad.

 

De inwerkingtreding vindt plaats op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Toekomstvoorzieningen, Vermogen, Pensioen, Pensioen Varia, Sociale zekerheid
  • Zondag 8 maart 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships