Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Belangrijkste wijzigingen 2021 Inkomen

Op 1 januari 2021 zijn een aantal wetten in werking getreden of aangepast, die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. In dit bericht geven we daarvan, met betrekking tot de module Wft Inkomen, een beknopt overzicht. Ook wijzigingen, die later in 2021 ingaan, worden genoemd. Een aantal van deze wijzigen zijn al in eerdere artikelen van Wft Actueel besproken. We adviseren u deze artikelen (genoemd bij de betreffende wijziging) opnieuw een keer na te lezen.

Al eerder in Wft Actueel genoemde wijzigingen 

Compensatie transitievergoeding na bedrijfsbeëindiging MKB(inkomen – 21-09-2020)

Deze wetgeving is op 1 januari 2021 in werking getreden. Over deze vrij complexe regelgeving volgt nog een separaat artikel.

Maatregelen loondoorbetaling bij ziekte  (inkomen – 21-09-2020)

De invoering van het wetsvoorstel  ‘RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen’ lijkt op zijn vroegst in het laatste kwartaal van 2021 te kunnen plaatsvinden.

Wijzigingen recht op kinderopvangtoeslag - Wet Kinderopvang  (inkomen – 21-09-2020)

Eerder nog ‘Verzamelwet kinderopvang’ genoemd. De beoogde ingangsdatum van 1 januari 2021 is gehaald. Er is nu ook recht op kinderopvangtoeslag voor huishoudens waarin de ene partner werkt en de andere partner een permanente Wlz-indicatie heeft. Daarnaast wordt de werkloosheidstermijn van de kinderopvangtoeslag voor zwangere vrouwen verlengd. Als de vrouw werkloos raakt rondom de uitgerekende datum van bevalling, heeft de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof bij werkloosheid geen negatieve invloed meer op de duur van het recht op kinderopvangtoeslag. 

Verhoging kindgebonden budget vanaf het 3e kind  (inkomen – 21-09-2020)

De verhoging is nog iets hoger uitgevallen. Namelijk maximaal € 622 per kind. 

Overige wijzigingen 

Wet verandering koppeling AOW-leeftijd

Als onderdeel van het pensioenakkoord is de AOW-leeftijd in 2025 vastgesteld op 67 jaar. Vanaf 2026 wordt een stijgende levensverwachting nog maar voor 2/3 bij deze AOW-leeftijd opgeteld. De AOW leeftijd in 2026 hangt af van de stijging van de levensverwachting op 1 januari 2021 en is inmiddels vastgesteld op eveneens 67 jaar. 

Verlaging LIV / bedragen jeugd-LIV

Voor een werknemer met een gemiddeld uurloon van € 10,48 of meer, maar niet meer dan € 13,12 heeft de werkgever in 2021 aanspraak op een LIV van € 0,49 per verloond uur met een maximum van € 960 per kalenderjaar. In 2020 was dit nog respectievelijk € 0,51 en € 1.000. De bedragen voor het jeugd-LIV in 2021 worden pas rond 1 juli 2021 bekend gemaakt. Alle tegemoetkomingen over 2021 op de grond van de WTL worden pas medio 2022 uitgekeerd.

Uitschrijving doelgroepregister

Het doelgroepregister is een register waarin mensen staan die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak. Vanaf 1 februari 2020 kan de werknemer zich ook zelf, als hij niet meer aan de voorwaarden voldoet, laten uitschrijven uit het doelgroepregister. Daarmee komen de eventuele voordelen voor de werkgever te vervallen.

Pilot webmodule zzp

Het blijft in arbeidsrelaties vaak moeilijk te bepalen of er sprake is van een zelfstandige opdrachtnemer of van een dienstverband met een werknemer. Het wetsvoorstel om deze beoordeling te koppelen aan (minimum)tarieven is inmiddels vanwege te grote uitvoeringsproblemen ingetrokken. Naast de modelovereenkomsten wordt nu binnen een pilot een webmodule gestart. Deze webmodule is een online vragenlijst waarmee (zakelijke) opdrachtgevers meer duidelijkheid kunnen krijgen over de vraag of een opdracht buiten dienstbetrekking mag worden uitgevoerd. De beoordeling vindt dus plaats op basis van kenmerken van de opdracht; eerder waren eigenschappen van de opdrachtnemer bepalend. Als de opdracht buiten dienstbetrekking mag worden uitgevoerd wordt een opdrachtgevers­verklaring afgegeven. Opdrachtgevers hebben dan de zekerheid dat ze geen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen hoeven te betalen, ervan uitgaande dat de webmodule naar waarheid is ingevuld.

De pilot is op 11 januari 2021 van start gegaan en gaat een half jaar duren. Het opschorten van de handhaving van de wet DBA (die op 1 januari 2021 zou aflopen) is nu verlengd tot in ieder geval de looptijd van de pilot en de tijd die daarna nodig is voor evaluatie. Op zijn vroegst zal handhaving daardoor vanaf 1 oktober 2021 kunnen worden opgestart. Bij kwaadwilligheid is handhaving nu al mogelijk.

Premiepercentages 2021

Premiepercentages werknemersverzekeringen (%)

Premie

Fonds

Uitgaven

Betaald door

2021

2020

AWf laag

Algemeen Werkloosheidsfonds

WW, ZW, re-integratie

Werkgever

2,70

2,94

AWf hoog

Algemeen Werkloosheidsfonds

WW, ZW, re-integratie

Werkgever

7,70

7,94

Ufo

Uitvoeringsfonds, alleen voor de overheid

ZW, WAZO, WGA overheid

Werkgever

0,68

0,68

Uok (opslag op AOF)

Uniforme opslag kinderopvang

Kinderopvang

Werkgever

0,50

0,50

Aof

Arbeidsongeschiktheidsfonds

WAO, WIA, WAZ, WAZO

Werkgever

7,03

6,77

Whk

Werkhervattingskas (gemiddeld)

WGA, ZW-flex

Werkgever (50% van de WGA-premie mag netto op de werknemer verhaald worden)

1,36

1,28

Overige parameters Whk 2021

 

ZW en WGA

ZW

WGA

 

2021

2020

2021

2020

2021

2020

 

Gemiddeld loon

€ 34.600

€ 33.700

 

 

 

 

Grens (middel) grote/kleine werkgever

€ 346.000

€ 337.000

 

 

 

 

Grens grote werkgever

€ 3.460.000

€ 3.370.000

 

 

 

 

 

Gemiddeld percentage

 

 

0,58%

0,52%

0,78%

0,76%

Minimumpremie grote werkgever

 

 

0,14%

0,13%

0,19%

0,19%

Maximumpremie grote werkgever

 

 

2,32%

2,08%

3,12%

3,04%

Gemiddeld werkgeversrisico

 

 

0,35%

0,32%

0,52%

0,48%

Correctiefactor werkgeversrisico

 

 

1,24

1,21

1,12

1,18

Gedifferentieerde Aof premie per 1 januari 2022

De Tweede Kamer is op 10 december 2020 akkoord gegaan met een wetsvoorstel om per 1 januari 2022 een gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) in te voeren. Vanaf 1 januari 2022 gaan grote en middelgrote werkgevers een hogere premie betalen dan kleinere werkgevers. De grens tussen klein en (middel) groot ligt bij een loonsom tot en met 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per jaar. Oftewel werkgevers met een loonsom tot  € 865.000 worden gezien als een kleine werkgever. Zij betalen maximaal 2% procentpunten minder dan (middel)grote werkgevers. 

De premie voor het Aof wordt bekend gemaakt tezamen met de beschikking van de Werkhervattingskas. Voor de Werkhervattingskas (WHK) gaat vanaf 1 januari 2022 de grens van een kleine werkgever van 10 maal naar 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per jaar zodat voor de WHK en de Aof dezelfde grens voor kleine werkgevers geldt. 

De reden van de lagere premie voor kleine werkgevers is dat het kabinet kleine werkgevers financieel tegemoet wil komen voor de kosten van loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie omdat eind 2018 besloten is om de loondoorbetalingsplicht voor kleine bedrijven niet terug te brengen naar één jaar. De gedachte is dat kleine werkgevers de middelen moeten hebben om zich goed te verzekeren via bijvoorbeeld de MKB-verzuim-ontzorgverzekering.

Vereenvoudiging Wet banenafspraak per 1 januari 2022

In 2013 is overeengekomen dat er tot en met 2025 in totaal 125.000 extra banen bijkomen voor mensen met een arbeidsbeperking. Hiervoor is een ingewikkelde Wet banenafspraak ontwikkeld. Gezien de complexe uitvoering is ervoor gekozen om deze Wet banenafspraak te vereenvoudigen. Het doel blijft de realisering van 125.000 banen structureel, dus ook na 2026.

Door de vereenvoudiging is er geen ingewikkelde inleenadministratie meer nodig is om bij te houden welke baan bij welke werkgever is gerealiseerd. Belangrijker is dat de werknemers zelf daadwerkelijk aan de slag zijn. Ook verdwijnt het onderscheid tussen de sector overheid en de sector niet-overheid met ingang van 1 januari 2022.

In plaats van een boete (quotum) komt er een positief systeem van belonen als de werkgever mensen met een arbeidsbeperking in dienst neemt. Alle werkgevers betalen een ‘inclusiviteitsopslag’ bovenop de Aof-premie. Ze krijgen een beloning bij goed presteren oftewel een bonus. Voor de uitvoering van deze bonus wordt aangesloten bij het huidige loonkostenvoordeel voor de Banenafspraak. De bonus bedraagt € 5.000 per gerealiseerde baan van gemiddeld 25,5 uur per week.

Deze bonus en de inclusiviteitsopslag zijn precies in balans als de werkgever het volgens de quotumregeling benodigde aantal banen heeft gerealiseerd. En er ontstaat voor de werkgever een financieel voordeel als de werkgever meer banen verwezenlijkt. Daarentegen ontstaat door de wisselwerking tussen de inclusiviteitsopslag en de bonus dat werkgevers die onvoldoende banen realiseren netto een heffing betalen.

Informatie

  • Inkomen
  • EQF 5
  • Woensdag 13 januari 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships