Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Belangrijkste wijzigingen Vermogen 2021

Op 1 januari 2021 zijn diverse wijzigingen doorgevoerd die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. In dit bericht geven we daarvan een beknopt overzicht met betrekking tot de module Vermogen.

Zie voor enkele algemene wijzigingen per 1 januari 2021 het bericht 'Wijzigingen Wft Basis per 1 januari 2021’ (zie Externe bronnen).

Algemene relevante belastingwijzigingen

In het januaribericht van Basis zijn de belangrijkste fiscale wijzigingen opgenomen. Voor de adviseur Vermogen voegen we daar wat extra informatie aan toe. 

Tarief box 2

In het Belastingplan 2020 was toegezegd dat het IB-tarief in box 2 (aanmerkelijk belang) stapsgewijs omhoog zou gaan. Daar stond tegenover dat het tarief voor de Vennootschapsbelasting (Vpb) verlaagd zou worden. Deze plannen zijn echter aangepast in Belastingplan 2021. Het hoge tarief Vpb wordt niet verlaagd, maar de schijfgrens gaat omhoog.  

Die ontwikkeling ziet er als volgt uit: 

Belastingjaar

Vpb 
laag tarief

Grens laag tarief

Vpb 
hoog tarief
(voor zover winst boven grens)

IB-tarief
box 2

2020

16,5%

€ 200.000

25%

26,25%

2021

15%

€ 245.000

25%

26,9%

2022

15%

€ 395.000

25%

26,9%

Afbouw zelfstandigenaftrek en tariefmaatregel

De zelfstandigenaftrek is al enkele jaren gelijk gebleven en bedroeg in 2019 nog
€ 7.280. Vanaf 2020 wordt de zelfstandigenaftrek echter afgebouwd tot € 3.240 in 2036. In 2021 is de zelfstandigenaftrek nog € 6.670 (2020: € 7.030).

Omdat de tariefmaatregel (aftrekbeperkende maatregel) ook in 2020 is ingegaan en geldt voor zowel de zelfstandigenaftrek als de MKB-winstvrijstelling, merken IB-ondernemers met een relatief hoge winst uit onderneming dat ze de komende jaren meer inkomstenbelasting moeten betalen. 

Sociale zekerheid

Per 1 januari 2021 zijn de AOW, Anw, WW, WIA, TW, Bijstandsuitkering, IOW, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2021 omdat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon dan wel het wettelijk maximum dagloon. Voor iedereen van 21 jaar en ouder is het wettelijk minimumloon in 2021 € 1.684,80 bruto per maand (januari 2020 € 1.653,60 bruto per maand), uitgaand van een voltijds dienstverband. Overigens wordt het wettelijk minimumloon halfjaarlijks aangepast.

Voor bijstandsgerechtigden gelden vanaf 2021 de volgende vermogensvrijstellingen:

  • € 6.295 (2020: € 6.225) voor een alleenstaande
  • € 12.590 (2020: € 12.450) voor een alleenstaande ouder of voor een gezamenlijke huishouding
  • € 53.000 (2020: € 52.500) voor de overwaarde van een eigen woning

Het maximum dagloon bedraagt per 1 januari 2021 € 223,40 per dag (2020: € 219,28 per dag). Dat is op jaarbasis € 58.311 (2020: € 57.232,08).

De maxima voor een WW-uitkering stijgen daardoor tot € 3.644,44 (75%) voor de eerste twee maanden en daarna € 3.401,48 per maand (70%). Deze bedragen zijn inclusief vakantiegeld.

Ook de maxima van de IVA en WGA zijn hierdoor veranderd.

AOW

De AOW-leeftijd verloopt als volgt:

Jaar

AOW-leeftijd

2020

66 + 4 maanden

2021

66 + 4 maanden

2022

66 + 7 maanden

2023

66 + 10 maanden

2024

67

2025

67

2026

67

2027

Nog niet bekend


In december 2020 is het wetsvoorstel temporisering verhoging AOW-leeftijd definitief aangenomen. Er was al besloten dat de AOW-leeftijd tot en met 2025 niet zou stijgen tot boven de 67 jaar. Vanaf 2026 stijgt de AOW-leeftijd slechts met 8/12e x de stijgende levensverwachting. Omdat de levensverwachting in 2020 niet of nauwelijks gestegen is, blijft de AOW-leeftijd in 2026 ook 67 jaar.

Omdat de AOW-bedragen zijn aangepast, wordt de minimale AOW-franchise voor pensioenregelingen van werknemers aangepast. In 2021 zijn de minimale AOW-franchises:

  • Voor een eindloonregeling € 16.458 (2020: € 16.030)
  • Voor een middelloonregeling/beschikbare premieregeling € 14.544
    (2020: € 14.167)

Bij lagere opbouw gelden lagere bedragen. Ook gelden voor Eigen Beheer nog aparte franchises.

Pensioen

Pensioenopbouw

De opbouwpercentages voor middel- en eindloonregelingen zijn per 1 januari 2021 niet aangepast en blijven:

  • Voor middelloonregelingen maximaal 1,875%
  • Voor eindloonregelingen maximaal 1,657%

De pensioenrichtleeftijd is op 1 januari 2021 ongewijzigd gebleven op 68 jaar. Dat betekent dat voor pensioenregelingen waarbij de pensioenleeftijd lager ligt dan 68 jaar, de opbouwpercentages lager zijn.

Pensioenopbouw met gebruik van de omkeerregeling is bovendien gemaximeerd op
€ 112.189 (2020: € 110.111). Daarboven is alleen nettopensioen mogelijk (met een vrijstelling in box 3).

Kleine pensioenen

Kleine pensioenen zijn (ouderdoms)pensioenen die lager zijn dan € 503,24
(2020: € 497,27) per jaar. Sinds 1 januari 2019 kunnen pensioenuitvoerders deze pensioenen automatisch overdragen bij wisseling van werkgevers.

Het is bovendien mogelijk deze kleine pensioenen af te kopen. De afkoop is wel belast, maar er is geen revisierente verschuldigd.

Introductie Mijnwaardeoverdracht.nl

Pensioenuitvoerders APG, PGGM en NN hebben samen met pensioenspecialist Blue Sky Group een website gelanceerd: Mijnwaardeoverdracht.nl. Op deze website kunnen deelnemers een individuele waardeoverdracht regelen. Het is de bedoeling dat op termijn alle pensioenuitvoerders zich aansluiten bij deze site, vergelijkbaar met mijnpensioenoverzicht.nl.

De site is bedoeld voor deelnemers aan een pensioenregeling, die nog oude aanspraken hebben als ex-deelnemer. Het kan voordelig zijn om waardeoverdracht toe te passen, door een of meerdere oude aanspraken samen te voegen.

Mijnwaardeoverdracht.nl zoekt de pensioenen voor de deelnemer op en geeft hem direct de mogelijkheid om een voorstel voor waardeoverdracht in te zien. De huidige pensioenuitvoerder van de deelnemer zal hiertoe een voorstel maken.

Alle belangrijke onderdelen komen aan bod in het voorstel om een goede vergelijking te kunnen maken tussen beide pensioenregelingen. Indien gewenst kan de deelnemer de waardeoverdracht op mijnwaardeoverdracht.nl direct of op een later moment regelen.

Het gebruik van Mijnwaardeoverdracht.nl is voor de deelnemer gratis. Hij moet inloggen via DigiD om zijn persoonlijke gegevens en pensioenaanspraken automatisch op te halen.

Lijfrenten

De jaarruimte met betrekking tot uitgaven voor inkomensvoorzieningen bedraagt in 2021 maximaal € 13.236 (2020: € 12.986). Er geldt een maximale premiegrondslag van
€ 112.189 (2020: € 110.111) -/- de AOW-franchise van € 12.672 (2020: € 12.472) =
€ 99.517.

De formule voor de jaarruimte is ongewijzigd ten opzichte van 2020, behoudens de franchise dus:

13,3% x (gemaximeerd inkomen -/- € 12.672) -/- 6,27 x Pensioenaangroei -/- toevoeging OR.

De maximale jaarruimte kan ook als volgt berekend worden:

13,3% x (€ 112.189 -/- € 12.672) = € 13.236. Er wordt in het voordeel van de belastingplichtige afgerond op hele euro’s.

De reserveringsruimte bedraagt maximaal € 7.489 (2020: € 7.371) maar ten hoogste 17% van de geldende premiegrondslag (maximaal € 14.785 voor belastingplichtigen die aan het begin van het kalenderjaar een leeftijd hebben bereikt van 56 jaar en vier maanden (2020: € 14.552 vanaf 56 jaar en vier maanden)).

De maximale jaaruitkering voor de tijdelijke oudedagslijfrente is € 22.443
(2020: € 22.089).

De fiscaalverzachtende afkoopregeling voor zogenaamde kleine lijfrenteverzekeringen met een waarde in het economisch verkeer wordt maximaal € 4.547 (2020: € 4.475).

De dotatie aan de oudedagsreserve (OR) wordt 9,44% van de winst (gelijk aan 2020). De absolute jaarlijkse maximumdotatie is in 2021 € 9.395 (2020: € 9.218).

De lijfrentepremieaftrek voor stakende ondernemers wordt respectievelijk € 474.517,
€ 237.267 of € 118.640 (2020: € 467.044, € 233.530 of € 116.771), afhankelijk van de leeftijd op het moment van staken, dan wel de mate van arbeidsongeschiktheid of het direct laten ingaan van de uitkeringen.

Lijfrentepremie valt niet onder tariefmaatregel

Ondanks de tariefmaatregel, waarbij een beperking wordt opgelegd in het maximale aftrektarief van diverse aftrekposten, geldt deze maatregel niet voor lijfrenten. Indien iemand met de top van zijn inkomen in de hoogste IB-schijf zit (49,5% in 2021), dan kan de premie ook tegen dat tarief afgetrokken worden (mits de hele storting in het toptarief valt en valt binnen de jaar- en reserveringsruimte).

Saldolijfrenten

Op 31 december 2020 is het overgangsrecht voor saldolijfrenten vervallen. Dit geldt echter niet voor hybride saldolijfrenten: dat zijn lijfrenten waarvan de premie deels voor aftrek in aanmerking kwam.

Zuivere saldolijfrenten die in 2021 nog bestaan, vallen vanaf dat moment als ‘gewoon’ vermogen in box 3 en worden daar ook belast. Over de waarde op 31 december 2020 moet afgerekend worden in box 1.

Levensloopregeling

In het Prinsjesdagbericht Vermogen 2020 berichtten wij u al over het vervallen van de levensloopregeling in 2021. Samengevat gebeurt er dit jaar het volgende met nog bestaande levensloopregelingen:

  • Het niet-opgenomen levenslooptegoed komt fictief tot uitkering op 1 november 2021. Dan kan er al vóór 1-1-2022 belasting over betaald zijn
  • Instellingen die belasting moeten inhouden, hoeven geen rekening te houden met heffingskortingen. Dan wordt het namelijk te complex. Dat kan de belastingplichtige zelf verwerken in zijn aangifte
  • Tot en met 31 oktober 2021 blijft de huidige mogelijkheid bestaan om de waarde van de levensloopaanspraak op te nemen door middel van het op verzoek geheel of gedeeltelijk via de (ex-)werkgever laten uitbetalen van de waarde van de levensloopaanspraak. Indien de (ex-)werknemer hier gebruik van wil maken, dient hij dit uiterlijk op een door de uitvoerder te bepalen moment (bijvoorbeeld uiterlijk 30 september 2021) gezamenlijk met zijn
    (ex-)werkgever aan te geven. In dat geval zal de (ex-)werkgever gehouden zijn de uitkeringen die voortvloeien uit de levensloopregeling tot het loon te rekenen. Er wordt in de OFM niet uitgelegd hoe je dit moet doen als de ex-werkgever niet meer bestaat. Uit de voorgaande tekst blijkt dat het aannemelijk is dat afspraken tussen de ex-werknemer en de uitvoerder in dat geval zullen volstaan

Wat niet verandert is de wijze van belasten van de levensloopuitkering.

Als de belastingplichtige op 1 januari 2021 jonger is dan 61 jaar, dan is de aanspraak belast als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.

Is de belastingplichtige op 1 januari 2021 61 jaar of ouder, dan wordt het belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.

Over de uitkering hoeft de instelling in elk geval geen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet in te houden. Dat geldt ook voor premies werknemersverzekeringen.

De belastingdienst heeft in december 2020 verduidelijkt dat in 2021 geen gebruik meer gemaakt kan worden van de mogelijkheid om het levenslooptegoed te gebruiken voor een onbelaste aankoop van verlof. Het levenslooptegoed kan tot en met 31 oktober 2021 nog wel (onbelast) omgezet worden in een pensioenaanspraak. Dit laatste kan alleen als de pensioenregeling daardoor niet bovenmatig wordt (te hoog).

Kapitaalverzekeringen Eigen Woning (KEW)

Onder dit kopje wordt onder een KEW mede verstaan de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) of het Beleggingsrecht Eigen Woning (BEW).

De KEW-vrijstelling van 2021 is € 171.000 (2020: € 168.500) per belastingplichtige.

Schenkbelasting

De tariefschijf en vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting wijzigen op 1 januari 2021.

De eerste tariefschijf voor de schenk- en erfbelasting gaat omhoog naar € 128.751 (2020: € 126.723).

De vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting worden allen geïndexeerd. Voor kinderen en overige verkrijgers, geldt bovendien een éénmalige verhoging van de schenkbelasting € 1.000 voor 2021. Voor overige verkrijgers geldt deze verhoging ook voor de erfbelasting (en dus niet voor kinderen). In 2022 zal de vrijstelling voor die groepen dus weer verlaagd worden met € 1.000. Het argument voor deze eenmalige verhoging is de coronacrisis.

De vrijstellingen voor de schenkbelasting bedragen in 2021:

  • Kinderen (jaarlijks): € 6.604 inclusief de eenmalige verhoging (2020: € 5.515)
  • Kinderen 18-40 jaar (eenmalig): € 26.881 (2020: € 26.457)
  • Kinderen 18-40 jaar (eenmalig) indien schenking wordt aangewend voor een dure studie: € 55.996 (2020: € 55.114)
  • Extra verhoogde vrijstelling ten behoeve van de eigen woning: € 105.302 (2020: € 103.643)
  • Overige verkrijgers: € 3.244 inclusief de eenmalige verhoging (2020: € 2.208)

Erfbelasting

De vrijstellingen voor de erfbelasting bedragen in 2021:

  • Partners: € 671.910 (2020: € 661.328)
  • Kinderen en kleinkinderen: € 21.282 (2020: € 20.946)
  • Bepaalde zieke en gehandicapte kinderen: € 63.836 (2020: € 62.830)
  • Ouders: € 50.397 (2020: € 49.603)
  • Overige verkrijgers: € 3.244 inclusief de eenmalige verhoging (2020: € 2.208)

Informatie

  • Vermogen
  • EQF 6
  • Donderdag 7 januari 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships