Benoeming bewindvoerder wijkt af van levenstestament

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 12 november 2019 uitspraak gedaan of de benoeming van een opvolgend bewindvoerder in strijd is met de uitgesproken voorkeur in het levenstestament.

Rechthebbende heeft twee dochters en twee zonen. Rechthebbende verblijft sinds 2018 in een verpleegtehuis. De rechter heeft een bewind over het vermogen van rechthebbende en tevens een mentorschap ingesteld. Met ingang van december 2018 is de bewindvoerder ontslagen en is er een nieuwe onafhankelijke bewindvoerder benoemd.

 

De dochters en een van de zonen zijn het niet eens met de benoeming van de nieuwe bewindvoerder. Zij verzoeken gezien het in 2013 opgemaakte levenstestament van rechthebbende een van de dochters tot opvolgend bewindvoerder te benoemen. De andere zoon is het hier echter niet mee eens.

 

Hof Arnhem-Leeuwarden overweegt dat sinds de aanvang van de onderbewindstelling in 2015 de dochter nooit de bewindvoerder van rechthebbende is geweest en dat is gebleken dat rechthebbende haar voorkeur voor haar dochter niet heeft gehandhaafd. Het hof is dan ook van oordeel dat de in het levenstestament uitgesproken uitdrukkelijke voorkeur van rechthebbende door de feitelijke gang van zaken is achterhaald.

 

Het hof vindt het verder niet in het belang van rechthebbende om de dochter als bewindvoerder te benoemen. Er is hier sprake van zeer complexe familieverhoudingen met veel wantrouwen en een gebrek aan (behoorlijke) communicatie.

 

Het hof bekrachtigt de benoeming van de opvolgend bewindvoerder.

Informatie

  • Recht: Overig
  • Maandag 25 november 2019