Beroep op financieringsvoorbehoud

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt over een beroep op een financieringsvoorbehoud.

Er wordt een appartement gekocht onder voorbehoud van financiering. Dit voorbehoud wordt ingeroepen. De vraag is echter of die inroeping rechtsgeldig is of niet. De koper vindt dat hij er alles aan gedaan heeft wat nodig was en dat het alleen aan de starre houding van de verkoper ligt dat het voorbehoud ingeroepen moest worden.

Rechtbank Midden-Nederland stelt vast dat het inroepen van het financieringsvoorbehoud an sich op tijd is gedaan. De vraag is echter of die inroeping voldoende gedocumenteerd is. De koper overlegt hiervoor e-mailcorrespondentie met een bank, waaruit volgt dat er nog geen zekerheid gegeven kan worden over een aanbod omdat het inkomen van de partner nog niet kan worden vastgesteld. De rechtbank toetst of dit voldoet aan de omschrijving van het financieringsvoorbehoud en concludeert dat dit niet het geval is. Er moet volgens de tekst van het financieringsvoorbehoud echter een aanvraagformulier met vermelding van aangevraagde bedrag en beargumenteerde afwijzing overlegd worden. ‘Koper’ heeft niet de vereiste documenten overlegd en niet voldaan aan de informatieverzoeken van de gehoopte geldverstrekker. Het appartement is vrij snel alsnog verkocht, maar de rechtbank matigt de boete niet. Dat de daadwerkelijke schade lager ligt, is niet van voldoende belang. Het niet willen meewerken aan verlenging van de termijn voor het inroepen van het financieringsvoorbehoud is ook niet doorslaggevend. De persoonlijke financiële omstandigheden van ‘koper’ en niet het handelen of nalaten van ‘verkoper’ hebben dit veroorzaakt.

Informatie

  • Hypothecair Krediet
  • Dinsdag 17 november 2020