Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Bestuurder hoofdelijk aansprakelijk achterstallige pensioenpremie St. PFZW

Op 10 maart 2020 heef Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak gedaan over de hoofdelijke aansprakelijkheid van een bestuurder van een ondernemer voor verzuim van afdracht van pensioenpremies aan Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn. De uitspraak werd op 20 april jl. gepubliceerd.

In artikel, 23 lid 2 Wet Bpf 2000 is bepaald dat, nadat is gebleken dat de onderneming niet in staat is de pensioenpremies te betalen, de bestuurder van een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam hiervan onverwijld melding moet (laten) doen het bedrijfstakpensioenfonds (Bpf).

 

Heeft de melding van de betalingsonmacht aan het Bpf plaatsgevonden, dan is de bestuurder aansprakelijk indien aannemelijk is dat het niet betalen van de pensioenpremie het gevolg is van aan de bestuurder te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaar voorafgaand aan de melding (lid 3).

Heeft de melding van de betalingsonmacht aan het Bpf niet plaatsgevonden, dan wordt op grond van artikel 23, lid 4 Wet Bpf 200 vermoed dat het niet betalen van de pensioenpremies aan de bestuurder is te wijten. In dat geval wordt de drie-jaarsperiode geacht te zijn ingegaan op het moment waarop de mededeling had moeten plaatsvinden. In het Besluit meldingsregeling Wet Bpf 2000 zijn is onder andere bepaald dat die melding schriftelijk moet plaatsvinden en inzicht moet verschaffen in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de pensioenpremies niet betaald kunnen worden.

 

Volgens het Bpf is geen formele mededeling van betalingsonmacht gedaan.  De bestuurder stelt zich op het standpunt dat de mededelingsplicht is vervallen, omdat het Bpf ruimschoots vóór de verzending van de oudste factuur op de hoogte was van grote en structurele liquiditeitstekorten van de onderneming en het daarom onmogelijk was die facturen volledig en op tijd te betalen.

 

Het Gerechtshof stelt echter dat het enkele feit dat het Bpf op de hoogte was van de slechte financiële positie van de vennootschap de bestuurder niet ontslaat van de officiële meldingsplicht van de betalingsonmacht. Volgens het Hof is overleg over de juiste wijze van aanlevering van correcte gegevens en over de slecht financiële positie van de onderneming iets anders dan de formele mededeling van de betalingsonmacht.

 

Ook een vermeend e-mailbericht aan het Bpf, dat aldaar niet is ontvangen en het bovenstaande zou ontkrachten, mist werking. Met behulp van diverse zoektermen is naar het e-mailbericht bericht gezocht, maar het werd niet aangetroffen in de mailbox van het Bpf. Ook als zou komen te staan dat het e-mailbericht zou zijn verzonden, valt dit het Bpf niet aan te rekenen.

 

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Hof Arnhem/Leeuwarden, Verplichtstelling
  • Maandag 4 mei 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships