Bij afkoop lijfrente geen revisierente verschuldigd wegens gewekt vertrouwen

Dit bericht betreft een samenvatting van een uitspraak van het Hof Den Haag.

Op 4 augustus 2020 heeft het Hof Den Haag uitspraak gedaan in een zaak waarbij in geschil was of bij afkoop van een lijfrente terecht revisierente in rekening is gebracht (BK 19/00528). Meer specifiek was in geschil of door de informatie op de website van de Belastingdienst bij belanghebbende het in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt dat hem geen revisierente in rekening zou worden gebracht.

Belanghebbende heeft in 1989 een lijfrenteverzekering afgesloten bij De Amersfoortse Verzekeringen (De Amersfoortse). De einddatum van de lijfrenteverzekering lag in 2015. In 2001 heeft een aanpassing van de poliswaarden van de lijfrenteverzekering plaatsgevonden in verband met de wijziging van het belastingstelsel per 1 januari 2001. Daarbij is de jaarlijks verschuldigde premie van € 16.863 (bij de afsluiting van de polis vastgesteld voor de periode vanaf de ingangsdatum in 1989 tot en met de einddatum in 2015) niet gewijzigd. De premies voor de lijfrenteverzekering zijn zowel vóór als na 1
januari 2001 jaarlijks in aftrek gebracht in belanghebbendes aangiften IB/PVV.

In correspondentie aan belanghebbende heeft De Amersfoortse onder andere meegedeeld dat op het tot 1 januari opgebouwde deel van de verzekering in de uitkeringsfase de oude fiscale wetgeving van kracht blijft. Daarnaast heeft De Amersfoortse meegedeeld dat zijn verzekering is aangepast aan de nieuwe fiscale regels en dat hierdoor de mogelijkheid van lijfrentepremie-aftrek op zijn inkomen behouden wordt. De tot 2001 opgebouwde waarde blijft onder de oude, gunstige, fiscale regeling vallen.

In de gewijzigde lijfrentepolis in de volgende tekst opgenomen:

“(…) Indien de premie(s) voor een aanspraak op periodieke uitkeringen en verstrekkingen als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking word(t)(en) genomen, waarvoor De Amersfoortse, voor belasting die door de verzekeringnemer of de gerechtigde(n) of de begunstigde(n) is/zijn verschuldigd alsmede voor de revisierente, aansprakelijk kan worden gesteld, behoudt De Amersfoortse zich het recht voor: (…)". 

Belanghebbende heeft zijn lijfrente in 2015 afgekocht. Hij heeft zich bij de beslissing tot afkoop van de lijfrenteverzekering laten leiden door de informatie die is weergegeven op de website van de Belastingdienst. Wegens de afkoop in 2015 van de lijfrenteverzekering is aan belanghebbende revisierente in rekening gebracht. Op de vraag of door de betreffende informatie op de website van de Belastingdienst bij belanghebbende het in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt dat
hem geen revisierente in rekening zou worden gebracht, antwoordt het hof bevestigend.

Het hof heeft geoordeeld dat belanghebbende de onjuistheid van zijn - begrijpelijke - lezing van de informatie op de website van de Belastingdienst niet redelijkerwijs had kunnen en moeten beseffen. Daaraan doet niet af dat hij tevens een verzekeringstussenpersoon heeft geraadpleegd. Wat betreft de vraag of de revisierente 'daarenboven geleden schade' is in de zin van het arrest HR 26 september 1979, nr. 19 250, BNB 1979/311 (dispositievereiste), stelt het hof - in het kader van de interpretatie van het zogenoemde dispositievereiste - drie verschillende interpretaties van die term naast elkaar en kiest vervolgens voor één daarvan (r.o. 5.16.2). Op grond daarvan moet de in rekening gebrachte revisierente in dit geval worden aangemerkt als ‘daarenboven geleden schade’ in zoëven bedoelde zin.

Het hof oordeelt het hoger beroep van de inspecteur in deze zaak ongegrond. De uitspraak is gepubliceerd op17 september 2020.

Informatie

  • Fiscale Aspecten, Toekomstvoorzieningen, Estate Planning, Flexiblisering werk & pensioen, Financieel Gezond & Pensioenplanning, Vermogen, Inkomen, Pensioen, Fiscaal: Wet IB, Pensioen IB-ondernemer, Fiscale sancties
  • Donderdag 24 september 2020