Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) past tweetal handreikingen aan

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft op 30 april 2021 een tweetal handreikingen aangepast. Het betreft de:

  • Handreiking vaststellen compensatie ter voorkoming van een belaste schenking bij uitfasering pensioen in eigen beheer
  • Handreiking voor de interpretatie van het begrip “Regeling voor vervroegde uittreding”

Daarnaast is V&A 05-006 betreffende het overboeken van een saldo van levensloopregeling naar een pensioenregeling verduidelijkt.

Handreiking vaststellen compensatie ter voorkoming van een belaste schenking uitfasering PEB

De Handreiking vaststellen compensatie ter voorkoming van een belaste schenking bij uitfasering pensioen in eigen beheer behandelt diverse aspecten van de compensatie ter voorkoming van de belaste schenking als gevolg het prijsgeven van pensioen in het kader van uitfaseren van pensioen in eigen beheer.

In de oude versie (11-12-2020) was onder andere bepaald dat geen sprake was van een belaste schenking, en dus ook geen noodzaak bestond tot een passende compensatie als:

  • De partners in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd (50 : 50)
  • Er een altijd werkend wederkerig finaal verrekenbeding is afgesproken, alsof er algehele gemeenschap van goederen geldt
  • Er een altijd werkend periodiek verrekenbeding is afgesproken, alsof er algehele gemeenschap van goederen geldt, waaraan ook feitelijk uitvoering is gegeven

In de nieuwe versie van de handreiking is de laatste bullet verwijderd.

Handreiking voor de interpretatie van het begrip “Regeling voor vervroegde uittreding”

Op 22 juni 2018 bepaalde de Hoge Raad dat het bij de beoordeling of een regeling een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) is, als bedoeld in artikel 32ba Wet LB, gaat om de objectieve voorwaarden en kenmerken van de regeling. In deze handreiking wordt het arrest kort besproken en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de praktijk. Tot slot wordt in onderdeel 5 een aantal voorwaarden voor de toepassing van de tijdelijke RVU-drempelvrijstelling van artikel 32ba, zevende lid, Wet LB behandeld.

In de oude versie (05-02-2021) was bepaald dat de drempelvrijstelling enkel van toepassing was op uitkeringen uit een RVU die plaatsvinden in de periode vanaf 36 maanden voorafgaande aan de AOW-leeftijd van een werknemer. Wordt aan deze 36-maandeneis niet voldaan, dan is de RVU-drempelvrijstelling niet van toepassing en is RVU-heffing verschuldigd over de volledige uitkering.

In de nieuwe versie van 30-04-2021 is dit gewijzigd. Als aan de 36-maanden-eis niet is voldaan, is alleen voor zover RVU-uitkeringen meer dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd worden uitgekeerd, over de uitkeringen de RVU-heffing verschuldigd.

V&A 05-006

V&A 05-006 gaat over de mogelijkheid het saldo van de levensloopregeling geheel of gedeeltelijk over te boeken naar een pensioenregeling.

Ten opzichte van de oude versie (04-04-2018) wordt in de nieuwe versie verwezen naar de Handreiking inhaal en inkoop van pensioen, om te bepalen in hoeverre er fiscale ruimte bestaat om het saldo van een levensloopregeling te gebruiken voor extra pensioen. Daarbij worden nog een tweetal punten onder de aandacht gebracht:

  • Om het levensloopsaldo te kunnen omzetten in pensioen moet de pensioenregeling voorzien in de mogelijkheid van inhaal of inkoop van pensioen
  • Het is fiscaal niet toegestaan om het levensloopsaldo zonder inhouding van loonheffingen eerst over te maken naar de werknemer, die het saldo vervolgens doorstort naar de pensioenuitvoerder

Ten overvloede zij opgemerkt dat het levensloopsaldo niet kan worden gebruikt voor extra pensioen in eigen beheer, omdat sinds de invoering van de Wet uitfasering PEB geen extra pensioen in eigen beheer meer kan ontstaan.

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Pensioen Fiscaal, Pensioen LB, PEB
  • Maandag 10 mei 2021