Centraal Planbureau (CPB): “Geef meer ruimte voor keuzes bij vermogensopbouw”

Het CPB heeft in een Nieuwsbericht gepleit voor het versoepelen van de aflossingseis van hypothecaire leningen en voor een flexibelere vormgeving van het pensioenstelsel.

Veel van de vermogens zit vast in de eigenwoning en/of in pensioen, zodat er maar weinig ruimte is voor het opbouwen van een direct beschikbare financiële buffer in de vorm van spaargeld.

Deze vermogensopbouw is weliswaar de resultante van zelf gemaakte ‘vrije’ keuzes en het (individuele) economische klimaat, maar bij het maken van die keuzes en het nemen van financiële beslissingen wordt de speelruimte in belangrijke mate gedicteerd door de overheid.

Verplichte pensioenopbouw, hypotheekrenteaftrek en aflossingsplicht (na 30 jaar) zorgen ervoor dat dat er grote verschillen tussen bepaalde groeperingen ontstaan. Zo is er een groot verschil tussen de vermogensopbouw van woningbezitters en huurders.

Huurders en lager opgeleiden zijn financieel veel kwetsbaarder, omdat ze over veel minder liquide vermogen beschikken. Die financiële kwetsbaarheid geldt overigens voor alle huishoudens die te weinig liquide vermogen achter de hand hebben om tegenvallers op te kunnen vangen.

Het CPB heeft in dat kader veel beleidsopties verkend, die belemmeringen kunnen wegnemen en mogelijk meer samenhang in het beleid kunnen brengen. Bijvoorbeeld het vervlechten van pensioen en eigenwoningbezit. Zit er veel overwaarde in de woning dan zou overwogen kunnen worden om minder verplicht pensioen op te bouwen. Een andere mogelijkheid is jongeren een lager en ouderen een hoger premiepercentage te laten betalen. Maar dat is niet zonder risico, omdat dit in sommige gevallen kan leiden tot onvoldoende pensioenopbouw. Ook het verlagen van de hypothecaire aflossingseis, waardoor niet de gehele hypothecaire schuld maar slechts een deel (50%) afgelost hoeft te worden kan een bijdrage leveren om meer ruimte te creëren voor consumptie of vermogensopbouw.

Bij een optimale vermogensopbouw wordt enerzijds voor de ‘oude dag’ gespaard en wordt anderzijds een liquide vermogen opgebouwd om onvoorziene tegenvallers op vangen. Dat is per huishouden verschillend. Volgens het Nibud varieert de minimum buffer tussen € 3.500 en € 6.000, maar huishoudens die rekening willen houden met inkomensverlies moeten aanzienlijk meer opzij zetten.

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Pensioen Algemeen
  • Maandag 10 mei 2021