Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Covid 19 maatregelen: Tozo en Togs

Op 17 maart 2020 heeft het kabinet een groot aantal maatregelen afgekondigd om de economische effecten van het Covid-19-virus (Coronavirus) zo veel mogelijk te verzachten. Verschillende regelingen zijn in de weken daarna uitgewerkt en opengesteld voor door het Covid 19virus getroffen ondernemers (en particulieren). Vooral over de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo), de ‘Tegemoetkoming voor ondernemers getroffen sectoren’ (Togs), en de ‘Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid’ (NOW) is meer duidelijkheid gekomen.

In deze module wordt ingegaan op de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo), de ‘Tegemoetkoming voor ondernemers getroffen sectoren’ (Togs). In een zelfstandige module wordt ingegaan op de ‘Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid’ (NOW).

1.0 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo)

1.1 Inleiding

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de Covid 19 crisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers en dga’s. Voor de definitie van het begrip ‘zelfstandige’ is aangesloten bij artikel 1 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz, zie externe links). De Tozo voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de Covid 19 crisis tot onder het sociaal minimum daalt (artikel 12 Bbz).

Daarnaast is er de mogelijkheid van een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de Covid 19 crisis op te vangen.

Voor de Tozo geldt, in afwijking op de Bbz, geen toets op het inkomen van de echtgenoot of partner en ook geen vermogenstoets. Dit impliceert dat er zich situaties kunnen voordoen waarin formeel gezien sprake is van een recht op ondersteuning op grond van deze regeling, maar waarin er materieel gezien geen reden is om een beroep te doen op de regeling. Het kabinet doet een nadrukkelijk appel op mensen die de extra ondersteuning niet nodig hebben om af te zien van een aanvraag.

1.2 Looptijd

De Tozo is tijdelijk en geldt voor drie maanden (maart, april en mei 2020). Een aanvraag voor levensonderhoud kan tot en met 31 mei 2020 worden ingediend. De uitkering voor levensonderhoud duurt maximaal drie maanden. Een aanvraag voor een uitkering voor levensonderhoud kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd tot en met 1 maart 2020. Terugwerkende kracht is mogelijk voor alle aanvragen die zijn ingediend binnen de looptijd van de regeling (1 maart tot en met 31 mei 2020).

1.3 Voorwaarden

De Tozo is gebaseerd op de Bbz, maar op punten worden de voorwaarden tijdelijk versoepeld. Om in aanmerking te komen voor de ondersteuning dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

  • De zelfstandige moet in Nederland woonachtig zijn.
  • De zelfstandige moet Nederlander of daarmee zijn gelijkgesteld.
  • De zelfstandige mag de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.
  • Het bedrijf moet in Nederland zijn gevestigd (of de hoofdzakelijke werkzaamheden). Er kunnen zich grensgevallen voordoen, bijvoorbeeld als de ondernemer in Nederland woont, maar zijn onderneming in Duitsland is gevestigd of andersom. Het kabinet vindt het belangrijk dat er voor alle ondernemers goede ondersteuning is. Zie voor de uitwerking van deze situatie: 1.12.
  • De zelfstandige moet voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar ofwel circa 24 uur per week. Zelfstandigen die minder dan een jaar geleden zijn gestart, moeten aannemelijk maken dat ze minimaal 23,5 uur per week werken.
  • De zelfstandige moet bedrijfsmatig actief zijn geweest, waaronder ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel, voordat deze regeling is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

Ga naar FinsourceOne voor het maken van een tussenopdracht

1.4 Aanvraagtraject

Ondersteuning op grond van de Tozo kan, bij de gemeente waar de ondernemer staat ingeschreven,  worden aangevraagd in de vorm van een bijstandsuitkering voor levensonderhoud en in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal. De lening wordt niet verstrekt als er sprake is van staatssteun. De minister verwacht dit overigens niet.

Op de site ‘krijgiktozo.nl’ (zie externe links) kan worden nagegaan of er recht bestaat op een Tozo uitkering. Verder geldt:

  • Een aanvraag voor levensonderhoud kan tot en met 31 mei 2020 worden ingediend. De uitkering voor levensonderhoud duurt maximaal drie maanden. Een aanvraag kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd tot en met 1 maart 2020.
  • Met de regeling wordt het inkomen van de zelfstandige aangevuld tot het sociaal minimum dat op de zelfstandige van toepassing is. Dat komt neer op maximaal
    € 1.500 (netto) voor gehuwden, of maximaal € 1.050 (netto) voor een alleenstaande vanaf 21 jaar.
  • Per huishouden kan maximaal één keer een uitkering en/of bedrijfskapitaal worden toegekend.
  • De zelfstandige dient naar waarheid te verklaren dat het inkomen naar verwachting in de periode van ondersteuning minder zal bedragen dan het toepasselijke sociaal minimum als gevolg van de Covid 19 crisis. Omdat de uitkering een inkomensaanvulling is tot het toepasselijke sociaal minimum, wordt de hoogte ervan afgestemd op de te verwachten inkomsten van de aanvrager. Vervolgens kan de uitkering in één keer worden toegekend voor een periode van maximaal drie maanden. De uitkering wordt maandelijks uitbetaald en telt mee voor het verzamelinkomen voor de inkomensafhankelijke toeslagen. Ontvangers van een uitkering zijn verplicht om wijzigingen in hun inkomenssituatie uit zichzelf door te geven. Achteraf controleren gemeenten het daadwerkelijk genoten inkomen.
  • De Tozo hoeft later niet te worden terugbetaald.

1.5 Hoogte van de uitkering

Dit bedraagt netto per maand voor:

Gehuwden en samenwonenden:

  • Beide partners van 21 tot AOW-leeftijd € 1503,31
  • 1 partner 21 tot AOW-leeftijd, 1 partner AOW-leeftijd € 1.594,42
  • 1 partner 18 tot 21 jaar, 1 partner van 21 tot AOW-leeftijd, wel kinderen
    € 1.312,10
  • 1 partner 18 tot 21 jaar, 1 partner van 21 tot AOW-leeftijd, geen kinderen
    € 1.011,44
  • Van 18 tot 21 jaar, wel kinderen € 820,22
  • Van 18 tot 21 jaar, geen kinderen € 519,56

Voor alleenstaanden en alleenstaande ouders:

  • Van 21 tot AOW-leeftijd € 1052,32
  • Van 18 tot 21 jaar € 259,78

De uitkering telt mee als inkomen voor de toeslagen. Die kunnen hierdoor dus lager worden. Dit moet worden doorgegeven aan de Belastingdienst.

1.6 Lening voor bedrijfskapitaal

De zelfstandige kan een lening afsluiten van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. De maximale looptijd van een lening is drie jaar. Tot 1 januari 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost. Daarna moet dat wel (in 3 jaar tijd, naar draagkracht).

De lening kan ook worden aangevraagd als het inkomen niet onder het sociaal minimum ligt. Uitgangspunt is steeds dat de zakelijke rekeningen en/of vaste bedrijfslasten niet meer kunnen worden betaald.

De zelfstandige moet naar waarheid verklaren en aannemelijk maken dat er sprake is van een liquiditeitsprobleem als gevolg van de Covid 19 crisis.

Bij ondernemers die samenwerken in een maatschap, vennootschap onder firma (VOF), commanditaire vennootschap, BV of coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid wordt de lening alleen verleend als iedere compagnon respectievelijk de BV of coöperatie zich hoofdelijk aansprakelijk stelt. Een uitzondering geldt voor de stille vennoot of maat die alleen arbeid inbrengt.

1.7 De zelfstandige in de zorgverlening

Zorgaanbieders moeten zich voor ondersteuning in eerste instantie wenden tot de inkopers (zorgverzekeraars en gemeenten) en met hen nagaan of zij steun kunnen krijgen. De coördinerende instantie is Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Als zij geen ondersteuning krijgen óf als hiermee het inkomen onder het sociaal minimum blijft, kunnen zelfstandige zorgaanbieders (als zij ook voldoen aan de voorwaarden voor de Tozo) in aanmerking komen voor de Tozo. Voor het indienen van een aanvraag kunnen zij terecht bij hun woongemeente.

Als partners beiden een bedrijf hebben kunnen zij beide een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen.

1.8 Samenwerkingsverbanden

Indien twee fiscale partners allebei zelfstandige zijn, kan slechts één van hen een aanvraag indienen. Degene met het laagste inkomen kan voor beiden de aanvraag invullen. Beide partners moeten de aanvraag ondertekenen. 

1.9 De zelfstandige is DGA

De DGA kan in beginsel ook een beroep doen op de Tozo. De DGA moet voldoen aan de wettelijke eisen:

  • Hij moet gemiddeld minimaal 23,5 uur per week in de onderneming werken (het urencriterium). Dit kan worden aangetoond aan de hand van bijvoorbeeld de facturen voor verricht werk
  • Hij heeft alleen of samen met eventuele andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen in bezit
  • De DGA dient naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat zijn/haar bv nu geen salaris kan uitbetalen

Ga naar FinsourceOne voor het maken van een tussenopdracht

 1.10 De zelfstandige heeft de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt

De kring van rechthebbenden voor de Tozo bestaat uit zelfstandigen vanaf de leeftijd van 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Ondernemers die de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt, komen niet in aanmerking voor bijstand op grond van de Tozo.

Indien een zelfstandig nog geen AOW-gerechtigde leeftijd heeft, maar de partner wel, kan een beroep worden gedaan op de Tozo. Er is immers geen partnerinkomenstoets. Hier geldt alleen de uitspraak dat het kabinet een nadrukkelijk appel doet op mensen die de extra ondersteuning niet nodig hebben om af te zien van een aanvraag.

1.11 De zelfstandige heeft een uitkering

De zelfstandige (van 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd) met een uitkering op grond van de sociale verzekeringen kan in beginsel een Tozo-uitkering ontvangen. Uiteraard moet de zelfstandige wel te worden aangemerkt als zelfstandige volgens de criteria van de Tozo, waaronder het urencriterium, en dient de zelfstandige te worden geconfronteerd met een financieel probleem als gevolg van de Covid 19 crisis.

1.12 De zelfstandige heeft studiefinanciering

Studenten die (naast hun studie) als zelfstandige werken, jonger zijn dan 27 jaar en aanspraak kunnen maken op studiefinanciering, hebben geen recht op reguliere bijstand (artikel 13, lid 2, onderdeel c, Participatiewet) en evenmin op de Tozo.

1.13 De zelfstandige woont niet in Nederland of heeft onderneming in het buitenland

Om te voorkomen dat in grenssituaties de zelfstandige tussen wal en schip terechtkomt, heeft de zelfstandige die in Nederland woont en buiten Nederland zijn bedrijf ook recht op de Tozo. De zelfstandige die in het buitenland woont, maar in Nederland zijn onderneming heeft, heeft alleen recht op de ‘lening voor bedrijfskapitaal’. 

Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat zelfstandig ondernemers, die in Nederland woonachtig zijn, of hun bedrijf in Nederland hebben gevestigd, op goede wijze zijn ondersteund. Dit draagt bij aan de doelstelling van de Tozo. Hier komt nog een ministeriele regeling over.

1.14 De zelfstandige voldoet niet aan de Tozo voorwaarden

De zelfstandige die niet voldoet aan een of meer van de Tozo-voorwaarden kan wel een beroep doen op de ‘gewone’ bijstand, op grond van de Participatiewet. Denk hierbij aan degene die ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ (row) geniet en een zelfstandige die het urencriterium niet haalt. 

Anders dan in de Tozo laat de gemeente voor het bepalen van hoogte van een bijstandsuitkering het inkomen van de partner dan niet buiten beschouwing en kijkt ze ook naar het vermogen van de aanvrager bij het bepalen of er recht is op een uitkering.

1.15 Stappenplan

 

 

1.16 Controle achteraf

Het kabinet vraagt aan zelfstandigen om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat echt nodig is. Gemeenten gaan achteraf controleren of de Tozo rechtmatig is aangevraagd en bij fraude terugvorderen met boetes. De inlichtingenplicht van artikel 17 Participatiewet is onverkort van toepassing. Verder heeft de gemeente de mogelijkheid om een onderzoek in te stellen naar de door de zelfstandige verstrekte gegevens. Er kan ook steekproefsgewijs worden gecontroleerd. 

Als de zelfstandige zich niet houdt aan de rente- en aflossingsverplichtingen van de ‘lening voor bedrijfskapitaal’, kan de gemeente de lening onmiddellijk opeisen. Dat geldt ook in gevallen als verkoop, beëindiging of faillissement. De gemeente kan zekerheden van de zelfstandige verlangen.

2.0 Tegemoetkoming voor ondernemers getroffen sectoren’ (Togs)

 2.1 Inleiding

Sinds vrijdag 27 maart 2020 kunnen door Covid 19 getroffen ondernemers uit een aantal sectoren een Nederland. Deze aanvraag moet uiterlijk vrijdag 26 juni 2020 zijn ingediend. De tegemoetkoming is eenmalig € 4.000 netto per onderneming.

2.2 Sectoren die in aanmerking komen voor de tegemoetkoming

De sectoren die aanmerking komen voor de Togs hebben te maken met gedwongen sluiting (zoals cafés en restaurants en evenementen), met het verbod op contactberoepen (zoals kappers en andere uiterlijke verzorging) en annuleringen in de reisbranche. Voor de doelmatigheid om de regeling uit te voeren is gekozen om aan te sluiten bij de SBI-code van de sectoren. Alleen ondernemingen die onder deze SBI codes staan ingeschreven kunnen een beroep op de Togs doen. Uitgezonderd zijn verder agrarische recreatieondernemingen. Daar wordt naast de hoofdactiviteit ook naar de nevenactiviteit gekeken. De Togs geldt voor de volgende sectoren (zie voor de meest actuele lijst de site van RVO, onder externe links):

  • Eet- en drinkgelegenheden: o.a. restaurants, cafetaria, eventcatering, cafés met hun toeleveranciers. Zie voor definitie van de toeleverancier hieronder
  • Haar- en schoonheidsverzorging: o.a. kappers, pedicures, visagisten
  • Evenementenlocaties en organisatoren met hun toeleveranciers. Zie voor definitie van de toeleverancier hieronder
  • Sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en sportevenementen.
  • Bepaalde private culturele instellingen, zoals musea, circussen, theaters, schouwburgen, bioscopen en instellingen voor cultureel onderwijs
  • Rijschoolhouders
  • De reisbranche, zoals reisbemiddelingsbureaus en reisorganisatoren
  • Casino’s
  • Tattooshops
  • Kleinere MKB-winkeliers in de voedselsector
  • Dienstverlening zoals taxi’s en particuliere beveiliging
  • Praktijken van onder andere tandartsen, fysiotherapeuten en verloskundigen

Begrip toeleverancier

Een gedupeerde onderneming in de toeleveringsketen komt vanaf 15 april 2020 in aanmerking voor de Togs, maar alleen als die onderneming het omzetverlies verwacht te lijden doordat de onderneming voor minimaal 70% van zijn omzet afhankelijk is van direct gedupeerde ondernemingen of activiteiten die door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van Covid-19 zijn verboden of worden ontraden (zie hiervoor de SBI-lijst).

2.3 Voorwaarden

De tegemoetkoming is bedoeld voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf, inclusief ZZP-ers, omdat deze groep doorgaans het hardst getroffen wordt door omzetverlies, hoge vaste kosten heeft en weinig financiële buffer heeft. Om in aanmerking te komen voor de Togs moet daarom worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • De onderneming is voor 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven in het Handelsregister
  • In de onderneming werken maximaal 250 personen. Dit blijkt uit de inschrijving in het KVK Handelsregister
  • De onderneming heeft een fysieke vestiging in Nederland. Dit vestigingsadres is geregistreerd in het Handelsregister
  • Niet-horecaondernemingen verklaren ten minste één vestiging met een ander adres te hebben dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar/eigenaren dus niet gelijk zijn aan het vestigingsadres. Hiervan uitgezonderd zijn kroeg en restaurant eigenaren die een horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben
  • De onderneming is niet failliet
  • De onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank
  • De aanvrager verklaart in de periode van 16 maart 2020 t/m 15 juni 2020 een omzetverlies te verwachten van ten minste € 4.000
  • De aanvrager verklaart in de periode van 16 maart 2020 t/m 15 juni 2020 ten minste € 4.000 aan vaste lasten te verwachten. Ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen
  • De aanvrager verklaart dat hij over het huidige en de afgelopen twee belastingjaren niet meer dan € 200.000 aan overheidssteun heeft ontvangen (de-minimisverordening). Heeft de onderneming het gehele bedrag van € 200.000 al uitgeput? Dan komt de onderneming niet in aanmerking voor de regeling
  • De onderneming verklaart geen overheidsbedrijf te zijn

Zorgverzekeraars gaan zorgaanbieders gaan financieel helpen bij zorgverleners die inkomsten mislopen tijdens de Covid 19crisis (zogenoemde continuïteitsbijdrage). Deze regeling loopt via de koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Om overlap tussen deze regeling en de Togs te voorkomen, wordt er aan zorgondernemers een extra verklaring gevraagd waaruit blijkt in hoeverre de omzetuitval en personeelskosten reeds zijn vergoed via de continuïteitsbijdrage van ZN.

2.4 Aanvraagtraject

De Togs kan online worden aangevraagd tussen vrijdag 27 maart 2020 tot en met vrijdag 26 juni 2020. De aanvraag moet worden ingediend op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl, zie externe links). Een aantal KVK-gegevens wordt automatisch ingevuld. Deze moet de aanvrager controleren. Voor de aanvraag is het volgende nodig:

  • Een eHerkenningsmiddel niveau 1 (of hoger) of Digid
  • Het KVK-nummer van de onderneming (let op: niet het vestigingsnummer/RSIN).
  • De SBI-code van de hoofdactiviteit van de onderneming
  • Het bankrekeningnummer van de onderneming. Ontbreekt deze bankrekening, dan kan ook het privé-rekeningnummer waar de zakelijke transacties uit de onderneming op plaatsvinden, worden opgegeven
  • Het correspondentie- en bezoekadres van de onderneming
  • De contactgegevens van de aanvrager: naam, telefoonnummer, e-mailadres

Het RVO probeert binnen drie weken na de aanvraag en besluit te nemen en bij een positief beluit binnen enkele dagen uit te betalen.

2.5 Vestiging in de eigen woning

Een van de voorwaarden is dat de ondernemer beschikt over een fysieke vestiging of fysieke productiemiddelen in die los staat van de eigen woning en essentieel is voor de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten. 

In sommige sectoren, bijvoorbeeld in de sfeer van persoonlijke dienstverlening, is sprake van significante bedrijvigheid vanuit de eigen woning. Dit geldt bijvoorbeeld in de sectoren haarverzorging en schoonheidsverzorging, maar bijvoorbeeld ook voor de houder van een manege op het eigen erf. 

Om de ondernemers met omvangrijke periodieke vaste lasten in aanmerking te laten komen voor de Togs, wordt er van hen een aanvullende verklaring gevraagd, waaruit moet blijken dat de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager een zekere minimale omvang hebben. 

Daarnaast zijn er sectoren, waarbij het kenmerkend is dat ondernemers een fysieke inrichting of fysieke productiemiddelen hebben buiten de woning. Voor deze sectoren is een dergelijke minimale omvang geen noodzakelijk criterium. Een voorbeeld zijn de auto- en motorrijschoolhouders (of ambulante handel, waaronder markthandel en kermisattracties) die veelal op hun huisadres geregistreerd staan maar omvangrijke lasten dragen voor hun lesvoertuig(en). Op deze manier, met op de sector toegesneden criteria, en waar nodig een eigen verklaring van de ondernemer, wordt het oogmerk van de regeling bereikt. 

Voor de SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 geldt dat het privéadres van de eigenaar/eigenaren wel gelijk mag zijn aan het vestigingsadres.

2.6 Het forfait van € 4000

Het is eenmalige forfaitair bedrag van € 4000 is alleen voor ondernemingen die qua type en sector aan de genoemde voorwaarden voldoen. Het moet bovendien gaan om ondernemingen die inschatten gedurende de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 ten minste € 4000 aan omzetverlies te hebben en ten minste € 4000 aan vaste lasten te hebben. Dit is na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19. De tegemoetkoming is per onderneming en niet per vestigingseenheid. De tegemoetkoming heeft geen specifiek bestedingsdoel. De tegemoetkoming is netto. Dat betekent dat het ontvangen bedrag buiten de omzet voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting blijft. Alle kosten blijven dus gewoon aftrekbaar. Het kabinet gaat deze vrijstelling (met terugwerkende kracht) meenemen in het Belastingplan 2021.
Ga naar FinsourceOne voor het maken van een tussenopdracht

2.7 Controle achteraf

De Togs is opgezet om zo snel mogelijk uitkeringen te kunnen verstrekken. Dat betekent dat hij robuust is en, bij een aanvraag, regelmatig kan worden volstaan met een eigen verklaring. Indien ondernemers bij de aanvraag van een Togs een valse verklaring over het te verwachten omzetverlies afgeven, kan de tegemoetkoming tot vijf jaar na aanvraag worden ingetrokken of herzien. Dit geldt ook voor de verklaring omtrent de vaste kosten. Over een eventuele terugbetaling is de wettelijke rente verschuldigd.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB, Fiscaal: Wet Vpb
  • 1 uur
  • EQF 7
  • 1 PE punt(en)
  • Maandag 11 mei 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Premium PE Online artikelen zijn voor Members Life Event Advisor

Wil je deze PE artikelen ook lezen?
Word dan Member!

Bekijk Memberships