De oudere werknemer wordt somber van Sociaal plan van ABN AMRO

Op 25 september 2018 zag Gerechtshof Amsterdam zich voor de vraag gesteld of een aftoppingsregeling van een stimuleringspremie in een sociaal plan van de ABN-AMRO bank in strijd is met gelijke behandelingswetgeving, meer specifiek Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd (hierna: WGBL). Wat was er aan de hand?

Werkneemster is in 2014, op 62-jarige leeftijd boventallig verklaard wegens het verval of wijziging van de functie door een reorganisatie binnen ABN AMRO.
Op basis van het sociaal plan wordt een werknemer voor wie na verval of wijziging van de functie door reorganisatie geen passende functie beschikbaar is in de mobiliteitsorganisatie geplaatst. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om vrijwillig ontslag te nemen onder uitkering van een 100% stimuleringspremie en twee bruto maand salarissen. Indien gebruik wordt gemaakt van de eerste optie, meer specifiek de mobiliteitsorganisatie, bestaat er een zoektermijn van 12 maanden. Na deze datum wordt, indien er geen nieuwe functie is gevonden, de arbeidsovereenkomst beëindigd, waarbij een vergoeding wordt aangeboden van 75 % van de stimuleringspremie.

De stimuleringspremie is gebaseerd op een bruto-maandsalaris per gewerkt dienstjaar.  Voor de berekening van het aantal dienstjaren wordt aangesloten bij de oude kantonrechtersformule. Het sociaal plan kende in paragraaf 5 een aftoppingsregeling. De bruto-stimuleringspremie is in dat geval niet hoger dan de inkomstenderving (bruto salaris) tot de individuele pensioenleeftijd van de werknemer. Dit is de datum waarop deze op grond van de pensioenregeling 2006 met vroegpensioen zou gaan. Voor de werkneemster was die individuele pensioenleeftijd 62 jaar en twee maanden.

De werkneemster is er niet in geslaagd om binnen de herplaatsingstermijn van 12 maanden een andere functie te vinden. Met toestemming van de ABN AMRO Ontslagadviescommissie is de arbeidsovereenkomst met ingang van d.d. 1 april 2016 opgezegd. De werkneemster ontvangt, gezien zij in 2016 de leeftijd van 62 jaar en twee maanden al heeft bereikt, met andere woorden de ontslagdatum lag na de individuele (vroeg)pensioendatum, geen stimuleringspremie.

 

Vordering/ eis
De werkneemster heeft de kantonrechter verzocht om ABN AMRO te veroordelen tot betaling aan haar van primair een ontslagvergoeding van € 97.974,08 bruto
(75% van de stimuleringspremie) en subsidiair de transitievergoeding van € 76.000,- bruto, een en ander onder verstrekking van een specificatie en op straffe van verbeurte van de in het verzoekschrift vermelde dwangsommen.

 

De werkneemster heeft ter onderbouwing van haar vorderingen aangevoerd dat het sociaal plan opgenomen aftoppingsregeling op grond van art. 13 van de Wet WGBL nietig is, omdat deze leidt tot ongelijke behandeling van werknemers en dat toepassing van artikel XXII lid 7 van het overgangsrecht WWZ in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

 

De kantonrechter heeft de primaire vordering toegewezen. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat de aftoppingsregeling van het sociaal plan in strijd is met de WGBL en derhalve nietig is en buiten toepassing moet blijven.

 

Volgens ABN AMRO heeft de kantonrechter ten onrechte overwogen dat de aftoppingsregeling van het sociaal plan een direct onderscheid naar leeftijd maakt. Volgens haar wordt er indirect onderscheid gemaakt naar leeftijd, omdat in de desbetreffende regeling niet rechtstreeks naar leeftijd wordt verwezen. Niet de leeftijd van de werknemer maar diens inkomensderving en de hoogte van de stimuleringspremie bepalen of de werknemer te maken krijgt met de aftoppingsregeling. Dat alleen ouderen te maken krijgen met de aftoppingsregeling vindt zijn oorzaak in het feit dat zij een kortere tijd te overbruggen hebben tot hun in aanmerking te nemen pensioendatum (dus relatief minder inkomstenderving hebben) en het feit dat zij in het algemeen een langer dienstverband hebben (dus een hogere stimuleringspremie). Niet alle oudere werknemers krijgen te maken met de aftoppingsregeling, zo stelt ABN AMRO. De regeling maakt om die reden geen direct onderscheid naar leeftijd. 

 

Oordeel Gerechtshof Amsterdam
De vraag die voorligt is of het door ABN AMRO gemaakte onderscheid objectief gerechtvaardigd kan worden door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. Het Hof is met de kantonrechter van oordeel dat de aftoppingsregeling in het sociaal plan niet een passend en noodzakelijk middel is om het door ABN AMRO geformuleerde doel, het bewerkstelligen van eerlijke verdeling van de beschikbare middelen onder alle bij het ontslag betrokkenen, te bereiken. Door de aftoppingsregeling worden oudere werknemers die een lang dienstverband hebben, zonder aanwijsbare noodzaak onevenredig hard getroffen. Zij krijgen als zij ten tijde van hun ontslag hun individuele pensioenleeftijd hebben bereikt (ergens tussen 62 jaar en 63 jaar) of die leeftijd kort na hun ontslag bereiken geen of een relatief lage stimuleringspremie, terwijl deze werknemers nou juist degenen zijn, die gezien hun leeftijd slechte kansen hebben op de arbeidsmarkt en als zij niet waren ontslagen nog enkele jaren hadden kunnen doorwerken. Zij missen, indien zij geen ander werk vinden dertig procent van hun inkomen, terwijl hun pensioen ook niet verder wordt opgebouwd. Het Hof oordeelt dan ook dat ABN AMRO door het hanteren van een aftoppingsregeling van de stimuleringspremie in het sociaal plan een ongerechtvaardigd onderscheid maakt naar leeftijd.

 

Conclusie
De oudere werknemer wordt onevenredig hard benadeeld als gevolg van de aftoppingsregeling van de stimuleringspremie in het sociaal plan van ABN AMRO. Het effect van de aftoppingsregeling is dat een beloning voor trouwe dienst illusoir wordt. In theorie heeft de betreffende werknemer wel recht op een hoge stimuleringspremie, maar in de praktijk ontvangt de oudere werknemer niet of een veel lager bedrag omdat deze wordt afgetopt. Dit leidt tot de conclusie dat de aftoppingsregeling van een stimuleringsregeling in een sociaal plan van de ABN-AMRO bank in strijd is met de WGBL.

 

Gerechtshof Amsterdam, 25 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3493 

Informatie

  • Uit dienst/Ontslag, 5 jaar voor je pensioendatum, Ik ga met pensioen, Pensioen Civiel, Gelijke behandeling
  • Maandag 12 november 2018