DNB over Wet versterking bestuur pensioenfondsen

Pensioenfondsen kunnen ingevolge de Wet Versterking kiezen uit 5 bestuursmodellen. Met ingang van 1 juli 2014 moeten de aangepaste bestuursmodellen operationeel zijn. Fondsen kunnen dus niet gefaseerd over naar één van de nieuwe bestuursmodellen. Fondsen moeten zich volgens DNB tijdig voorbereiden op de overgang. Zo zullen fondsen ruim vóór 1 juli 2014 het nodige onderzoek moeten plegen naar het optimale bestuursmodel, een implementatieplan opstellen, nieuwe kandidaten voor (mede)beleidsbepalende posities werven, de deelnemers informeren, de medezeggenschap raadplegen en zullen fondsen de statuten en profielen moeten aanpassen. Nieuwe beleidsbepalers zullen verder ter toetsing aan DNB moeten worden voorgelegd. DNB verwacht dat fondsen eind 2013 een keuze voor een model hebben gemaakt en dat fondsen in de periode van 1 januari tot 1 april 2014 hun totaalpakket van wijzigingen in de governance aan DNB voorleggen. Fondsen die binnen deze periode hun stukken insturen, hebben vóór 1 juli 2014 duidelijkheid of zij voldoen aan de eisen uit de Wet Versterking.
Invoering van een nieuw bestuursmodel betekent ook het werven van geschikte nieuwe bestuurders en andere beleidsbepalers. Het is volgens DNB belangrijk om hier tijdig mee te beginnen, mede omdat de kandidaten nog getoetst moeten worden. Nieuw in de Wet Versterking is dat ook leden van de raad van toezicht en van het belanghebbendenorgaan als beleidsbepaler kwalificeren. Gevolg is dat zij ook door DNB getoetst moeten worden op geschiktheid en betrouwbaarheid. Leden van visitatiecommissies zullen door DNB worden getoetst als daartoe aanleiding is. In de regel zal dit zijn wanneer DNB twijfels heeft over de geschikt- of betrouwbaarheid. DNB toetst op kennis, vaardigheden en professioneel gedrag. Competenties zijn daarbij minstens zo belangrijk als kennis. DNB houdt bij de toetsing o.a. rekening met de voorgenomen functie, het collectief, de omvang en het risicoprofiel van het pensioenfonds. Kandidaten die vanaf 1 juli 2014 benoemd worden tot bestuurder of lid van de raad van toezicht van een fonds, moeten voldoen aan de normering inzake het tijdsbeslag. Het tijdsbeslag wordt bepaald aan de hand van een zogenaamde ‘voltijd equivalent score’ (‘VTE score’). Daarin is het tijdsbeslag opgeteld van de beoogde functie en andere bestuurs- en toezichtfuncties die de kandidaat heeft. De VTE score mag maximaal 1 zijn. Als de score hoger is, dan mag het fonds de kandidaat niet benoemen. Als de score lager is dan 1, dan toetst DNB of de kandidaat ook daadwerkelijk voldoende tijd beschikbaar heeft om de beoogde functie naar behoren te kunnen uitvoeren. Hierbij zijn o.a. de zwaarte van de functie en bestaande nevenfuncties relevant.
Beleidsbepalers bij pensioenfondsen moeten verder vanaf de eerste dag beschikken over voldoende kennis en vaardigheden. In de Beleidsregel geschiktheid 2012 hebben DNB en de AFM verduidelijkt hoe ‘geschiktheid’ moet worden ingevuld. DNB gaat ervan uit dat deze invulling binnen de sector inmiddels bekend is. DNB is daarom gestopt met goedkeuringen ‘met voorschrift’. Dat betekent dat kandidaten na toetsing ofwel geschikt ofwel niet geschikt zijn, waarbij geen gelegenheid meer wordt gegeven om de in beginsel aangetoonde geschiktheid ook tot het vereiste niveau te kunnen ontwikkelen. Onafhankelijkheid is volgens DNB verder een belangrijke competentie die bestuurders, toezichthouders en leden van een belanghebbendenorgaan van een fonds moeten bezitten om geschikt te zijn voor de uitoefening van hun functie. Daarom introduceert de Wet Versterking de formele eis van onafhankelijkheid aan een aantal bestuurs- en toezichtfuncties.
Voorts wijst DNB op het volgende. De Initiatiefwet Kos¸er Kaya en Blok is op 1 juli 2013 in werking getreden. Hoewel pensioenfondsen per die datum aan deze wet moeten voldoen, heeft de staatssecretaris van SZW aan DNB verzocht niet op toepassing van de Initiatiefwet te handhaven, in verband met de samenloop met de Wet Versterking. DNB heeft gehoor gegeven aan dit verzoek. De Initiatiefwet regelt o.a. dat pensioen-gerechtigden recht hebben op een plaats in het pensioenfondsbestuur. De Wet Versterking regelt dit ook, zij het dat in deze wet de zetels voor pensioengerechtigden worden gemaximeerd.

Informatie

  • Toezicht, Pensioen Algemeen
  • Maandag 23 maart 2015