Dochter geen bewindvoerder omdat zij werkt bij de zorginstelling waar haar moeder woont

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 3 maart 2020 (publicatie: 11 maart 2020) uitspraak gedaan of een dochter, die werkt bij de zorginstelling waar haar schizofrene moeder woont, bewindvoerder van haar moeder kan zijn.

De kantonrechter heeft in 2015 naar aanleiding van een verzoek van een dochter een bewind ingesteld voor de moeder van deze dochter. Bij de moeder is sprake van paranoïde schizofrenie. Zij woont daarom in een zorginstelling. De dochter werkt bij deze zorginstelling.

 

Begin 2019 is de bewindvoerder op verzoek van de dochter ontslagen en is de dochter tot opvolgend bewindvoerder benoemd. De ontslagen bewindvoerder is hier niet mee eens.

 

Hof Arnhem-Leeuwarden is van oordeel dat de ontslagen bewindvoerder heeft gehandeld conform de voor bewindvoerders geldende richtlijnen en aanbevelingen. Er is volgens het hof geen sprake van gewichtige redenen om de bewindvoerder te ontslaan. Ter zitting is echter gebleken dat zowel de bewindvoerder als de dochter erkennen dat het wellicht beter is wanneer er een andere professionele bewindvoerder wordt benoemd.

Het hof overweegt overigens dat de dochter gelet op artikel 1:435 lid 6 sub h BW niet tot bewindvoerder kan worden benoemd, nu zij werkt bij de instelling waar haar moeder wordt verzorgd. Dat zij op een andere afdeling zou werken, doet hieraan niet af. Het hof ontslaat dan ook de dochter als bewindvoerder en benoemt een (andere) professionele bewindvoerder tot opvolgend bewindvoerder.

Informatie

  • Recht: Overig
  • Woensdag 18 maart 2020