Door dividenduitkering kwalificerend buitenlands belastingplichtige

Hof Den Bosch heeft op 17 oktober 2019 (publicatie 28 november 2019) uitspraak gedaan in hoeverre een DGA die dividend van zijn in Nederland gevestigde bv ontvangt kan worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige als bedoeld in artikel 7.8 Wet IB 2001.

Belanghebbende is DGA. Zijn bv is in Nederland gevestigd, maar hij woont in België. Hij heeft daar een eigen woning die zijn hoofdverblijf is. De woning heeft belanghebbende gefinancierd met een hypotheek. In België is de rente niet aftrekbaar. Belanghebbende ontvangt in 2015 van zijn bv een salaris van € 44.000 en een dividend van € 135.000.

 

In geschil is of belanghebbende kan worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige als bedoeld in artikel 7.8 Wet IB 2001 en hij daardoor de rente, die hij in België betaalt voor zijn eigen woning, in aftrek mag brengen.

 

Hof Den Bosch gaat vooral in op het zinsdeel in artikel 7.8 lid 7 Wet IB 2001 ‘voor zover dat inkomen op grond van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting aan Nederland is toegewezen’. Het hof komt bij letterlijke lezing van de bepaling tot de conclusie dat ook voor inkomensbestanddelen waarover Nederland een beperkt heffingsrecht heeft, kwalificerende buitenlandse belastingplicht kan ontstaan. Volgens het hof staat deze grammaticale uitleg niet op gespannen voet met doel en strekking van de regeling. Dit betekent dat belanghebbende als een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige kan worden aangemerkt en dat de negatieve inkomsten uit eigen woning in aanmerking mogen worden genomen.

Informatie

  • Internationaal, Fiscaal: Wet IB
  • Dinsdag 3 december 2019