Dubbele redelijkheidstoets kosten rechtsbijstand na arbeidsongeval

Gerechtshof Den Haag oordeelt over redelijkheid van geclaimde buitengerechtelijke kosten na een arbeidsongeval.

Aansprakelijkheidsverzekeraars worden bij de behandeling van claims ook geconfronteerd met claims voor de vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Een werknemer claimt die na een arbeidsongeval waarbij een steigerdeel op het hoofd terecht is gekomen, maar waarbij niet duidelijk is of er wel causaal verband is met dat ongeval en alle medische klachten die naar voren wordt gebracht door het slachtoffer.

Het gerechtshof neemt de vaste rechtspraak als uitgangspunt er moet sprake zijn van een causaal verband tussen het ongeval en de gemaakte kosten, ook moet voldaan worden aan de dubbele redelijkheidstoets. Dat laatste wil zeggen dat zowel het maken er van als de omvang beiden redelijk moeten zijn. Op zich hoeft uiteindelijk niet komen vast te staan dat schade is geleden, maar er moet wel aan deze voorwaarden zijn voldaan om voor vergoeding in aanmerkin te komen.

In dit geval beperkt het gerechtshof de te vergoeden kosten, omdat de verzekeraar met voorbeelden onderbouwd dat de rechtsbijstandsverlener weinig efficiënt lijkt te werken. Het enkele feit dat aansprakelijkheid is erkend, levert nog geen vrijbrief op voor het declareren van buitengerechtelijke kosten. Er is in dit geval buitengewoon vaak telefonisch en schriftelijk contact geweest met cliënt in een relatief eenvoudige casus. Ook zijn bijvoorbeeld vele rappels in rekening gebracht tegen een hoog uurtarief. De aansprakelijkheidsverzekeraar heeft terecht de vergoeding van de rechtsbijstandskosten beperkt.

Informatie

  • Schade Particulier, Schade Zakelijk
  • Dinsdag 13 oktober 2020