Er is wat aan de hand met uw pensioen

"Er is wat aan de hand met uw pensioen" stond vandaag in paginagrote advertenties in alle landelijke dagbladen te lezen. Als gevolg van de kredietcrisis daalden de beurzen overal ter wereld en ging de waarde van de beleggingen van pensioenfondsen achteruit. Daarnaast daalde de rente en worden we allemaal veel ouder dan we dachten. U krijgt nog steeds pensioen, zo is in de advertenties te lezen, "maar het enige risico dat u loopt is dat uw pensioen iets lager kan zijn als het slecht gaat met de economie...". In dit artikel zal ik proberen aan de hand van een rekenvoorbeeld uit te leggen hoe dat nu werkt.

kop

"het enige risico dat u loopt is dat uw pensioen iets lager kan zijn als het slecht gaat met de economie"

eindekop

Ongeveer 2 jaar geleden heb ik in een artikel al aangegeven dat ten gevolge van de financiële crisis de mensen die pensioen opbouwen bij een pensioenfonds, er rekening mee moeten houden dat de pensioenen gekort gaan worden. Dit in tegenstelling tot de mensen die pensioen hebben bij een verzekeringsmaatschappij. Voor een uitgebreide toelichting op het verschil tussen een pensioenfonds en een verzekeringsmaatschappij verwijs ik u naar het eerdere artikel.

Voorbeeldfonds

Om te begrijpen wat er gebeurt bij een pensioenfonds heb ik een eenvoudig pensioenfonds samengesteld. Bij dat pensioenfonds zijn 6 deelnemers aangesloten.

Deelnemer 1 is 25 jaar, 2 is 35 jaar, 3 is 45 jaar en 4 is 55 jaar. Allemaal krijgen ze vanaf hun 65e jaar een levenslange pensioenuitkering van € 1.000 per jaar. Die uitkering hebben ze allemaal al opgebouwd in het verleden zodat ze geen premie meer hoeven te betalen.

Deelnemer 5 is 65 jaar en is net met pensioen gegaan en deelnemer 6 is 80 jaar en reeds 15 jaar met pensioen. Ook zij krijgen € 1.000 per jaar.

Het pensioenfonds gaat er in ons voorbeeld vanuit dat iedereen 82 jaar oud wordt en dat zij een rendement maken op het aanwezige pensioenvermogen van 4%.

Deelnemer 6 (80 jaar) krijgt op basis van deze aanname dus nog 3 uitkeringen van het fonds van € 1.000,- per jaar. Rekening houdend met de 4% rendement moet er op dit moment € 2.775 aanwezig zijn in het fonds.

Deelnemer 5 (65 jaar) krijgt nog 18 uitkeringen. Voor hem moet er € 12.659 aanwezig zijn.

Deelnemer 1 tot en met 4 krijgen ook nog 18 uitkeringen, alleen zij moeten nog een aantal jaren wachten tot ze 65 jaar zijn. Het aanwezige kapitaal zal eerst een aantal jaren alleen maar groeien door rendement, voordat de eerste uitkering moet worden gedaan. Daarom is er voor deelnemer 1 tot en met 4 een bedrag nodig van € 2.637 (voor deelnemer 1), €  3.903 (voor 2),  € 5.778 (voor 3) en € 8.552 (4).

In totaal heeft dit fonds dus een bedrag nodig om alle uitkeringen te kunnen verrichten van € 36.304.

Het fonds heeft echter een bedrag van € 65.000 aan aandelenbeleggingen, onroerend goed en obligaties. Er is dus ruim voldoende geld aanwezig. De dekkingsgraad is bijna 180%.

Tot zover de uitgangspositie van het fonds. Nu gaan we achtereenvolgens 3 evenementen laten plaatsvinden en kijken wat het effect is op de dekkingsgraad van het pensioenfonds.
De 3 evenementen zijn:

  • de beleggingen dalen in waarde met 25%
  • de levensverwachting neemt toe met 3 jaar
  • de rekenrente daalt van 4% naar 3%

De beleggingen dalen in waarde met 25%

Het voorbeeldfonds had een belegd vermogen van € 65.000. Als gevolg van de financiële crisis daalt dit vermogen met 25% tot € 48.750. Het fonds komt hierdoor iets minder ruim in zijn jasje te zitten, maar er is feitelijk nog niets aan de hand. Er is een verplichting van € 36.304, dus het belegd vermogen is ruim voldoende. De dekkingsgraad is nog steeds 134%.

De levensverwachting neemt toe met 3 jaar

De levensverwachting neemt almaar verder toe. We leven met elkaar steeds langer. Op basis van deze ontwikkeling komt het pensioenfonds uit ons voorbeeld tot de conclusie dat de levensverwachting van 82 jaar niet juist is. Dat moet 85 jaar zijn zo blijkt uit statistieken en onderzoeken. Dat betekent dat voor alle deelnemers er 3 jaar langer moet worden uitgekeerd. Er is dus meer geld nodig. De verplichting voor bijvoorbeeld deelnemer 6 neemt toe van € 2.775 naar € 5.242. Voor de jongere deelnemers zal de toename in verhouding uiteraard kleiner zijn. Zo neemt de verplichting van deelnemer 1 toe van € 2.637 naar € 2.922. De totale verplichting neemt toe tot een bedrag van € 42.399. Er is dus nog steeds voldoende geld in kas (€ 48.750). De dekkingsgraad is 115%. Niet echt royaal, maar nog voldoende om nominale uitkeringen (zonder indexatie) te kunnen verrichten.

Daling rekenrente van 4% naar 3%

Niet alleen de waarde van beleggingen zijn gedaald, ook de rente is gedaald. Als gevolg van deze rentedaling kun je niet meer veronderstellen dat je 4% rendement maakt op het pensioengeld van het fonds. Dat wordt naar beneden toe bijgesteld naar 3%. Als gevolg hiervan zal de verplichting van het fonds op dit moment toenemen. De verplichting voor deelnemer 6 zal bijvoorbeeld stijgen van € 5.242 naar € 5.417. Voor de jongere deelnemers zal dat effect uiteraard in verhouding groter zijn, doordat hun geld langer kan renderen, waardoor het effect van een rentedaling groter zal zijn. Zo neemt de verplichting van deelnemer 1 toe van € 2.922 naar € 4.726. De totale verplichting van het fonds neemt door de rentedaling toe van € 42.339 naar € 51.914. Er is echter maar een bezit van € 48.750. De dekkingsgraad is gedaald naar 94%. Er is minder geld aanwezig dan dat er nodig is om alle pensioenen te kunnen uitkeren.

Wat is hier aan te doen?

Er zijn legio mogelijkheden om te zorgen dat het fonds weer een dekkingsgraad heeft die voldoende is (boven de 105%). Ik zal er een aantal benoemen.

Premieverhogen
Een voor de hand liggende opties is om de premies te verhogen. Los van het economische effect, blijkt uit dit voorbeeld dat dit niet zo logisch is als het lijkt. Immers, diegene die nú premie betalen moeten het tekort betalen van alle mensen die reeds in het verleden pensioen hebben opgebouwd en vaak al uit de sector zijn vertrokken of met pensioen zijn gegaan. De vraag is of dat wenselijk is. Op die manier draaien de actieven volledig op voor het tekort van de inactieven.

Geen indexaties
Geen indexaties of toeslagen verlenen lijkt een oplossing, maar is een schijnoplossing. Zoals uit het voorbeeld blijkt, is er niet voldoende geld aanwezig om de pensioen (nominaal) uit te keren. laat staan dat er geïndexeerd kan worden. Niet indexeren is een logisch gevolg van de situatie, geen oplossing.

Rekenen met een andere rekenrente
Er wordt in het voorbeeld gerekend met een rekenrente van 3%. Als we zouden rekenen met 4% is er niets aan de hand. Dan is er geld voldoende. Deze discussie wordt op dit moment dan ook gevoerd. Met welke rekenrente moeten we rekenen om de verplichting vast te stellen? Ik heb wel gevoel voor deze discussie, maar het zou iets te makkelijk zijn om de rekenrente op papier te verhogen en vervolgens te roepen dat er geen probleem is.

Pensioenen verlagen
Heel duidelijk blijkt uit het voorbeeld dat er niet voldoende geld is om alle pensioenen uit te keren. Een mogelijke oplossing zou dan ook kunnen zijn om alle pensioenen te verlagen. Als we in het voorbeeld alle pensioenen verlagen met 11% dan zou de dekkingsgraad weer 105% zijn. Mocht in de toekomst de situatie toch blijken mee te vallen, dan kunnen de aanspraken uiteraard weer worden verhoogd. En mocht de situatie in de toekomst nog slechter uitpakken, dan verlagen we de pensioenen nog een keer. Dat is wel een helder uitgangspunt en u rekent zich niet rijker dan dat u bent.

noot

In dit artikel wordt een aantal actuariële principes sterk vereenvoudigd toegepast. Doelstelling van deze vereenvoudigde manier van rekenen is duidelijk maken wat er gebeurt met de dekkingsgraad van een pensioenfonds. De werkelijke actuariële rekentechniek werkt anders en gaat uit van andere principes.

naschrift 12-10-2010

Op de website samenstajijsterk.nl geven de gezamenlijke pensioenfondsen meer uitleg over de actuele situatie. Ook kun je op deze site 4 filmpjes bekijken.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Vrijdag 10 september 2010