Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Ex-schoondochter moet na scheiding hoge hypotheekrente blijven betalen

Het verstrekken door ouders van een hypotheek aan een kind kan financieel voordelig zijn, omdat de rentelast bij het kind in box 1 fiscaal aftrekbaar is en de rentebate bij de ouders niet belast is. Hoe hoger de rente is die ouders van hun kind vragen des te voordeliger een familiehypotheek op familieniveau wordt. 

Maar wat is het gevolg in de situatie dat het kind gaat scheiden en de hypotheek met de hoge rente aan het kind en aan zijn/haar partner gezamenlijk is verstrekt. Hof Den Bosch heeft op 3 november 2020 in een dergelijke zaak uitspraak gedaan.

De casus

Ouders hebben in 2011 € 110.000 aan hun zoon en schoondochter geleend voor de financiering van de eigen woning. Zij zijn een rente overeengekomen van 8% per jaar. De helft van de rente wordt door de ouders maandelijks terug geschonken. De hoge rente is uitsluitend gekozen om een zo hoog mogelijke fiscale aftrek te realiseren.

De zoon en schoondochter zijn in 2008 in gemeenschap van goederen gehuwd. In 2016 gaan zij echter scheiden. Rechtbank Oost-Brabant heeft vastgesteld dat vaststaat dat zij overeen zijn gekomen, dat de zoon de woning sinds begin januari 2016 alleen bewoont en dat hij alle aan de woning verbonden hypotheek-/rentelasten volledig voor zijn rekening neemt voor de periode tot aan het moment dat de woning aan hem zal worden toebedeeld dan wel de woning zal worden verkocht. In 2020 wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde. 

In de procedure voor Hof Den Bosch vorderen de ouders echter bij de ex-schoondochter de rente over de helft van de lening. De ouders stellen dat de zoon en de ex-schoondochter op grond van de overeenkomst van geldlening voor een gelijk deel aansprakelijk zijn voor de verschuldigde rente. Zij stellen over de maandelijkse schenking dat zij deze, met uitsluiting van de ex-schoondochter, hebben gedaan aan hun zoon. Zij verwijzen daarbij naar een schenkingsovereenkomst van 15 maart 2011 met hun zoon.

Overwegingen en oordeel Hof Den Bosch

Hof Den Bosch volgt de ex-schoondochter niet in haar stelling dat de leningsovereenkomst zo moet worden uitgelegd, dat zij door de ouders niet kan worden aangesproken voor betaling van de overeengekomen 8% rente zonder dat zij daarbij het voordeel geniet van de fiscale aftrek en de schenking. De tekst van de geldleningsovereenkomst biedt volgens het hof geen aanknopingspunt voor deze uitleg. De ex-schoondochter heeft niet gesteld dat voorafgaand aan of bij het aangaan van de overeenkomst afspraken van die strekking zijn gemaakt met de ouders.

Uit het feit dat een bedrag ter hoogte van de helft van die rente telkens werd geschonken - ook als er veronderstellenderwijs van uit wordt gegaan dat dit niet alleen een schenking aan de zoon maar ook aan de ex-schoondochter betrof - en uit de mogelijkheid om de rente af te trekken voor de inkomstenbelasting heeft de ex-schoondochter redelijkerwijs niet mogen begrijpen dat zij als partij bij de geldleningsovereenkomst niet zou kunnen worden aangesproken tot betaling van de volledige rente.

Uit de hoogte van de overeengekomen rente van 8% heeft zij dat evenmin mogen begrijpen. Dit percentage is hoger dan de rentetarieven die de banken destijds hanteerden voor leningen met een eerste recht van hypotheek, maar voor de lening van de ouders werden geen hypotheek of andere zekerheden gevestigd of verstrekt, terwijl er wel een hypotheek van een bank rustte op de woning. Het overeengekomen rentepercentage is daarom volgens het hof niet vergelijkbaar met de destijds gangbare rente voor een bancaire geldlening met een eerste recht van hypotheek.

Verder overweegt het hof dat uit de maandelijkse rentebetalingen door de zoon en ex-schoondochter volgt dat partijen de afspraken ook zo hadden begrepen dat de rentetermijnen volledig betaald moesten worden, zonder dat – bijvoorbeeld – de schenkingen daarop eerst in mindering zouden worden gebracht. De volledige rentetermijnen, zoals in de geldleningsovereenkomst overeengekomen, zijn immers steeds maandelijks betaald.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de ouders jegens de ex-schoondochter aanspraak maken op betaling van de rentetermijnen. Zij maken jegens de ex-schoondochter bovendien geen aanspraak op betaling van de volledige rentetermijnen maar op de helft.

Het feit dat de zoon gehouden is om deze rentetermijnen vanaf 1 januari 2016 te dragen, en dat de ouders dit weten, maakt de aanspraak van de ouders jegens de ex-schoondochter evenmin onaanvaardbaar. Integendeel, het betekent dat de gevolgen van deze aanspraak voor de ex-schoondochter in beginsel beperkt zijn, aangezien zij voor nagenoeg alle onbetaalde termijnen een aanspraak heeft op de zoon.

Ook het eventuele bestaan van een aanspraak van de ex-schoondochter jegens de ouders uit hoofde van schenking maakt de rentevordering niet onaanvaardbaar. De ex-schoondochter kan die aanspraak, indien die bestaat, immers ook geldend maken jegens de ouders, waarbij het hof constateert dat de ex-schoondochter in deze procedure geen beroep op verrekening heeft gedaan.

Het hof verwerpt ten slotte het verweer van de ex-schoondochter dat zij op grond van artikel 1:102 BW slechts aansprakelijk is voor het bedrag dat zij uit verdeling van de gemeenschap zal ontvangen. De lening van € 110.000 betreft een gemeenschapsschuld waarvoor de ex-schoondochter al voor de ontbinding van de huwelijksgemeenschap aansprakelijk was, zodat zij daarvoor op grond van artikel 1:102 eerste zin BW aansprakelijk blijft. Artikel 1:102 tweede zin BW is op deze schuld niet van toepassing.

Het hof oordeelt dat de ex-schoondochter door de ouders kan worden aangesproken voor de helft van de reeds vervallen maandelijkse rentetermijnen.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Recht: Overig
  • EQF 7
  • Dinsdag 8 december 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships