Fraude bij afwikkeling letselschade

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt over een door een verzekeraar gestelde fraude bij de afwikkeling van een letselschadeclaim. 

Na een bromfietsongeval claimt het slachtoffer letselschade. De WA-verzekeraar vergoedt een voorschot op de geclaimde schade. Volgens het slachtoffer is het letsel er nog lange tijd en is er weinig vooruitgang bij het herstel van knieletsel. Na een claim van gestolen fietsen, laat verzekeraar onderzoek doen. Er blijken fietsverzekeringen te zijn gesloten, maar niet voor elektrische fietsen die het slachtoffer stelde nodig te hebben.

Volgens het onderzoeksbureau is het slachtoffer topfit. Ook uit medisch onderzoek volgt vervolgens dat er nauwelijks aan het ongeval te relateren klachten kunnen zijn.  De verzekeraar wil daarom de schaderegeling stopzetten. Na diverse vragenrondes schakelt verzekeraar ook een observatiebureau in dat vaststelt dat er geen fysieke klachten blijken en rondgereden worden in een auto voor kluswerk.

Volgens het gerechtshof mogen de resultaten van het eerst ingeschakelde onderzoeksbureau niet meetellen vanwege strijd met de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek.

De aanvraag voor fietsverzekeringen was nog onvoldoende reden om dat persoonlijk onderzoek in gang te zetten. Verzekeraar had op dat moment nog om een nadere toelichting kunnen vragen. Die van het tweede onderzoek mogen echter wel meetellen voor het standpunt van verzekeraar. Het tweede onderzoek volgde nadat bleek dat het slachtoffer in een handgeschakelde auto rond reed en bleek dat het slachtoffer medevennoot was bij een klusbedrijf.

Verzekeraar maakt voldoende aannemelijk dat de mededelingsplicht bij schade is geschonden. Dit betekent nog niet per definitie dat het hele recht op een uitkering moet vervallen. Verzekeraar en slachtoffer moeten van het gerechtshof daarover in gesprek.

Informatie

  • Schade Particulier, Schade Zakelijk
  • Zondag 25 oktober 2020