Geen aanmerkelijk belang: borgstellingsverlies is niet aftrekbaar

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 november 2020 uitspraak gedaan of er sprake is van een aanmerkelijk belang, waardoor een borgstellingverlies aftrekbaar is als verlies uit het ter beschikking stellen van vermogen.

Belanghebbende bezit 4,99% van de geplaatste aandelen in een bv. In 2011 heeft zij zich voor maximaal € 25.000 tegenover de bank borg gesteld voor schulden van de bv.

De directeur en grootaandeelhouder van de bv heeft vooruitlopend op deze borgstelling bij belanghebbende aangegeven dat zij een ingekocht pakket van 5% mag kopen voor € 2.500.

In 2012 is de bv failliet verklaard. Belanghebbende heeft € 25.000 aan de bank betaald. De hieruit voortvloeiende regresvordering op de bv is oninbaar gebleken.

In de aangifte heeft belanghebbende een verlies uit het ter beschikking stellen van vermogen in aftrek gebracht. Volgens belanghebbende heeft zij een aanmerkelijk belang, omdat zij een recht op levering van 5% van het geplaatste aandelenkapitaal heeft verkregen. Volgens de inspecteur is er slechts sprake van een niet-bindende intentieverklaring.

Hof Arnhem-Leeuwarden overweegt dat uit de borgstelling niet noodzakelijkerwijs volgt dat belanghebbende tevens het recht op levering van aandelen heeft verkregen en dat zij zich heeft verplicht € 2.500 te betalen. De curator heeft belanghebbende bovendien niet aansprakelijk gesteld voor betaling wegens de (door)levering van de ingekochte aandelen.

Het hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een aanmerkelijk belang heeft verkregen. Het borgstellingsverlies is niet aftrekbaar.

 

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Maandag 30 november 2020