Geen deelnemingsvrijstelling voor rentevergoeding wegens te late betaling

Hof Den Bosch heeft op 21 juni 2019 (publicatie: 23 oktober 2019) uitspraak gedaan in hoeverre de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op een ontvangen rentevergoeding wegens de te late betaling van een earn-outvergoeding en een vergoeding in het kader van een anti-speculatiebeding in verband met de verkoop van een deelneming.

Belanghebbende is een bv die een 50%-deelneming heeft verkocht. In de verkoopovereenkomst is een earn-outvergoeding en een vergoeding inzake een anti-speculatiebeding opgenomen. Belanghebbende is tegen de koper een civiele procedure gestart over onder meer de hoogte van beide vergoedingen. De rechter heeft de hoogte van beide vergoedingen en de rente wegens te late betaling vastgesteld.

 

In geschil is of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op de door belanghebbende ontvangen rentevergoedingen.

 

Volgens Hof Den Bosch maakt de stelling van belanghebbende, dat de omvang van de rentevergoeding net als de omvang van de earn-outvergoeding en de anti-speculatievergoeding onzeker was, niet dat de rentevergoeding deel is gaan uitmaken van de prijs van de aandelen. De onzekerheid omtrent de hoogte van de waarde van de aandelen is een andere dan de onzekerheid omtrent de betalingsdatum.

Het hof voegt hier nog aan toe dat de deelnemingsvrijstelling tot doel heeft te voorkomen dat tweemaal belasting wordt geheven over dezelfde winst. De hier vergoede rente heeft geen relatie met de winst van de verkochte deelneming, anders dan dat de prijs die voor de deelneming is verschuldigd een grondslag vormt voor de berekening van de rente wegens te late betaling.

 

De deelnemingsvrijstelling is derhalve niet van toepassing.

Informatie

  • Fiscaal: Wet Vpb
  • Maandag 28 oktober 2019