Geen keuze voor verdeling inkomsten uit eigen woning, dan ieder voor de helft

Hof Amsterdam heeft op 12 maart 2020 (publicatie: 18 maart 2020) uitspraak gedaan over de toedeling tussen partners van de negatieve belastbare inkomsten uit eigen woning.

Belanghebbende en zijn partner hebben samen een woning gekocht. In 2016 hebben zij in verband met de woning in totaal € 14.271 aan hypotheekrente betaald.

De WOZ-waarde is € 270.000. Dit betekent een eigenwoningforfait van € 2.025.

Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2016, uitgaande van 50% van het eigenwoningforfait en 100% van de betaalde rente, in box 1 een bedrag van

€ 13.259 in mindering gebracht.

 

In geschil is welk bedrag belanghebbende aan negatieve belastbare inkomsten uit eigen woning in aanmerking mag nemen. De inspecteur stelt dat gezien het eigenwoningforfait van € 2.025 en de hypotheekrente van € 14.271 de inkomsten eigen woning per saldo € 12.246 negatief zijn. Van dit bedrag deelt de inspecteur € 6.123 toe aan belanghebbende.

 

Hof Amsterdam is met de rechtbank van oordeel dat er voor 2016 sprake is van partnerschap in de zin van artikel 1.2 lid 1 Wet IB 2001. Belanghebbende en zijn partner hebben geen keuze hebben gemaakt in de zin van artikel 2.17 lid 2 Wet IB 2001.

Gelet op het bepaalde in artikel 2.17 lid 3 en 5 Wet IB 2001 dient daarom (slechts) de helft van de belastbare inkomsten uit eigen woning aan belanghebbende te worden toegerekend.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Dinsdag 31 maart 2020