Geen ondernemersrisico: inkomsten zijn resultaat uit overige werkzaamheden

Op 22 september 2020 heeft Hof Den Haag uitspraak gedaan of een zelfstandige met slechts een opdrachtgever winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden geniet.

Belanghebbende staat als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hij verricht als zelfstandige werkzaamheden bij slechts een opdrachtgever. De Belastingdienst heeft een VAR-wuo afgegeven. In de VAR-aanvraag heeft belanghebbende vermeld dat hij drie of meer opdrachtgevers heeft.

Belanghebbende heeft zijn inkomsten als winst uit onderneming aangemerkt. De inspecteur is het hier echter niet mee eens. In geschil is vervolgens of de inkomsten winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden zijn.

Volgens Hof Den Haag heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat hij ten opzichte van zijn opdrachtgever voldoende zelfstandig is. De opdrachtgever verstrekt namelijk aan belanghebbende een lijst met werkzaamheden, die hij per dag of per week moet verrichten, en belanghebbende moet op vaste tijden aanwezig zijn. Belanghebbende loopt bovendien geen ondernemersrisico aangezien hij, als er geen werk is, toch wordt betaald. Daarnaast houdt zijn debiteurenrisico niet meer in dan dat van een werknemer die loon ontvangt van zijn werkgever. Verder heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat hij streeft naar het verkrijgen van verschillende opdrachten. Belanghebbende geeft ook niet actief bekendheid aan zijn activiteiten.

Het hof is het daarom met de inspecteur eens dat de inkomsten van belanghebbende geen winst uit onderneming zijn maar resultaat uit overige werkzaamheden.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Maandag 5 oktober 2020