Geen sprake van vruchtgebruik conform artikel 5.4 lid 3 Wet IB 2001

Hof Den Haag heeft op 30 september 2020 uitspraak gedaan of op de blote eigendom van een woning in Frankrijk, dat verkregen is op grond van een Franse notariële akte, de uitzondering van artikel 5.4 lid 3 Wet IB 2001 van toepassing is.

Belanghebbende en haar broer hebben in 2011 op grond van een Franse notariële akte van haar ouders de blote eigendom verkregen van de door de ouders bewoonde woning gelegen in Frankrijk, onder voorbehoud van het levenslange vruchtgebruik voor beide ouders dan wel voor de langstlevende ouder. In 2012 is de vader overleden.

In geschil is of de blote eigendom van de woning behoort tot de rendementsgrondslag in box 3. Volgens belanghebbende is de uitzondering van artikel 5.4 lid 3 Wet IB 2001 van toepassing, omdat op de woning op grond van een uiterste wilsbeschikking - namelijk de akte van 2011 - een vruchtgebruik rust ten behoeve van de langstlevende ouder.

Hof Den Haag oordeelt dat de akte gezien het toepasselijk Franse recht het karakter heeft van een notariële akte van schenking bij leven ten titel van vervroegde verdeling en niet het karakter heeft van een verkrijging krachtens Frans erfrecht. Het vruchtgebruik is dus niet gevestigd op grond van een uiterste wilsbeschikking. De uitzondering van artikel 5.4 lid 3 Wet IB 2001 is daarom niet van toepassing.

De inspecteur heeft de waarde van de blote eigendom van de Franse woning derhalve terecht tot de rendementsgrondslag in box 3 van belanghebbende gerekend.

 

Informatie

  • Internationaal, Fiscaal: Wet IB
  • Maandag 19 oktober 2020