Geen tbs voor ondernemingsgedeelte pand bij man/vrouw-firma

Hof Den Haag heeft op 20 oktober 2020 (publicatie: 2 december 2020) uitspraak gedaan of - in de situatie van een vof en gemeenschap van goederen - op het ondernemingsgedeelte van het aandeel van een echtgenoot in een pand de tbs-regeling van toepassing is.

Belanghebbende drijft samen met haar echtgenoot een winkel in de vorm van een vof. Zij zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Tot de huwelijksgemeenschap behoort een pand met op de benedenverdieping de winkel met magazijn. De bovenverdieping bestaat uit kamers die verhuurd zijn aan studenten. Het pand is niet gesplitst. Er is een gemeenschappelijke sanitaire ruimte. De bovenverdieping is alleen met een trap vanuit het magazijn bereikbaar.

Beide echtgenoten rekenen het pand, inclusief de benedenverdieping tot hun privévermogen.

In geschil is of op het ondernemingsgedeelte van het aandeel van een echtgenoot in het pand de tbs-regeling van toepassing is.

Volgens Hof Den Haag zijn beide echtgenoten bestuursbevoegd ten aanzien van het pand. Zij gebruiken het ondernemingsgedeelte van het pand in de onderneming die zij gezamenlijk in firmaverband drijven. Gelet hierop stelt belanghebbende niet een deel van het ondernemingsgedeelte van haar aandeel in het pand ter beschikking aan de echtgenoot in de zin van artikel 3.91 Wet IB 2001. Volgens het hof gebruikt belanghebbende haar aandeel in het ondernemingsgedeelte volledig in haar eigen (subjectieve) onderneming. Omdat het aandeel in het pand tot het buitenvennootschappelijke privévermogen behoort, dient dit aandeel bij belanghebbende volledig in box 3 in aanmerking te worden genomen.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Maandag 7 december 2020