Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Geërfd ODV-recht omzetten in (nabestaanden)lijfrente door erfgenaam (deel 2)

Op 1 december jl. besteedden wij aandacht aan de door het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) op 23 november jl. gewijzigde nieuwe versie van V&A 20-008. In deze nieuwe versie verduidelijkt het CAP dat een erfgenaam van een overleden ODV-gerechtigde het verkregen recht op ODV-termijnen NIET kan aanwenden voor een direct ingaande tijdelijke nabestaandenlijfrente ten behoeve van zichzelf.

Wij sloten dit bericht af met de opmerking dat bij overlijden van de DGA, terwijl de ODV-uitkeringen nog niet zijn ingegaan, de erfgenamen 12 maanden de tijd hebben om te beslissen wat ze met hun deel van de ODV doen: geheel of gedeeltelijk omzetten in een lijfrente.

Als de ODV-uitkeringen wel al waren ingegaan, bepaalt onderdeel 5.4 van het Verzamelbesluit Pensioenen van 11 december 2018 dat de volledige waarde van de ODV-aanspraken moet worden aangewend ter verkrijging van een bancaire of verzekerde lijfrente. Daarbij wordt echter niet aangegeven of dit per erfgenaam geldt of voor alle erfgenamen tezamen. Bovendien moet de belanghebbende, hetgeen duidt op een afzonderlijke erfgenaam, voorafgaand aan de aanwending van de ODV ter verkrijging van een bancaire of verzekerde lijfrente hiervoor een verzoek indienen bij de inspecteur.

Navraag bij het CAP heeft uitgewezen dat elke individuele erfgenaam/aanspraakgerechtigde zelf kan kiezen zijn eigen geërfde ODV-aanspraak al dan niet aan te wenden voor een lijfrenteproduct, zonder dat dit gevolgen heeft voor (de keuze van) een andere erfgenaam/uitkeringsgerechtigde. Elke individuele erfgenaam kan dus zelfstandig beslissen wat hij met zijn ODV-recht wil doen.

Het CAP overweegt om laatstgenoemde kwestie, als sprake is van meerdere erfgenamen, ook officieel in V&A 20-008 op te nemen.

Daarbij zij wel opgemerkt dat in een situatie van onderdekking aanvullende voorwaarden in het Verzamelbesluit Pensioenen zijn opgenomen, te weten:

  • De onderdekking moet voortvloeien uit (reële) ondernemings- of beleggingsverliezen en niet het gevolg zijn van andere factoren (winstuitdelingen, onvolwaardige dan wel afgewaardeerde vorderingen op de DGA of aan hem verwante personen)
  • Alle aanwezige bezittingen van het lichaam, worden aangewend ter verkrijging van een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001 of van een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van die wet
  • Het eigenbeheerlichaam wordt geliquideerd direct na verkrijging van een lijfrente, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als voornoemd

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, ODV Fiscaal
  • Maandag 14 december 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships