Helft schenking ziet op moeder: 180-dagen-regel van toepassing

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 januari 2020 (publicatie: 4 maart 2020) uitspraak gedaan in hoeverre een door vader gedane schenking is toe te rekenen aan moeder in de situatie dat er sprake is van een algehele gemeenschap van goederen.

Belanghebbenden hebben schenkingen van hun vader ontvangen. Die schenkingen vonden plaats door een overboeking van de bv van vader op de bankrekeningen van belanghebbenden. De moeder van belanghebbenden is vervolgens binnen 180 dagen na de schenking overleden. Vader en moeder waren in algehele gemeenschap van goederen gehuwd.  

 

De inspecteur heeft de schenkingen op grond van artikel 12 lid 1 SW voor de helft tot de nalatenschap van moeder gerekend. Belanghebbenden stellen dat geen sprake is van schenkingen door moeder omdat de bevoordelingsbedoeling bij moeder ontbrak. 

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant overweegt dat, gezien de algehele gemeenschap van goederen de aandelen in de bv, en niet alleen de waarde daarvan zoals belanghebbenden stellen, deel uitmaken van deze huwelijksgoederengemeenschap. Er is gedurende het bestaan van de huwelijkse gemeenschap geen verdeling van het vermogen mogelijk en er is dus geen sprake van enig privévermogen van vader. Betalingen uit de bv zijn daardoor afkomstig uit de huwelijksgoederengemeenschap. Door die betalingen is de gemeenschap verarmd.

Vader heeft namens de huwelijksgemeenschap gehandeld. Nu vader uit vrijgevigheid heeft gehandeld, wordt daarmee de bevoordelingsbedoeling ook bij moeder geacht aanwezig te zijn.

De rechtbank oordeelt dat het gelijk aan de inspecteur is. De schenkingen zijn voor de helft binnen 180 dagen voor overlijden gedaan.

Informatie

  • Fiscaal: Successiewet
  • Maandag 9 maart 2020