Het drie pijlersysteem uitgelegd

Het 'pensioengebouw' in Nederland  is gebaseerd op het drie pijler systeem. De eerste pijler is de sociale zekerheid, de voorzieningen vanuit de overheid. De tweede pijler zijn de voorzieningen in het kader van een werkgever/ werknemer relatie, het pensioen. De derde pijler bestaat uit privé voorzieningen, zoals lijfrente, sparen en beleggen.

  • AOW: algemene ouderdomswet
  • ANW: algemene nabestaandenwet
  • WIA: wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
  • OP: ouderdomspensioen
  • NP: nabestaandenpensioen
  • AOP: arbeidsongeschiktheidspensioen

Binnen het drie pijlersysteem is ook nog een andere verticale driedeling van belang. Dat zijn de drie risico’s die zich voor kunnen doen in het kader van pensioen en van essentieel belang zijn bij het maken van een pensioenplanning. Dat is het risico van ouderdom, het risico van overlijden en het risico van arbeidsongeschiktheid.

De eerste pijler is een basispensioen, door de staat geregeld en gefinancierd door middel van een omslagstelsel. Deze pijler heeft als doel ten minste een basisvoorziening te scheppen. De tweede pijler wordt altijd opgebouwd in de relatie werkgever/werknemer. De tweede pijler is gefinancierd door middel van een kapitaaldekkingsstelsel of een omslagstelsel, of een combinatie van beide. De derde pijler is vrijwillig en gaat om commerciële spaarproducten, al dan niet op basis van een verzekering en al dan niet fiscaal gefaciliteerd.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Woensdag 1 december 2010