Het wezenpensioen uitgelegd

Het wezenpensioen is een uitkering voor de kinderen van een werknemer. Het wezenpensioen gaat uitkeren direct na het overlijden van de werknemer aan de kinderen of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt. Het wezenpensioen geldt per kind. In sommige pensioenregelingen wordt het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor een wezenpensioen beperkt tot bijvoorbeeld maximaal 5. Als die beperking niet is opgenomen, dan is het altijd ongelimiteerd.

In de wet wordt, net als bij het partnerpensioen, een uitzondering gemaakt op het direct ingaan van het wezenpensioen. Het is ook mogelijk om het wezenpensioen te laten ingaan na de beëindiging van een eventuele ANW-uitkering.

De duur van de uitkering is maximaal 30 jaar. Korter is ook toegestaan. Als het kind de leeftijd van 30 jaar heeft bereikt dient de uitkering te stoppen. In de praktijk wordt vaak een lagere eindleeftijd dan 30 jaar gekozen. Daarbij wordt dan gekozen voor bijvoorbeeld 18 of 21 jaar waarbij de uitkering onder voorwaarden van studie of arbeidsongeschiktheid wordt verlengd. In dat laatste geval wordt vaak aangesloten bij de eindleeftijd van studiefinanciering, 27 jaar.

De hoogte van het wezenpensioen is vaak gekoppeld aan het ouderdomspensioen en is dan 14% van het ouderdomspensioen of gekoppeld aan het partnerpensioen en is dan 20% van het partnerpensioen (dat weer 70% van het ouderdomspensioen is).

In sommige pensioenregelingen wordt het wezenpensioen in hoogte verdubbeld indien beide ouders zijn overleden.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Woensdag 9 februari 2011