Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Hoge Raad maakt eind aan slapend dienstverband

Het is lange tijd onzeker geweest of slapende dienstverbanden na 104 weken arbeidsongeschiktheid nu wel of niet toegestaan zijn. De Hoge Raad heeft nu duidelijkheid gegeven: bij ‘goed werkgeverschap’ horen in beginsel geen slapende dienstverbanden. Maar toch verplicht de Hoge Raad niet dat deze altijd ontbonden moeten worden.  

Een werknemer die langer dan 104 weken ziek is, heeft geen recht meer op loondoorbetaling tijdens ziekte. Heeft de werkgever geen passend werk voorhanden, dan is hij ook niet meer verplicht om zich in te zetten voor re-integratie.

 

De arbeidsovereenkomst met een arbeidsongeschikte werknemer eindigt echter niet automatisch. Hiervoor moet de werkgever een ontslagvergunning aanvragen bij het UWV. Deze verleent de ontslagvergunning als de werknemer als gevolg van ziekte niet in staat is om zijn eigen werk te doen, als er binnen de onderneming van de werkgever geen passende arbeid voor de werknemer is en als niet te verwachten valt dat de werknemer binnen 26 weken zodanig zal herstellen dat hij wel eigen of passend werk kan doen. 

 

Aangezien de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt, heeft de werknemer recht op een transitievergoeding. Ook als de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en een IVA-uitkering ontvangt. Deze transitievergoeding kan voor werknemers die lang in dienst zijn oplopen tot € 81.000 bruto (2019), of tot een jaarsalaris als dat hoger is.

Slapend dienstverband

Veel werkgevers vinden het betalen van de transitievergoeding onrechtvaardig. Ze hebben immers al gedurende 104 weken het loon doorbetaald en kosten gemaakt voor re-integratie. Een oplossing werd gevonden in het ‘slapend’ houden van het dienstverband: de arbeidsovereenkomst wordt niet opgezegd, maar er wordt ook geen loon meer betaald.

 

Het nadeel van een slapend dienstverband is dat de werkgever, zolang de werknemer in dienst is, altijd moet kijken of werknemer weer werkzaamheden kan verrichten. Bij een herstel (ook na 26 weken) is de werkgever verplicht werk aan te bieden dat beschikbaar en passend is. Dan gaat ook opnieuw de loondoorbetalingsperiode lopen.

 

Herstelt de werknemer en is hij weer geschikt voor zichzelf bedongen arbeid, dan kan de werknemer deze arbeid opeisen. Is dat werk er niet meer en wil de werkgever op dat latere moment alsnog de arbeidsovereenkomst beëindigen, dan zal de transitievergoeding hoger uitvallen.

Compensatieregeling

Al in augustus 2015 gaf Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan dat hij het omzeilen van de transitievergoeding ‘niet fatsoenlijk’ vindt. Werkgevers, zeker uit het MKB, gaven daarentegen terug dat ze geen financiële middelen hebben voor de transitievergoeding. Dit resulteerde in de Wet compensatie transitievergoeding, die op 1 april 2020 in werking treedt. 

 

Werkgevers kunnen dan bij het UWV een aanvraag indienen voor het verkrijgen van compensatie van de betaalde transitievergoeding. En wel met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. Dat is de datum van inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid, de wet waarmee de transitievergoeding in de wet is ingevoerd. Aanvragen voor deze terugwerkende kracht moeten vóór 1 oktober 2020 worden ingediend. 

Hoogte compensatie

Het bedrag dat het UWV aan de werkgever compenseert is het bedrag van de transitievergoeding dat verschuldigd was op het moment waarop het opzegverbod tijdens ziekte eindigde. De peildatum voor de compensatieberekening is 104 weken plus 1 dag na de eerste ziektedag. Met andere woorden: het bedrag dat gold na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Als er een slapend dienstverband is aangehouden, is de transitievergoeding inmiddels weer hoger geworden: dat gedeelte wordt dus niet gecompenseerd.

 

Het bedrag van de compensatie is in elk geval niet hoger dan het bedrag van het loon dat de werkgever tijdens de eerste 104 weken van ziekte aan de werknemer heeft betaald. De bedoeling van de wetgever is namelijk uitsluitend om de werkgever te compenseren voor het betalen van de transitievergoeding als de werkgever ook al loon tijdens ziekte heeft betaald. Hierdoor is het mogelijk dat de werkgever een lager bedrag krijgt gecompenseerd dan de uitbetaalde transitievergoeding.

Werkgevers terughoudend

Ondanks de compensatieregeling blijven veel werkgevers terughoudend, omdat de transitievergoeding eerst volledig betaald moet zijn voordat de aanvraag voor compensatie kan worden ingediend. De werkgever moet de transitievergoeding dus altijd voorfinancieren, wat zeker voor kleinere werkgevers problematisch kan zijn. Bovendien is nog niet helemaal duidelijk hoe de compensatieregeling precies uitwerkt. Werkgevers willen voorkomen dat zij de transitievergoeding al wel betaald hebben, maar dat deze achteraf niet of niet volledig door het UWV gecompenseerd wordt.

Prejudiciële vraag

Omdat er veel geprocedeerd wordt over het slapend dienstverband, is er door de rechtbank Limburg een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad gesteld. Die luidt: moet een werkgever, en zo ja onder welke omstandigheden, als ‘goed werkgever’ akkoord gaan met het voorstel van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer tot beëindiging van het ‘slapende dienstverband’, onder betaling van de wettelijke transitievergoeding?

 

Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven:  op de werkgever rust in beginsel de verplichting om het slapende dienstverband te beëindigen. Er is een uitzondering mogelijk als de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Dit is bijvoorbeeld het geval als er nog reële re-integratiemogelijkheden zijn, maar dit is niet het geval als de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bijna heeft bereikt.

Voorfinanciering

Ook stelt de Hoge Raad dat als de werkgever aannemelijk maakt dat de voorfinanciering leidt tot ernstige financiële problemen, de rechter kan beslissen dat betaling aan de werknemer in termijnen plaatsvindt of wordt opgeschort tot na 1 april 2020. Vanaf 1 april 2020 geldt echter dat voor een aanvraag op grond van de Wet compensatie transitievergoeding vereist is dat de volledige vergoeding aan de werknemer is voldaan. De werkgever is dus altijd verplicht tot voorfinanciering.

Informatie

  • Inkomen
  • EQF 5
  • Woensdag 11 december 2019
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships