Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Hoofdlijnnotitie Uitwerking Pensioenakkoord

Op 12 juni 2020 is het dan opeens zover. Kabinet en sociale partners zijn er uit. Er is overeenstemming over ‘het nieuwe pensioenstelsel’. Dit pensioenstelsel moet transparanter, persoonlijker en toekomstbestendiger worden.

De rekenrente, dekkingsgraden en pensioenaanspraken verdwijnen uit het pensioenlandschap. Het nabestaandenpensioen wordt onafhankelijk van diensttijd en er komen meer mogelijkheden voor zzp-ers en hun pensioenopbouw. Op 22 juni 2020 heeft minister Koolmees (SZW) de “Hoofdlijnennotitie uitwerking Pensioenakkoord” naar de Tweede Kamer gestuurd. Ten opzichte van het Pensioenakkoord van 5 juni 2019 is het nieuwe pensioencontract doorontwikkeld, om tot een betere invulling van de vastgestelde doelen te komen.

Pensioenakkoord moet totaalpakket zijn                         

Naast de aanpassingen van de tweede pijler wordt in het Pensioenakkoord een totaalpakket aan maatregelen afgesproken waarmee de oudedagsvoorziening in Nederland op veel punten wordt verbeterd. Zo is door het Pensioenakkoord de snelle stijging van de AOW-leeftijd inmiddels een halt toegeroepen. 

Ook hebben kabinet en sociale partners afspraken gemaakt die ervoor moeten zorgen dat werkenden in Nederland gezond de pensioendatum kunnen halen. Niet iedereen is in staat langer door te werken. Daarom is in het Pensioenakkoord ook afgesproken dat er flink zal worden geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid. Waar mensen vanwege zwaar werk echt niet langer door kunnen werken, komen (betaalbare) mogelijkheden om eerder uit te treden.

In het Pensioenakkoord is daarnaast ook aandacht besteed aan meer keuzemogelijkheden voor deelnemers in het pensioenstelsel. De afspraak is dat mensen op pensioendatum eenmalig een bedrag mogen opnemen van maximaal 10% van hun pensioen. Dit betekent wel dat er daarna iets minder overblijft. Daarom is eerder afgesproken dat er bepaalde voorwaarden gelden. Het wetsvoorstel hiertoe is op 17 november 2020 aangenomen door de Tweede Kamer, maar zal pas in 2022 ingaan. Tot slot is afgesproken dat zelfstandigen verplicht een arbeidsongeschiktheidsverzekering moeten hebben. Dat heeft weinig te maken met pensioen, maar is wel in het kader van het Pensioenakkoord afgesproken door de verschillende onderhandelaars.

Aanleiding Pensioenakkoord

Er is de afgelopen decennia veel veranderd in onze samenleving. De demografie, economie en arbeidsmarkt zijn anders. Mensen worden steeds ouder. Er zijn veel minder werkenden ten opzichte van gepensioneerden en mensen werken niet meer hun hele leven bij één werkgever. Tot slot zijn de pensioenen gevoeliger geworden voor de ontwikkelingen op financiële markten omdat de pensioenpremies een steeds kleiner deel zijn geworden ten opzichte van het totale pensioenvermogen.

Al deze veranderingen zorgen ervoor dat het huidige pensioenstelsel niet goed meer aansluit op de maatschappij van nu, en de gedane pensioenbeloften niet goed kunnen worden nagekomen. Dit zorgt voor teleurstelling en afnemend vertrouwen. Zo dreigen regelmatig verlagingen van pensioenen, terwijl verhogingen van pensioen al jaren uitblijven. Om toekomstbestendig te kunnen blijven moet het pensioenstelsel daarom worden aangepast.

Doelstelling Pensioenakkoord

Het doel van het Pensioenakkoord is het zorgen voor een duurzaam houdbaar pensioenstelsel dat:

  • Eerder perspectief biedt op een koopkrachtig pensioen, wat ook betekent dat het pensioen directer meebeweegt met de ontwikkeling van de economie
  • Pensioen transparanter en persoonlijker maakt
  • Beter aansluit bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt

Inhoud Pensioenakkoord

Hierna benoemen wij de belangrijkste voorgenomen inhoudelijke wijzigingen van het Pensioenakkoord. Hoewel er al bepaalde onderdelen van het totaalpakket zijn uitgewerkt en zelfs door de Tweede Kamer zijn goedgekeurd, geldt dat nog niet voor de exacte invulling van alle wetgeving. Het is een zeer complex proces, dat op detail nog moet worden uitgewerkt.

De inhoud, zoals hierna beschreven, is de stand van zaken van eind 2020. 

Het nieuwe pensioencontract en de verbeterde premieregeling

Het doorsneepremiesysteem wordt afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een ‘flatrate’-(gelijkblijvende) premie voor ‘alle’ deelnemers. Geen eindloon- en/of middelloonregelingen meer met aanspraken op pensioen en ook geen leeftijdsafhankelijke premiestaffels meer. In plaats daarvan zijn de ingelegde premie en het hiermee behaalde rendement de uiteindelijke factoren die het pensioenresultaat in het nieuwe pensioenstelsel zullen bepalen. Wel is er nog steeds sprake van één collectief tussen actieven, gepensioneerden en slapers. Solidariteit en collectiviteit blijven belangrijke uitgangspunten en de huidige verplichtstelling blijft behouden.

De vlakke beschikbare premie zal voor alle leeftijdsgroepen gelijk zijn. Hoe ouder je bent, hoe minder pensioen je van dezelfde premie kunt aankopen. Er zal derhalve sprake zijn van  degressieve pensioenopbouw. De fiscaal maximaal in te leggen premie moet nog definitief worden vastgesteld, maar aangezien met het Pensioenakkoord geen versobering van de pensioenen is beoogd zal deze vermoedelijk ergens tussen de 30% en 33% van de pensioengrondslag liggen. Uiteraard dient de fiscale wetgeving wel te worden aangepast op het nieuwe pensioencontract.

In plaats van de huidige (risicovrije) rekenrente, zal gerekend gaan worden met een zogenaamd projectierendement. Met behulp van dit projectierendement worden de hoogte van de premie en de pensioenuitkering bepaald. Gaat het beter dan verwacht dan is er mogelijkheid tot indexatie van het pensioen, maar gaat het slechter dan moet er uiteindelijk toch weer worden gekort.

Collectieve solidariteitsreserve

In het nieuwe pensioencontract krijgen deelnemers allereerst meer inzicht in welke premie er wordt ingelegd, wat het voor iedere deelnemer persoonlijk voor de uitkering gereserveerde vermogen is en hoeveel pensioen zij kunnen verwachten. Dat wordt jaarlijks zichtbaar gemaakt.

Daarnaast is een intrinsiek onderdeel van het nieuwe pensioencontract een zogeheten collectieve solidariteitsreserve. Dit is een collectief vermogen dat wordt gevuld uit premies en/of overrendement. Met dit vermogen worden risico’s binnen en ook tussen toekomstige generaties volgens duidelijke en evenwichtige regels over leeftijdsgroepen gedeeld. Hierdoor zou het mogelijk moeten zijn om ingegane pensioenen – vaker dan nu – te verhogen. Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid. Financieel slechte jaren worden hierdoor gecompenseerd door goede jaren. In slechte jaren kunnen tegenvallers verder worden gedempt met de solidariteitsreserve.

Naast het nieuwe pensioencontract kunnen sociale partners ook kiezen voor een verbeterde premieregeling. Ook in dit contract kunnen zij – als zij dat willen – meer risico’s delen dan nu het geval is. Mede hierdoor wordt dit contract beter toegankelijk voor bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen. Afgesproken is dat sociale partners op fondsniveau kunnen bepalen dat een variabele uitkering de standaard wordt voor alle deelnemers. Hierdoor wordt in de uitkeringsfase de kans op een verhoging van het pensioen vergroot. Deelnemers die een stabiele uitkering wensen, behouden daartoe de keuze.

Evenwichtige overgang

Afgesproken is dat eventuele nadelen voor het te verwachten pensioen als gevolg van de overstap naar een nieuw contract en de andere manier van pensioenopbouw adequaat en kostenneutraal worden gecompenseerd. De negatieve effecten als gevolg van de afschaffing van de doorsneesystematiek worden veelal opgeheven door de (positieve) effecten van andere verdeelregels in het nieuwe contract. In het geval van een nadeel is afgesproken dat er een adequate compensatie moet komen.

Groot probleem in de discussie was de compensatie van degenen met een verzekerde premiepensioenregeling. Eerder onderzoek liet al zien dat in het voorgestelde nieuwe stelsel de ‘ouderen’ vanaf ongeveer 40 jaar erop achteruit zullen gaan en hiervoor gecompenseerd moeten worden. Dit zou uiteraard leiden tot aanzienlijke premiestijgingen.

Zoals het er eind 2020 naar uitziet wordt dit probleem ‘opgelost’ door de regeling voor huidige deelnemers aan de gestaffelde beschikbare premieregelingen te eerbiedigen en het nieuwe systeem alleen toe te passen op nieuwe deelnemers. Dat betekent dan dus twee regelingen naast elkaar. Deze oplossing vergt nog nadere uitwerking.

Tenslotte is aangegeven dat het nieuwe stelsel ook toegepast gaat worden op reeds opgebouwde rechten (“invaren”). In de uitwerking Pensioenakkoord staat: ‘Invaren heeft belangrijke voordelen voor de uitvoering, de uitlegbaarheid en de mogelijkheid om mee- en tegenvallers te delen. Daarom is het wenselijk dat de nieuwe pensioenopbouw en de bestaande rechten zoveel mogelijk in één fonds bij elkaar worden gehouden. Er wordt een standaardpad voorgeschreven waarin bestaande rechten in beginsel worden omgezet naar het nieuwe contract (“invaren”). Dit betekent dat de regels van dat nieuwe contract ook van toepassing worden op de bestaande rechten.’

Geen kortingen in 2021

Vanwege de uitzonderlijke economische situatie zijn partijen verder overeengekomen dat pensioenfondsen met een dekkingsgraad boven de 90% per 31 december 2020 de pensioenen niet hoeven te verlagen.

Vervolg

Op 22 juni 2020 heeft minister Koolmees (SZW) de “Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord” naar de Tweede Kamer gestuurd. Eind 2020 zal hij het hieruit voortvloeiende wetsvoorstel ter consultatie aanbieden. Behandeling in de Tweede Kamer is voorzien in 2021 en de implementatie in 2022. Vanaf 1 januari 2026 zou dan voor iedereen het nieuwe pensioenstelsel een feit moeten zijn.

Andere onderdelen van het totaalpakket uit het Pensioenakkoord

In het Pensioenakkoord is – naast de aanpassingen van de tweede pijler - een totaalpakket aan maatregelen afgesproken waarmee de oudedagsvoorziening in Nederland op veel punten wordt verbeterd.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd ging voor veel mensen de afgelopen jaren te snel omhoog. Hier kon niet iedereen zich op tijd op voorbereiden. Door het Pensioenakkoord is de snelle stijging van de AOW-leeftijd een halt toegeroepen. In 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Hierna stijgt de AOW-leeftijd in 2022 en 2023 met 3 maanden per jaar, en in 2024 met 2 maanden tot 67 jaar.

Wetsvoorstel Wet verandering koppeling AOW-leeftijd aangenomen

Op 10 november 2020 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet verandering koppeling AOW-leeftijd aangenomen. Vanaf 2025 wordt de ontwikkeling van de AOW-leeftijd nog slechts voor 2/3 gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting op 65 jaar. Elk jaar dat we langer leven resulteert in acht maanden langer doorwerken en vier maanden langer een AOW-uitkering. Ook voor de pensioenrichtleeftijd gaat deze 2/3 koppeling gelden.

Gezond werkend naar het pensioen

In het Pensioenakkoord hebben kabinet en sociale partners ook afspraken gemaakt die ervoor moeten zorgen dat werkenden in Nederland gezond de pensioendatum kunnen halen. Niet iedereen is in staat langer door te werken. Daarom is in het Pensioenakkoord ook afgesproken dat er flink zal worden geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid. Waar mensen vanwege zwaar werk echt niet langer door kunnen werken, komen (betaalbare) mogelijkheden om eerder uit te treden. Hiervoor zijn afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden; zowel overgangsmaatregelen op de korte termijn als structurele maatregelen voor de langere termijn.

Meer keuzemogelijkheden

In het Pensioenakkoord is ook aandacht besteed aan meer keuzemogelijkheden voor deelnemers in het pensioenstelsel. De afspraak is dat mensen op pensioendatum eenmalig een bedrag mogen opnemen van maximaal 10% van hun pensioen. Dit betekent wel dat er daarna minder overblijft. Daarom is eerder afgesproken dat er bepaalde voorwaarden gelden.

Wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

Ruim een week voor Prinsjesdag 2020 is het wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen ingediend, waardoor:

  • Werknemers tot drie jaar voor hun pensioenleeftijd (deels) betaald kunnen stoppen met werken, zonder dat de werkgever hiervoor een ‘boete’ moet betalen
  • Werknemers tot 100 weken (nu nog 50 weken) bij hun werkgever verlof kunnen sparen
  • Pensioengerechtigden op de pensioendatum maximaal 10% van hun pensioen ineens kunnen opnemen. Dat geldt ook voor derde pijler voorzieningen, zoals lijfrenten. Dit zal niet eerder ingaan dan in 2022

Drempelvrijstelling RVU

Deze tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing maakt het (tijdelijk) mogelijk dat

werkgevers zonder strafheffing hun oudere werknemers de mogelijkheid kunnen bieden om alsnog eerder te stoppen met werken. Zeker in het licht van de discussie rondom de stijgende AOW leeftijd is dit een welkome versoepeling voor werkgevers en werknemers.

De maximale vrijgestelde RVU-uitkering wordt gekoppeld aan het bedrag van de AOW-uitkering. Het zal moeten gaan om een regeling voor uitkeringen over een periode van maximaal 36 maanden. Deze periode eindigt bovendien bij het bereiken van de AOW-leeftijd. In het voorstel gaat men uit van een bedrag van € 1.767 bruto per maand. Bij een hogere RVU is de werkgever over het overschot 52% pseudo-eindheffing verschuldigd. Deze vrijstelling zal tijdelijk zijn en per 31 december 2025 vervallen.

Verruiming verlofsparen

Het wetsvoorstel bevat ook een verruiming van het verlofsparen. De fiscale ruimte voor het fiscaal gefaciliteerd sparen van bovenwettelijk verlof gaat van 50 naar 100 weken. De vraag is wel of deze maatregel heel veel toegevoegde waarde heeft in de hele discussie rondom ‘eerder stoppen met werken’.

Afkoop pensioenaanspraken

Het belangrijkste onderdeel van het wetsvoorstel is echter de mogelijkheid om op pensioendatum tot maximaal 10% van de waarde van de pensioenaanspraken te mogen afkopen. Als hiermee voorzichtig genoeg wordt omgesprongen kan dit voor een aantal mensen een aantrekkelijke optie zijn bijvoorbeeld voor het aflossen van de hypotheek of de studie van een kind. Alhoewel vanuit een ‘zorgplicht’ gedachte wellicht begrijpelijk is, hebben veel partijen hun teleurstelling uitgesproken over het feit dat deze maatregel niet is toegestaan in combinatie met de reeds bestaande hoog-laag constructie waarbij eerst wat meer en daarna wat minder pensioen kan worden ontvangen zolang dit alles maar binnen een bandbreedte van 100:75 geschiedt.  Uit berekeningen blijkt dat deze faciliteit nagenoeg hetzelfde oplevert als de 10% afkoop, alleen dan verspreid over een aantal jaren. De pensioengerechtigde zal dus moeten kiezen welke variant het beste in zijn of haar financiële plaatje past. 

De afkoopmogelijkheid moet niet alleen gaan gelden voor pensioenaanspraken, maar ook voor het bevroren pensioen in eigen beheer, het nettopensioen, de nettolijfrente en oudedagsvoorzieningen opgebouwd in de derde pijler, zoals een lijfrenteverzekering. Vreemd genoeg geldt de mogelijkheid dan weer niet voor de DGA die zijn eigen beheer pensioen heeft omgezet in een OudeDagsVerplichting. Deze ODV is immers noch aan te merken als een tweede pijler, noch als een derde pijler voorziening. Alhoewel in de Memorie van Toelichting in wordt gegaan op het feit dat de mogelijkheid niet voor de ODV geldt, blijft het vreemd. Overigens kan een ODV fiscaal gefacilieerd worden omgezet in een lijfrente en zou op deze manier alsnog van de 10% afkoopmogelijkheid gebruik kunnen worden gemaakt.

Wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen aangenomen met wijzigingen

Op 17 november 2020 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen aangenomen.

In de tweede nota van wijziging heeft minister Koolmees nog een reparatie van de wet doorgevoerd. Naast de afkoopmogelijkheid op pensioendatum kan in bepaalde gevallen deze afkoop ook op één ander vast moment plaatsvinden. Aangezien het uitkeren van een bedrag ineens bij pensionering kan leiden tot een verschil in belastingdruk in verband met het tariefsverschil in de loonheffing vóór en vanaf de AOW-leeftijd, is goedgekeurd dat de afkoop ook in februari van het jaar volgend op het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt, kan plaatsvinden.  

Deze aanpassing zorgt ervoor dat alsdan geen AOW-premies over het afgekochte pensioen verschuldigd zijn en er dus op dat punt geen sprake meer is van een tariefsverschil. Uiteraard kan door de afkoop het belastbare inkomen in een hogere belastingschijf terecht komen. 

Verbeteren van pensioensparen door werknemers en ZZP’ers

In het Pensioenakkoord zijn ook afspraken gemaakt over het verbeteren van pensioensparen door werknemers en ZZP’ers. Voor werknemers hebben sociale partners een aanvalsplan beperken witte vlek opgesteld, omdat er nog te veel werknemers zijn die niet via hun werkgever pensioen opbouwen.

Voor zelfstandigen is afgesproken dat wordt bekeken hoe zij makkelijker pensioen kunnen sparen. Het kabinet beziet hoe zelfstandigen, die in één sector of bij één onderneming werkzaam zijn, zich vrijwillig kunnen aansluiten bij de pensioenregeling in de sector of de onderneming waar zij werken, ook als zij voordien niet als werknemer hebben deelgenomen.

Wettelijke verzekeringsplicht arbeidsongeschiktheid voor ZZP’ers

Daarnaast is in Pensioenakkoord afgesproken dat er een wettelijke verzekeringsplicht voor ZZP’ers tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico komt. Samen met sociale partners, UWV, de Belastingdienst en het Verbond van Verzekeraars, en met betrokkenheid van zelfstandigenorganisaties zal de komende tijd uitgewerkt worden hoe een verzekeringsplicht op een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare wijze kan worden ingevoerd.

Nabestaandenpensioen

Tot slot zijn ook voor het nabestaandenpensioen afspraken gemaakt, zodat dit meer gestandaardiseerd, adequater en begrijpelijker wordt en risico’s worden verkleind. Met name het nabestaandenpensioen op risicobasis levert in de praktijk schrijnende gevallen op.

De voorstellen uit het advies over het nabestaandenpensioen van de Stichting van de Arbeid bieden een oplossing voor deze problematiek en worden overgenomen.

  1. Voor het partnerpensioen bij overlijden na de pensioendatum blijft de in de praktijk veel voorkomende dekking van 70% het ouderdomspensioen op opbouwbasis gehandhaafd
  2. Voor het partnerpensioen voorafgaand aan de pensioendatum worden wel wijzigingen voorgesteld:
    • Het partnerpensioen wordt vormgegeven op basis van risicodekking
    • De hoogte van het partnerpensioen wordt gebaseerd op het (gehele) salaris op het moment van overlijden van de deelnemer in plaats van op de pensioengrondslag. Dit betekent een verbetering voor de lage en middeninkomens
    • De dekking is diensttijdonafhankelijk, waardoor de hoogte van het partnerpensioen niet meer afhankelijk is van het arbeidsverleden of de dienstjaren bij de huidige werkgever. Dit zorgt  voor een betere aansluiting bij baanwisseling
    • Ten behoeve van behoud van dekking bij einde dienstverband worden daarnaast diverse andere maatregelen vastgelegd:
      • Loopt de risicodekking nog een aantal maanden door, zodat werknemers ‘in between jobs’ nog een dekking voor partnerpensioen hebben
      • Loopt de risicodekking door zolang iemand een WW-uitkering ontvangt
      • Komt de mogelijkheid om een deel van het ouderdomspensioen in te zetten om de risicodekking voort te zetten, zodat bijvoorbeeld ook bij langdurige werkloosheid en bij een overstap naar zelfstandig ondernemerschap er sprake blijft van een dekking voor partnerpensioen bij vroegtijdig overlijden
      • Kan worden overwogen om de mogelijkheid te creëren het partnerpensioen vrijwillig voort te zetten bij de (oude) pensioenuitvoerder
    • Het partnerpensioen bij overlijden voorafgaand aan de pensioendatum betreft een levenslange uitkering. Bij een overlijden wordt maatwerk mogelijk (bijvoorbeeld een hoog-  laagconstructie of een hogere uitkering tot maximaal een jaarsalaris gedurende een beperkte periode)
    • Het fiscale maximum voor het partnerpensioen bedraagt 50% van het (gehele) salaris
  3. Het wezenpensioen wordt verbeterd en zal uniform gelden tot 25 jaar. De fiscale maxima voor het wezenpensioen zijn 20% voor halfwezen en 40% voor wezen

Informatie

  • Pensioen
  • EQF 6
  • Donderdag 10 december 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships