Informatieplicht geschonden bij autoschade

Gerechtshof Den Haag oordeelt over een eventuele schending van de informatieplicht bij een autoverzekering.

Meerderjarige kinderen kopen in Duitsland een auto, een Audi A6, en zetten die op naam van een vriendin van één van hen.  Vervolgens wordt die op naam van de vader  van de kinderen gezet die daarvoor een autoverzekering aanvraagt. Hij meldt zichzelf daarbij als eigenaar en verzekeringnemer. Verzekeringnemer meldt op enig moment een brand in de auto. De RDW gaat vervolgens ook tot schorsing over vanwege de staat van het voertuig.

De expert geeft aan dat de brand op de achterbank is begonnen zonder aan te wijzen technische oorzaak. Er wordt nader onderzoek ingesteld waaruit brandstichting blijkt, een niet goed opgegeven schadeverleden en dat er bijna 21.000 kilometer in korte tijd mee is gereden. Ook is de dekking via internet na een maand veranderd van WA naar WA-Casco. Er zijn geen bewijzen van aankoop of onderhoud. De zoon is veroordeeld tot een ontzegging van de rijbevoegdheid.

Uit de verklaringen over hoe de aankoop is verlopen, blijkt dat de verzekeringnemer niet de echte eigenaar is. De verzekeraar wijst de schade af en neemt verzekeringnemer op in de frauderegisters wegens schending van de inlichtingenplicht na de schade door aan te geven dat de auto van verzekeringnemer in plaats van de zoon was.

Het gerechtshof vindt dat verzekeraar dat met het uitgevoerde onderzoek heeft aangetoond. De verklaringen van verzekeringnemer zijn niet consistent, onder andere de wijze van aankoop en betaling daarvan. Ook is niet aannemelijk dat het gestelde bedrag nodig voor de aanschaf op enig moment voorhanden is geweest bij verzekeringnemer. Verzekeraar hoefde vanuit diens zorgplicht er ook niet op te wijzen dat de verzekering geschorst moest worden vanwege de RDW-schorsing. Tenslotte mag verzekeraar ook de onderzoekskosten verhalen.

Informatie

  • Schade Particulier
  • Vrijdag 17 juli 2020