Inhaal en inkoop bij middelloon

Mag je aanvullende stortingen doen in je pensioen? Bijvoorbeeld om je pensioentekort te compenseren? In het fiscale pensioenjargon wordt dit inhaal en inkoop genoemd. Inhaal is je pensioen verbeteren (tot het fiscale maximum) over het huidige dienstverband. Inkoop is je pensioen verbeteren over vorige dienstverbanden. In deze bijdrage een toelichting op inhaal en inkoop.

Inhaal

Bij inhaal wordt gekeken naar hoeveel pensioen je in de huidige regeling hebt opgebouwd en dat wordt vergeleken met hoeveel pensioen je op basis van het (huidige) fiscale maximum mag opbouwen. Indien je minder pensioen opbouwt dan fiscaal maximaal, dan is sprake van een inhaalruimte. Deze ruimte mag naar eigen inzicht ineens of gespreid in de toekomst worden benut.

Voor de berekening van de inhaalruimte op basis van middelloon moet in beginsel altijd worden uitgegaan van de gegevens die hebben gegolden in de jaren waarop de inhaal betrekking heeft. Dat kan een probleem geven voor de vaststelling van de pensioengrondslagen voor de in te halen jaren. In de praktijk zijn vaak de historische gegevens over het pensioengevend loon niet meer bekend. Daarom is een goedkeuring gegeven voor een afwijkende methodiek.

De inhaalruimte op basis van middelloon mag voor de jaren tot 2001 worden bepaald op basis van een forfaitaire loonontwikkeling. Het forfaitaire loon wordt berekend vanuit het loon van het jaar 2001. Op basis hiervan kan het forfaitaire loon voor jaren tot 2001 worden berekend door het pensioengevend loon uit het jaar 2001 terug te rekenen met de in de wet veronderstelde loopbaanontwikkeling van tot het bereiken van de 35-jarige leeftijd 3% per jaar. Voor de volgende 10 jaren is het percentage 2% en voor de 10 daaropvolgende jaren 1%. Na het bereiken van 55-jarige leeftijd wordt geen loopbaanontwikkeling meer in aanmerking genomen. Omdat wordt uitgegaan van het loon van 2001, dienen deze forfaitair berekende lonen te worden verminderd met de voor 2001 gehanteerde AOW-franchise.

Voor inhaal over de jaren vanaf 1 januari 2001 moet men uitgaan van het feitelijk genoten pensioengevend loon van het betreffende jaar.

Inkoop

Inkoop moet worden gescheiden in twee perioden. De dienstjaren tot 8 juli 1994 mogen meetellen voor de berekening van het pensioen indien door het ontbreken van die dienstjaren sprake is van een pensioentekort. De dienstjaren na 8 juli 1994 mogen meetellen voorzover er sprake is van een verlies aan dienstjaren door waardeoverdracht.Als iemand bijvoorbeeld 10 jaar heeft gewerkt en pensioen opgebouwd en die aanspraken overdraagt naar de pensioenregeling van een nieuwe werkgever en daar 8 jaar terugkrijgt, dan kan hij 2 dienstjaren inkopen.

Bij de berekening van de inkoopruimte op basis van het middelloonstelsel moet men, net als bij inhaal, uitgaan van de gegevens die golden in de jaren waarop de inkoop betrekking heeft. Ook hier is de overgangsregeling voor de jaren gelegen voor 2001 van toepassing.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Maandag 24 januari 2011