Inkomsten uit zorgwerkzaamheden zijn geen winst uit onderneming

Hof Amsterdam heeft op 24 december 2020 (publicatie: 13 januari 2021) uitspraak gedaan of de inkomsten van een verlener van zorgwerkzaamdheden winst uit onderneming of loon uit dienstbetrekking zijn.

Belanghebbende heeft zich als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De activiteiten betreffen verpleegkundige dienstverlening. In 2013 verleent belanghebbende in het kader van de AWBZ en de WMO zorg in natura voor drie stichtingen. Deze instellingen zijn aangemerkt als toegelaten zorginstelling in de zin van de WTZi.

Volgens belanghebbende zijn de inkomsten uit de zorgwerkzaamheden winst uit onderneming. De inspecteur stelt echter dat sprake is van looninkomsten. Volgens de inspecteur beschikt belanghebbende niet over de vereiste zelfstandigheid en loopt hij geen ondernemersrisico.

Hof Amsterdam stelt vast dat de stichtingen, gezien hun verplichtingen jegens de zorgverzekeraars, noodzakelijkerwijs de bevoegdheid hadden om belanghebbende aanwijzingen te geven. Dat belanghebbende bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden een grote mate van professionele autonomie heeft, doet aan deze instructiebevoegdheid niet af.

Bovendien heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat hij een meer dan verwaarloosbaar debiteurenrisico loopt. Het hof constateert verder dat belanghebbende in 2013 slechts drie opdrachtgevers heeft, waarbij belanghebbende voor meer dan 75% voor slechts één opdrachtgever heeft gewerkt. Verder wijst het hof erop dat de eigen acquisitie van belanghebbende zeer beperkt was.

Het hof oordeelt dat aan alle vereisten voor het aannemen van een dienstbetrekking is voldaan. Het gelijk is derhalve aan de inspecteur.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Maandag 18 januari 2021