Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Jurisprudentie transitievergoeding bij herplaatsing in lager betaalde functie

Vanaf 1 juli 2015 zijn werkgevers, die een arbeidsovereenkomst opzeggen, verplicht de werknemer een transitievergoeding te betalen. Over de uitvoering van deze regeling ontstonden veel juridische vragen. Op 14 september 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitgesproken dat bij substantieel deeltijdontslag er recht is op een gedeeltelijke transitievergoeding. Nog niet beantwoord was de vraag of ook sprake kan zijn van een gedeeltelijke transitievergoeding bij herplaatsing in een lager betaalde functie. Op 17 april 2020 heeft de Hoge Raad hierover een prejudiciële beslissing genomen.

Transitievergoeding bij urenvermindering

Een van de juridische vragen over de transitievergoeding was of deze ook (pro-rata) moet worden toegepast bij gedeeltelijk ontslag. Op 14 september 2018 heeft de Hoge Raad deze vraag in cassatie (binnen grenzen) bevestigend beantwoord. Wel moet het arbeidsurenverlies ten minste 20% zijn  (oftewel: substantieel) en naar redelijke verwachting blijvend zijn (oftewel: structureel). De uitspraak wordt ook wel de Kolom-beschikking genoemd (de werkgever in deze zaak was de Stichting Kolom).

Transitievergoeding bij herplaatsing tegen een lager salaris?

Vraag is nu of (en in hoeverre) de Kolom-beschikking ook van toepassing is in de volgende situatie:

  • Ontslag per 1 augustus 2015 als docent uit een volledig dienstverband na 104 weken ziekte
  • Herplaatsing als onderwijsassistent in een dienstverband van 80%
  • Transitievergoeding gebaseerd op urenvermindering: € 10.277,03
  • Transitievergoeding gebaseerd op urenvermindering en salarisverlies:
    € 51.135,14

De procedure

De werknemer vordert een transitievergoeding van € 51.135,14. Bij beschikking van 5 januari 2016 oordeelt de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet is beëindigd maar feitelijk is voortgezet onder gewijzigde voorwaarden, zodat werknemer geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding. In hoger beroep wordt deze zienswijze in eerste instantie bekrachtigd, maar als gevolg van een procedurefout wordt de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam.

Tussenvonnis

Inmiddels is de Kolom-beschikking gepubliceerd. Belangrijk onderdeel hierin is dat wijziging van de arbeidsovereenkomst als gevolg van dwingende omstandigheden – zoals arbeidsongeschiktheid – gezien kan worden als een gedeeltelijke beëindiging van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst. Wel moet het hierbij gaan om een urenvermindering van minimaal 20%. Daarom oordeelt het Hof in een tussenbeschikking dat de werknemer - in ieder geval - recht heeft op een gedeeltelijke transitievergoeding van € 10.227,03 bruto in verband met de vermindering van de arbeidstijd met twintig procent. De berekening van dit bedrag is gebaseerd op de wetgeving ten tijde van het ontslag, vanaf 1 januari 2020 zou een lagere transitievergoeding hebben gegolden.

Prejudiciële vraag

In deze zaak speelt nu nog de vraag of door de substantiële en structurele salarisvermindering als gevolg van de functiewijziging van de medewerker op dat punt eveneens van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan worden gesproken. 

Het gaat hier om een rechtsvraag die van belang is voor de uitkomst van heel veel vergelijkbare geschillen. In zo’n geval kan een lagere rechter een uitspraak van de Hoge Raad vragen over deze rechtsvraag, zodat er sneller, eenvoudiger en met minder kosten (betrokkene hoeft niet in cassatie te gaan) duidelijkheid kan ontstaan. Dit wordt een prejudiciële vraag genoemd. In dit geval was de vraag: Dient met een vermindering van de arbeidsduur gelijkgesteld te worden een vermindering van het salaris als gevolg van een functiewijziging, met dien verstande dat in dat geval ook recht op een transitievergoeding bestaat naar evenredigheid van de salarisvermindering?

Afweging Hoge Raad

Art. 7:673 lid 1 (oud) BW houdt in dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding is verschuldigd indien, kort gezegd, de werkgever een arbeidsovereenkomst beëindigt. Beëindiging is ingevolge art. 7:669 lid 1 BW alleen mogelijk als herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Uit een en ander volgt dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst in het wettelijke stelsel een voorwaarde is voor het ontstaan van een recht op transitievergoeding, dat daarmee het karakter heeft van een ontslagvergoeding. 

Met het wettelijke stelsel en het karakter van de transitievergoeding is niet verenigbaar dat aanspraak ontstaat op een gedeeltelijke transitievergoeding bij een inkomensachteruitgang door herplaatsing in een functie met een lager salaris.

Herplaatsing in een andere passende functie (zonder urenverlies) is geen vorm van beëindiging als bedoeld in art. 7:673 BW. Een dergelijke herplaatsing door de werkgever wordt in het wettelijke stelsel, blijkens art. 7:669 lid 1 BW in verbinding met art. 7:673 BW, juist gezien als een (in beginsel voorgeschreven) weg om te voorkomen dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd.

Herplaatsing in een andere passende functie is ook niet op een lijn te stellen met gedeeltelijke beëindiging van een arbeidsovereenkomst, zoals aan de orde was in de Kolom-beschikking. In die beschikking ging het om een geval dat de arbeidsovereenkomst door vermindering van de arbeidsduur in feite gedeeltelijk was beëindigd. Dat de werknemer in een dergelijk geval (binnen bepaalde grenzen) recht heeft op een transitievergoeding naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidsduur, past binnen de systematiek van de – op verlies van werk (ontslag) gebaseerde – wettelijke regeling van de transitievergoeding. Die wettelijke regeling is niet bedoeld om een vergoeding aan de werknemer toe te kennen voor verlies van inkomen om andere redenen.

Prejudiciële beslissing

De beslissing is dus negatief. Bij salarisverlies als gevolg van herplaatsing in een lager betaalde functie ontstaat geen recht op een gedeeltelijke transitievergoeding. De transitievergoeding blijft in dit geval dus beperkt tot een vergoeding voor het urenverlies: € 10.277,03.

Informatie

  • Inkomen
  • EQF 5
  • Maandag 18 mei 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships