Kamerbrief over bevoegdheden raad van toezicht bij disfunctioneren bestuur pensioenfond

In de Wet versterking bestuur is een belangrijke bevoegdheid opgenomen voor de raad van toezicht; ontslag van het bestuur bij disfunctioneren. In de brief van de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer geeft deze nadere invulling wat onder disfunctioneren van het bestuur moet worden verstaan. Van disfunctioneren is in ieder geval sprake indien het bestuur een besluit heeft genomen zonder de vereiste goedkeuring van de raad van toezicht. Echter deze situatie wordt geclausuleerd wanneer het bestuur aannemelijk kan maken dat het besluit nodig was in het belang van de deelnemers en andere aanspraakgerechtigden of voortvloeit uit een aanwijzing van DNB of uit de wet.

Niet bij elk geschil tussen bestuur en raad van toezicht zal sprake zijn van disfunctioneren. Tevens wordt benadrukt dat het hier een bevoegdheid betreft als ultimum remedium en geen verplichting. De raad van toezicht staan ook andere middelen ter beschikking om disfunctioneren van bestuurders te corrigeren, waaronder de melding aan de DNB.

De bevoegdheid tot schorsen of ontslaan van het bestuur was gevraagd bij de behandeling door de Eerste Kamer om de raad van toezicht meer doorzettingsmacht te geven. Deze bevoegdheid is hiermee het belangrijkste onderscheid tussen een raad van toezicht of een visitatiecommissie voor de opzet en werking van het intern toezicht bij de governance van het fonds. Voor besturen die zich nu buigen over de inrichting van hun bestuursmodel en een keuze hebben tussen een raad van toezicht of een visitatiecommissie zal dit een belangrijke afweging vormen. Hierbij zal ook de visie van het verantwoordings-/belanghebbendenorgaan van invloed zal zijn.    

Informatie

  • Governance, Pensioen Algemeen
  • Maandag 23 maart 2015