Kifid 2019-284: Voor aangaan overeenkomst met beleggingsinstelling is geen toestemming partner vereist

Belanghebbende opent op eigen naam online een account bij een beleggingsinstelling. Belanghebbende is gehuwd. Belanghebbende lijdt een beleggingsverlies van ruim € 38.000.

 

Belanghebbende vordert het beleggingsverlies van de belegginstelling.

Volgens belanghebbende heeft de beleggingsinstelling onrechtmatig gehandeld dan wel haar zorgplicht geschonden door het aangaan van een overeenkomst met belanghebbende zonder toestemming van zijn echtgenote. Belanghebbende vindt het onrechtvaardig dat een partner bij bijvoorbeeld het kopen op afbetaling of het aangaan van een private leasecontract voor een auto wel mede moet tekenen (conform artikel 1:88 BW), maar bij het aangaan van een overeenkomst met een beleggingsinstelling om (online) te gaan beleggen niet. Het financiële risico voor een gezin is, zoals in hun geval ook is gebleken, daarbij vele malen groter.

 

Het Kifid oordeelt dat het aangaan van een overeenkomst met een beleggingsinstelling en de daaronder uitgevoerde (effecten)transacties geen rechtshandelingen zijn waarvoor een echtgenoot toestemming van de andere echtgenoot behoeft. In artikel 1:88 lid 1 sub a tot en met d BW is slechts (restrictief) een aantal rechtshandelingen genoemd waarvoor dat toestemmingsvereiste geldt. Van één van de daar genoemde situaties was in het onderhavige geval geen sprake.

Het Kifid wijst de vordering dan ook af.

 

Informatie

  • Beleggen, Geschillencommissie KiFiD, Recht: Overig, Recht: Huwelijksvermogens- en erfrecht
  • Woensdag 17 april 2019