Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Kifid 2019-997: Geen verplichte aanpassing WAO-gat verzekering aan gestegen AOW-leeftijd

Een consument heeft sinds 1 januari 1996 via zijn toenmalige werkgever een collectieve WAO gat verzekering bij een verzekeraar afgesloten. De verzekering voorzag in een aanvullende uitkering (WAO-aanvullingsrente) die de WAO-vervolguitkering aanvult tot 70% van het laatstgenoten salaris met een maximum van 70% van de WAO-dagloongrens. De eindleeftijd volgens het polisblad was 65 jaar. Uit de verzekeringsvoorwaarden blijkt dat de uitkering in ieder geval eindigt op de eerste dag van de maand waarin de werknemer de 65-jarige leeftijd bereikt. Ook eindigt de uitkering op de dag waarop de werknemer niet meer arbeidsongeschikt is.

 

Consument vordert € 1.000.000 aan uitkering en schadevergoeding.

In de periode vanaf februari 1999 tot 29 augustus 2002 is de consument herhaalde malen arbeidsongeschikt gemeld en heeft de bedrijfsarts na verloop van tijd de consument weer als geheel of gedeeltelijk arbeidsgeschikt beoordeeld. In de periode van 14 augustus 2001 tot 29 juli 2002 heeft de verzekeraar de WAO aanvullingsrente uitgekeerd op basis van het opgegeven salaris van Consument per 1 januari 1999.

 

Op 29 augustus 2002 heeft de toenmalige werkgever de consument opnieuw arbeidsongeschikt gemeld en heeft de bedrijfsarts hem voor 100% arbeidsongeschikt bevonden.

 

Na afloop van de WAO Loondervingsuitkering in de eigen functie heeft de consument vanaf 26 september 2004 recht op een WAO Vervolguitkering. Aangezien de consument vanaf 1 januari 2004 niet meer in dienst was bij zijn toenmalige werkgever, heeft de verzekeraar de WAO- aanvullingsrente vanaf 26 september 2004 tot de eindleeftijd (65 jaar) direct aan de consument uitbetaald.

 

De consument vordert € 1.000.000,- aan uitkering en schadevergoeding van de verzekeraar.

 

Dit bedrag bestaat uit drie onderdelen:

 

  • De verzekering zou pas in 2006 van toepassing moeten zijn en niet al in 2001, waardoor de grondslag voor de uitkering veel hoger zou zijn geweest. Bovendien zou de verzekering ook de loondoorbetaling gedurende de ziekteperiode moeten dekken
  • De eindleeftijd van de verzekering zou aangepast moet worden naar 66 jaar
  • Er is een onjuist belastingtarief op de uitkering heeft toegepast

De geschillencommissie geeft de consument op alle punten ongelijk en wijst de vordering af.

Periode

Volgens de voorwaarden geeft de verzekering uitsluitend recht op een WAO Aanvullingsrente, als recht bestaat op een WAO-vervolguitkering. Gebleken is dat in de periode van 14 augustus 2001 tot 29 juli 2002 en van 26 september 2004 tot 65 jaar het geval was en de verzekeraar ook tot betaling is overgegaan.

Eindleeftijd

Op het moment van sluiten van de verzekering was de eindleeftijd van 65 jaar gelijk aan de op dat moment geldende AOW-leeftijd. Het feit dat de AOW-leeftijd nadien door de wetgever is verhoogd, maakt niet dat de verzekeraar gehouden is de eindleeftijd van de verzekering aan te passen, aangezien dit niet tot de risicosfeer van de verzekeraar behoort. De financiële gevolgen van een dergelijke wetswijziging kunnen niet op de verzekeraar worden afgewenteld.

Inhouding loonheffing

De verzekeraar is inhoudingsplichtige voor de loonheffing op de uitkeringen en moet deze aan de belastingdienst af te dragen.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Toekomstvoorzieningen, Ziekte & Arbeidsongeschiktheid, Pensioen, Geschillencommissie KiFiD, Pensioen Varia, Sociale zekerheid
  • Woensdag 11 december 2019
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships