Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Kifid bevestigt: kredietvergoeding moet marktrente volgen

In januari 2019 deed de Commissie van Beroep van Kifid een baanbrekende uitspraak: de variabele rente op een doorlopend krediet, moet in de pas blijven met de ontwikkeling van de marktrente. Het moederbedrijf van de kredietverstrekker Interbank, Crédit Agricole Consumer Finance, heeft destijds circa € 100.000.000 gereserveerd om klanten te compenseren. De belangen zijn dus groot. Dit keer is ABN AMRO de aangeklaagde partij. Ook die krijgt ongelijk van de Commissie van Beroep. De argumenten van Kifid zijn wel van belang voor een juiste interpretatie van deze uitspraak.

De casus

Een klant heeft in 2010 een doorlopend krediet van € 50.000 afgesloten met een variabele rente. In 2018 is het krediet geheel afgelost. De klant beklaagt zich achteraf over het feit dat de rente tijdens de looptijd varieerde tussen de 8,5% en 9,6%, terwijl de marktrente sterk daalde. De rente op het krediet bewoog dus niet mee met de marktrente.

In 2018, een maand na aflossing van het krediet, wordt de klacht bij het Kifid ingediend. De Geschillencommissie veroordeelt ABN AMRO in juli 2020 tot vergoeding van de te hoge rente. Daarbij verwijst de Geschillencommissie naar de eerdere uitspraken van de Commissie van Beroep over een vergelijkbare zaak. Ook daarin was al geoordeeld dat de variabele rente de marktrente moet volgen. De bank moet met terugwerkende kracht per tijdvak van drie maanden een rente berekenen die in lijn is met een zogenoemde referentierente. Deze referentierente is door deskundigen vastgesteld: het is een gemiddelde van vergelijkbare marktrentes, voor zover daarover informatie beschikbaar en toegankelijk was. De bronnen zijn de rentes die De Nederlandsche Bank en het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben bijgehouden.

ABN AMRO is echter in beroep gegaan tegen deze uitspraak. De Commissie van Beroep (CvB) heeft zich uitgesproken over de bezwaren van de bank.

Uitspraak CvB

ABN AMRO voert diverse argumenten aan tegen de eerdere uitspraak. Er zou geen rekening gehouden worden met risicocategorieën, de referentierente zou niet representatief zijn, deze zou negatief uitpakken voor de bank en er zou een minimale bandbreedte van 2 procentpunt moeten gelden.

De CvB veegt deze argumenten echter van tafel. De referentierente is gebaseerd op echte rentes uit de markt. Die zijn dus wel degelijk representatief. Bovendien geeft de bank zelf geen alternatieve berekeningswijze.

CvB bevestigt wel dat het een bank vrij staat de variabele rente aan te passen. Er zitten echter grenzen aan de mate van bewegingsvrijheid. Die bewegingsvrijheid is afhankelijk van wat er is afgesproken met de klant. Als er niet is vastgelegd waarop een rentewijziging door de bank gebaseerd wordt, dan mag een consument er redelijkerwijs vanuit gaan dat de rente de marktrente volgt.

De CvB legt wel uit, dat een rente niet altijd met de marktrente hoeft mee te bewegen. Het zou anders zijn als de klant vóór het sluiten van de kredietovereenkomst is geïnformeerd dat het kan zijn dat de rente niet meebeweegt met de relevante marktrente. En waarom en in welke omstandigheden de rente dan wel aangepast wordt. Dat is hier echter niet het geval.

Door deze bindende uitspraak, moet de bank dus de rentevergoeding herrekenen aan de hand van de referentierente (overigens met een correctie van 0,91%) per drie maanden. Het teveel betaalde moet aan de klant terugbetaald worden.

Informatie

  • Consumptief Krediet
  • EQF 5
  • Dinsdag 9 maart 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships