Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Lagere maximale kredietvergoeding verlengd

In de zomer van 2020 besloot de Minister van Financiën om de maximale kredietvergoeding vanaf 10 augustus 2020 tijdelijk te verlagen van 14% naar 10%. Die verlaging zou duren tot 1 maart 2021. De Minister kondigde toen al aan dat deze maatregel mogelijk verlengd zou worden. 

In een brief van 11 februari 2021 kondigt hij deze verlenging aan en geeft hij daarnaast aan de verificatieplicht aan te willen passen.

Verlenging tijdelijke maatregel

In het kader van ‘financiële weerbaarheid’ heeft de Minister gekozen voor een tijdelijke verlaging van de maximale kredietvergoeding. Dit is gezien de coronacrisis des te belangrijker geworden.

Die crisis is nog steeds gaande. Daarom wordt de verlaging van de maximale kredietvergoeding verlengd tot 1 september 2021. De maximale kredietvergoeding is dan tot 1 september 8% boven op de wettelijke rente van 2%, of wel in totaal maximaal 10%. Dit geldt alleen voor kredieten die worden afgesloten in de periode van het besluit, of voor heropnames van al eerder afgesloten doorlopende kredieten (DK’s).

De minister (of diens opvolger) zal een besluit voorbereiden om de maatregel nog langer te verlengen, als hier aanleiding toe is. Dat kan niet meer via het ‘oude’ besluit, omdat daarin slechts een mogelijkheid tot eenmalige verlening van 6 maanden was genoemd.

Blijvende zorgen over verzendhuiskredieten

Veel mensen komen in financiële problemen door verzendhuiskredieten, zo bleek al in 2017. In meer dan 1 op de 3 gevallen (34%) was er een achterstand op deze kredieten. Sindsdien is het aantal verzendhuiskredieten zelf met bijna een kwart gedaald. En van het aantal uitstaande kredieten, is ook het aandeel met een achterstand gedaald tot 24%.

Sinds aanbieders van verzendhuiskredieten zijn aangesloten bij de VFN-gedragscode, is er dus een grote verbetering opgetreden in de achterstandsproblematiek. Toch uit de Minister nog steeds zijn zorgen over verzendhuiskredieten. Eén van de problemen is dat 75% van de achterstanden al ontstaan is voor 2015. En zelfs 40% is ontstaan voor 2010. De klanten met deze achterstanden, zitten hier in dat laatste geval al ruim 10 jaar mee.

Tot slot valt op dat de meeste achterstanden (bijna 60%) juist ontstaan op relatief kleine kredieten, van minder dan € 1.000.

Volgende stappen

Allereerst juicht de Minister het toe dat er vanaf 1 april 2021 een nieuwe Gedragscode met nog striktere leennormen komt. Die zijn nog niet gepubliceerd, maar in die nieuwe leennormen zullen de werkelijke kosten van autobezit en kinderopvang beter meegewogen worden in berekening van de leencapaciteit.

Daarnaast heeft VFN toegezegd met alle partijen om tafel te gaan om te kijken hoe oude achterstanden op verzendhuiskredieten zoveel mogelijk weggewerkt kunnen worden.

Aangekondigde extra maatregel

Juist omdat veel problematische schulden blijken te ontstaan bij relatief kleine schulden, wil de Minister de grens voor de verificatieplicht verlagen. Het is nu nog zo, dat pas bij een krediet van € 1.000 of meer het inkomen geverifieerd moet worden – bijvoorbeeld via een loonstrook. Voor kleinere kredieten hoeft dat niet, en mag de kredietverstrekker uitgaan van het inkomen dat de klant zelf opgeeft. Mogelijk wordt hier (te) vaak een onjuist inkomen opgegeven. Om consumenten nog beter te beschermen tegen overkreditering, wil de Minister het grensbedrag van € 1.000 verlagen naar € 250. Dit bedrag sluit dan aan op het minimale bedrag waarboven een BKR-toets verplicht is.

Hiertoe moet de minister wel het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo artikel 113, lid 1) aanpassen. Het normale proces voor deze wijziging zal worden doorlopen. Dat wil zeggen dat het niet met een pennenstreek geregeld is, maar nog wel even op zich zal laten wachten.

Verlaagde maximale kredietvergoeding (nog) niet permanent

Toen het besluit over tijdelijke verlaging van de maximale kredietvergoeding werd genomen, is tegelijk een onderzoek gestart naar de gevolgen van een permanente verlaging. De uitkomsten van dat onderzoek zijn van dien aard dat de Minister de beslissing over een permanente verlaging overlaat aan een nieuw kabinet.

De reden daarvoor is dat consumenten behoefte aan kredieten zullen blijven houden. En juist voor kleine kredieten zijn de uitvoeringskosten nu (vaak) al hoger dan de tijdelijke maximale kredietvergoeding van 10%. De kredietverstrekkers maken dus op dit moment verlies op dit soort leningen. Het gevolg daarvan kan zijn dat kredietverstrekkers ophouden krediet te verstrekken (zodat er minder concurrentie overblijft) of dat ze de kosten van aanvullende producten zullen verhogen. Het zou ook kunnen dat ze een hogere minimale lening of langere looptijd als voorwaarde stellen.  Al deze gevolgen zijn niet per se in het belang van de consument. Daarom beslist de Minister nu niet meer over permanente verlaging.

Informatie

  • Consumptief Krediet
  • EQF 5
  • Dinsdag 2 maart 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships