Lening van bv vader aan bv kind is geen schenking

Rechtbank Gelderland heeft op 6 november 2020 (publicatie: 4 januari 2021) uitspraak gedaan of de lening van de bv van een vader aan de bv van een kind onzakelijk is en daarmee een schenking van de vader aan het kind tot gevolg heeft.

De bv van de vader van belanghebbende heeft aan de bv van belanghebbende een lening verstrekt. De lening is schriftelijk vastgelegd. De lening heeft een looptijd tot 2014. De rente bedraagt 6%. De lening wordt in 2014 kwijtgescholden.

De inspecteur stelt dat de lening is verstrekt onder volstrekt onzakelijke voorwaarden en dat de lening is aangegaan onder een opschortende voorwaarde, inhoudende dat kwijtschelding zal plaatsvinden als het onzakelijke debiteurenrisico zich manifesteert. Dat is volgens de inspecteur in 2014 het geval, wanneer de lening wordt kwijtgescholden, en dat is tevens het heffingsmoment voor de Successiewet. De inspecteur stelt de omvang van de schenking op het bedrag van de hoofdsom.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat uit niets volgt dat crediteur en debiteur (in feite) een opschortende voorwaarde zijn overeengekomen. Dat impliciet zou zijn afgesproken dat de geldlening in principe wordt terugbetaald, maar dat het risico dat dit niet gebeurt volledig wordt gedragen door de geldverstrekker, zoals de inspecteur beweert, is een gegeven dat voor alle leningen heeft te gelden. Lenen betekent terugbetalen en het risico van niet-terugbetaling ligt altijd aan de zijde van de geldgever. Daaruit volgt echter nog geen schenking onder opschortende voorwaarde.

Het gelijk is derhalve aan belanghebbende.

Informatie

  • Fiscaal: Successiewet
  • Maandag 11 januari 2021