Lijfrente wijzigingen prinsjesdag 2008

Voor lijfrenteverzekeringen en rekeningen staat een tweetal wijzigingen op stapel. Allereerst wordt de maximumgrondslag weer verhoogd naar € 153.221,-. Daarnaast wordt een praktische regeling ingevoerd voor niet afgetrokken lijfrentepremies.

Maximum grondslag

Lijfrentepremies zijn aftrekbaar voor zover sprake is van een pensioentekort. Dit tekort kan worden vastgesteld door middel van een jaarruimteberekening. De jaarruimte wordt berekend op basis van de volgende formule: 17% x premiegrondslag. Dit bedrag dient te worden verminderd met 7,5 keer de pensioenaangroei (factor A) en de toevoeging aan de oudedagsreserve en de vrijwillig betaalde pensioenpremies die worden gefinancierd vanuit spaarloon (deblokkering).

De premiegrondslag is de belastbare winst, belastbaar loon, belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden en de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen. De belastbare inkomsten worden verminderd met een aftrekbedrag van € 11.155,- (cijfer 2008). Deze premiegrondslag is per 1 januari 2008 gemaximeerd op € 103.257,-. Voorheen was dit maximum ruim € 150.000,-. De verlaging heeft alles te maken met de introductie van banksparen. Omdat gezocht werd naar een financiering voor de introductie van banksparen is besloten de maximum grondslag en daarmee de maximum lijfrentepremie te verlagen. Onder grote druk is uiteindelijk besloten deze verlaging weer terug te draaien.

Gedeeltelijke aftrek lijfrentepremies

Het komt geregeld voor dat iemand een lijfrentepremie betaalt, maar die niet volledig in aftrek brengt bij de aangifte IB. De premie wordt bijvoorbeeld niet geheel in aftrek gebracht omdat de jaarruimte of reserveringsruimte ontoereikend is. Indien de premie niet aftrekbaar is, kan de uitkering onbelast plaats vinden. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om bij te houden welk deel van de uitkering betrekking heeft op de niet afgetrokken premies. Daardoor wordt het lastig om aan te tonen welk deel van de uitkering netto kan worden gedaan.

Om aan deze praktische problemen een eind te maken is de oude saldomethode weer van stal gehaald. Indien de premies niet (geheel) in aftrek zijn gebracht kan de uitkering gedeeltelijk netto plaats vinden. Overigens is de saldomethode beperkt tot € 2.269,- (fl. 5.000,-).

Voorbeeld

Iemand betaalt 5 jaar lang een lijfrentepremie van € 5.000,-
Jaarlijks wordt van die € 5.000,- slechts € 4.000,- in aftrek gebracht.
Na 5 jaar vindt een levenslange uitkering plaats van € 2.000,- per jaar.

Op grond van de saldomethode zal de uitkering tot een bedrag van € 5.000,- (5 * € 1.000,- die niet is afgetrokken) netto worden uitgekeerd. De eerste 2,5 uitkering zullen dan ook netto worden uitgekeerd. De volgende uitkeringen zullen allemaal normaal worden belast.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Woensdag 1 oktober 2008