Lijfrentepremies bij dooroverdracht onderneming niet aftrekbaar

Bij de inbreng van een onderneming in een BV kan voor de stakingswinst en de oudedagsreserve een lijfrente worden bedongen bij die BV. Voorwaarde voor de lijfrentepremieaftrek is wel dat de premies worden betaald aan een opvolgend ondernemer. Wordt echter de onderneming vervolgens geheel of gedeeltelijk overgedragen aan een derde, dan blijft de lijfrenteverplichting alleen achter in de BV. Dit is niet de bedoeling, zodat in de wet is vastgelegd dat de premie niet aftrekbaar is. Wordt de onderneming geheel of gedeeltelijk overgedragen aan een of meer werkmaatschappijen, die als 100% dochtermaatschappijen kwalificeren, is van dooroverdracht aan een derde geen sprake. De oorspronkelijk opgerichte BV behoudt als houdstermaatschappij via de dochtermaatschappijen de volledige zeggenschap over het vermogen en de winst van de geheel of gedeeltelijk overgedragen onderneming. Op 7 mei 2010 heeft de Hoge Raad in een tweetal arresten geoordeeld dat in een dergelijke situatie van overdracht aan een of meer dochtermaatschappijen, de lijfrentepremies of koopsom voor de stakingswinst en de oudedagsreserve of voor de gouden handdruk aftrekbaar zijn.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Maandag 23 maart 2015