Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Meer aandacht cijfermatige onderbouwing collectieve waardeoverdracht

Omdat een collectieve waardeoverdracht van pensioenaanspraken en pensioenrechten voor de betrokken partijen ingrijpende gevolgen kan hebben, heeft De Nederlandsche Bank (DNB) als toezichthouder, de verwachtingen bij (de onderbouwing van) het besluit tot collectieve waardeoverdracht geconcretiseerd.

In het algemeen is sprake van collectieve waardeoverdracht als de waarde van de pensioenaanspraken en pensioenrechten van alle of een deel van (gewezen) deelnemers, (gewezen) partners en pensioengerechtigden wordt overgedragen aan een andere pensioenuitvoerder.

Is aan de eisen van artikel 83 PW voldaan, dan is een pensioenfonds bevoegd om mee te werken aan deze collectieve waardeoverdracht. Deze eisen zijn:

  • (gewezen) deelnemers, (gewezen) partners en pensioengerechtigden worden schriftelijk geïnformeerd over het besluit te collectieve waardeoverdracht
  • (gewezen) deelnemers, (gewezen) partners en pensioengerechtigden hebben geen bezwaar;
  • de overdrachtswaarde wordt door de overdragende pensioenuitvoerder zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid is voldaan
  • het voornemen tot waardeoverdracht aan een pensioenuitvoerder wordt door de overdragende pensioenuitvoerder uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht schriftelijk gemeld aan de DNB, die binnen die periode geen verbod tot waardeoverdracht oplegt

 

Daarnaast is collectieve waardeoverdracht ook aan de orde als een pensioenfonds liquideert (artikel 84 PW). Ook dan gelden de eisen dat het voornemen tot collectieve waardeoverdracht tenminste drie maanden voorafgaand aan de beoogde overdrachtsdatum aan DNB moet worden gemeld en DNB geen verbod oplegt; en de hiervoor genoemde eisen met betrekking tot de overdrachtswaarde.

 

Naarmate de ontvangende en overdragende pensioenuitvoerders sterker van elkaar verschillen voor wat betreft de financiering, de risicohouding, de aard van de pensioenregeling, en de samenstelling van het deelnemersbestand, zal de potentiële impact op deelnemersgroepen groter zijn.

 

Daarom verwacht DNB dat de collectieve waardeoverdracht op adequate wijze cijfermatig wordt onderbouwd en dat in de besluitvorming wordt meegewogen wat de impact van de collectieve waardeoverdracht is op verschillende groepen (gewezen) deelnemers, (gewezen) partners en pensioengerechtigden.

 

In een aantal Q&A wordt aangegeven wat DNB precies verwacht als toelichting bij de besluitvorming door pensioenfondsen en worden de vier uitgangspunten van collectieve waardeoverdracht nader toegelicht. Deze uitgangspunten zijn:

 

  1. De overdrachtswaarde omvat een toereikende vergoeding voor de over te dragen pensioenverplichtingen
  2. De overdrachtswaarde omvat een toereikende vergoeding voor de inkoop in het eigen vermogen van het ontvangende pensioenfonds
  3. Een daling van de gemiddelde uitvoeringskosten of de gemiddelde leeftijd van het deelnemersbestand van het ontvangende pensioenfonds als gevolg van de aansluiting van nieuwe deelnemers leidt niet tot een korting op de overdrachtswaarde.
  4. Het overdragende fonds rekent het aanwezige eigen vermogen of tekort naar evenredigheid toe aan de (gewezen) deelnemers en gepensioneerden (hierna: belanghebbenden) die bij het pensioenfonds betrokken blijven (indien van toepassing) en de bij de collectieve waardeoverdracht betrokken belanghebbenden.

 

 

 

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Pensioen Civiel, Waardeoverdracht
  • Maandag 9 maart 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships